beslissing RECHTBANK NOORD-HOLLAND Verschoningskamer zaaknummer / rekestnummer: 341852 HA RK 23-104 Beslissing van 21 juli 2023 Op het verzoek tot verschoning ingediend door: mr. L.J. Saarloos, hierna te noemen: de voorzieningenrechter. 1Procesverloop 1.1 De voorzieningenrechter heeft op 20 juli 2023 schriftelijk verzocht zich te mogen verschonen in de bij deze rechtbank, team Handel, Kanton & Bewind (Alkmaar) aanhangige zaak met als zaaknummer 340472 KG-ZA 23-289, hierna te noemen: de hoofdzaak. 2De beoordeling 2.1 Een rechter kan verzoeken zich te mogen verschonen op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. 2.2 De voorzieningenrechter heeft ter onderbouwing van het verzoek, samengevat, het volgende aangevoerd. Op 1 maart 2023 heeft hij vonnis gewezen in een zaak tussen dezelfde partijen als thans in de hoofdzaak optreden, namelijk een vennootschap onder firma en haar vennoten (hierna tesamen: vof) enerzijds en twee ouders en hun twee dochters anderzijds. Hij heeft toen de vordering van de dochters tot verklaring voor recht dat hen en niet de vof een bij een notaris in depot gegeven bedrag toekwam, afgewezen. Hij heeft in het vonnis partijen wel een suggestie gedaan over verdeling van het bedrag tussen de vof en de dochters. Na het vonnis zijn de partijen kennelijk in overleg getreden. De vof stelt in de hoofdzaak dat tijdens het overleg na het vonnis een vaststellingovereenkomst tussen partijen tot stand is gekomen. In de hoofdzaak vordert de vof thans in kort geding nakoming van de (gesteld tot stand gekomen) vaststellingsovereenkomst. In het kort geding zijn echter ook subsidiaire vorderingen ingesteld die gebaseerd zijn op vergelijkbare stellingen en rechtsvorderingen als aan de orde waren in het vonnis van 1 maart
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.