RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknummer : 10365118 \ WM VERZ 23-142 CJIB-nummer : 247756384 Uitspraakdatum : 5 mei 2023 Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting in de zaak van [betrokkene] gemachtigde : Verkeersboete.nl (N.G.A. Voorbach) 1Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting 1.
- Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.
- De zaak is behandeld op de zitting van 21 april
- Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan. 2Overwegingen 2.
- De gedraging De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: voertuig zodanig op de weg laten staan dat gevaar wordt/kan worden veroorzaakt of verkeer wordt/kan worden gehinderd. 2.
- Het verweer tegen de gedraging waarvoor de boete is opgelegd Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en gemachtigde van de betrokkene heeft namens betrokkene aangevoerd dat de verbalisant heeft aangegeven dat wanneer het voertuig zou worden weggehaald er geen boete opgelegd zou worden. Betrokkene heeft het voertuig weggehaald en op een andere plaats geparkeerd. Het verweer wordt onderbouwd met een brief van de gemeente Alkmaar Team handhaving. 2.
- Het standpunt van de vertegenwoordiger van de officier van justitie De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting aangegeven dat er weliswaar een aanvullend-proces verbaal is, maar dat betrokkene ervan uit mocht gaan dat er geen boete opgelegd zou worden. Zij heeft de kantonrechter verzocht om het beroep gegrond te verklaren onder toekenning van een proceskostenvergoeding. 2.
- De beoordeling van de gedraging waarvoor de boete is opgelegd De kantonrechter is het eens met de vertegenwoordiger van de officier van justitie en oordeelt dat betrokkene ervan uit mocht gaan dat er geen boete opgelegd zou worden. Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van officier van justitie zullen worden vernietigd. 2.
- Proceskosten Het verzoek om een proceskostenvergoeding wordt toegewezen, omdat betrokkene gelijk krijgt. Met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht zullen die kosten worden vastgesteld op een bedrag van in totaal € 866,
- Daarbij is voor de procedure bij de officier van justitie een proceskostenvergoeding bepaald van € 447,75 (1,5 punten voor het beroepschrift en de hoorzitting, wegingsfactor 0,5, waarde per punt € 597,00) en voor de procedure bij de kantonrechter een proceskostenvergoeding van € 418,50 (1 punt voor het beroepschrift, wegingsfactor 0,5, waarde per punt € 837,00). De uitspraak De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep gegrond; ‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd; ‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt. ‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 866,25 en wijst de Staat aan als rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden; ‒ bepaalt dat het voornoemd bedrag aan de gemachtigde van betrokkene zal worden uitbetaald door het Centraal Justitieel Incassobureau te Leeuwarden. Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,
- Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk. Datum toezending: