RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 22/4204 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 juni 2023 in de zaak tussen [eiseres] B.V., uit [vestigingsplaats] , eiseres (gemachtigde: mr. S. Smit), en het college van burgemeester en wethouders van gemeente Medemblik (gemachtigde: mr. J. van de Berg en K. Meijer). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het besluit van het college waarmee haar aanvraag omgevingsvergunning voor het aanleggen van een in-/uitrit op de locatie [locatie] is geweigerd. 1.1. Het college heeft de aanvraag met het primaire besluit van 4 januari 2022 afgewezen. Met het bestreden besluit van 6 juli 2022 op het bezwaar van eiseres is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. 1.2. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.3. De rechtbank heeft het beroep op 26 april 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [naam 1] namens eiseres, [naam 2] namens [bedrijf] B.V. (bestuurder van eiseres), de gemachtigde van eiseres en de gemachtigden van het college. 1.4 Partijen hebben na de zitting de gelegenheid gekregen om met elkaar te overleggen om tot een oplossing te komen. Namens eiseres is op 23 mei 2023 aan de rechtbank medegedeeld dat dit niet is gelukt en verzocht om uitspraak te doen. De rechtbank heeft partijen bij brief van 9 juni 2023 laten weten dat zij binnen zes weken uitspraak doet. Totstandkoming van het besluit 2.1 Eiseres is eigenaar van een stuk grond dat is onderverdeeld in meerdere kadastrale nummers. Het perceel dat kadastraal bekend is als [# 1] heeft als adres [locatie] en daarop staat een woning. Ook de aan de zij- en achterkant van dat perceel liggende percelen, kadastraal bekend als [# 2] , [# 3] , [# 4] en [# 5] , zijn in eigendom van eiseres. Dat is agrarische grond. Eiseres heeft op 3 december 2021 een aanvraag ingediend voor de aanleg van een uitrit bij het perceel met de woning ( [locatie] ) zodat zij met landbouwvoertuigen naar haar overige percelen kan rijden om daar onderhoudswerkzaamheden (maaien) te verrichten. Uit de aanvraag blijkt dat er voor het aanleggen van de uitrit twee obstakels zijn: een boom en een gedeeltelijk te dempen watergang. Voor het dempen van de watergang heeft eiseres op 27 december 2021 een vergunning gekregen. Ook moet het fietspad worden omgelegd. 2.2 Het college heeft de aanvraag in het primaire besluit geweigerd op twee gronden:- strijd met artikel 7.4, onder a, (bruikbaarheid van de weg) van de Verordeningfysieke leefomgeving Medemblik 1ste tranche (de Verordening) omdat het perceel [locatie] al is ontsloten met een uitweg, en- strijd met artikel 7.4, onder d, (afbreuk aan de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente) van de Verordening omdat voor het bouwplan een gezonde boom gekapt dient te worden. In het besluit op bezwaar heeft het college in heroverweging bepaald dat geen sprake is van een tweede uitrit op één perceel. Gelet op de kadastrale splitsing van de agrarische grond is sprake van meerdere percelen en voor de [locatie] is met de aanvraag die voor ligt een eerste uitweg aangevraagd. De weigeringsgrond in het primaire besluit dat de aanvraag in strijd is met artikel 7.4, onder a, van de Verordening (bruikbaarheid van de weg) omdat een tweede uitweg wordt aangevraagd is daardoor niet (meer) aan eiseres tegengeworpen. Dat houdt volgens het college echter niet in dat de aanvraag wordt ingewilligd. Het college verwijst voor de overige bezwaren naar het primaire besluit en is van mening dat voor het doel waarvoor de vergunning is aangevraagd er een goed alternatief is en dat de nadelen van de uitrit zich dan niet voordoen. Eiseres kan gebruik maken van een alternatieve route (het college noemt dit ‘route c’) om toegang tot het achterliggende perceel te krijgen, namelijk via de onverharde passage achter het gemeentehuis. Het college geeft eiseres toestemming om met een tractor enige keren per jaar via de alternatieve route te rijden naar het achterliggende stuk grond om maaiwerkzaamheden of ander onderhoud uit te voeren voor de duur van 2 jaar met een mogelijkheid tot verlenging. Door gebruikmaking van de alternatieve route wordt voorkomen dat er met machines een druk begaan fietspad gekruist wordt. Beoordeling door de rechtbank 3. De rechtbank beoordeelt of het college de aanvraag om een omgevingsvergunning redelijkerwijs kon weigeren. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres. 4. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. 4.1. De voor de beoordeling van het beroep belangrijke wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak. Wat voeren partijen aan in beroep? 5.1 Eiseres betwist dat sprake is van een weigeringsgrond. Volgens eiseres is geen sprake van een beschermde boom omdat deze niet op de bomenlijst is opgenomen. Daarnaast heeft zij reeds tijdens de hoorzitting in bezwaar aangegeven dat de uitweg kan worden verplaatst zodat de boom niet gekapt hoeft te worden. Wat betreft het voorhanden zijn van een alternatief, voert eiseres aan dat dit niet een weigeringsrond is die volgt uit de Verordening en daarom niet aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd kan worden. Subsidiair voert eiseres aan dat als zij niet gevolgd wordt in haar stelling dat geen sprake is van een weigeringsgrond, dat de weigering in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Het door het college voorgestelde alternatief biedt geen oplossing omdat de weg is afgesloten. Het eerder op die grond gevestigde recht van erfdienstbaarheid is beëindigd en er is ook geen persoonlijk recht van gebruik. Eiseres kan daarom geen gebruik maken van die route. Het college heeft in het bestreden besluit geen kenbare belangenafweging gemaakt en de voor eiseres nadelige gevolgen onvoldoende overwogen. 5.2 Het college blijft bij zijn standpunt en betwist dat eiseres geen toegang zou hebben tot de alternatieve route. Aan de hand van foto’s stelt het college dat op route c weliswaar twee hekken zijn geplaatst maar dat die eenvoudig kunnen worden geopend. Het college heeft ook een foto overgelegd waarop een voertuig is te zien dat het grasland maait. Verder is het volgens het college niet wenselijk om nog een ontsluiting te creëren waarmee een druk begaan fietspad wordt gekruist. Met het door eiseres ingediende bouwplan wordt een knik in het fietspad aangebracht in de directe nabijheid van een bushalte en drempel in het fietspad. Het fietspad wordt gebruikt door (elektrisch) fietsverkeer van beide zijden. Ook voetgangers maken gebruik van het fietspad. De aanvraag komt dan ook niet ten goede van de bruikbaarheid van de weg en de veiligheid en doelmatigheid van de weg, aldus het college. Wat is het oordeel van de rechtbank? 6.1 De rechtbank leidt uit de beslissing op bezwaar af dat daaraan één weigeringsgrond ten grondslag is gelegd, namelijk met betrekking tot het kappen van de boom (sub d). Weliswaar heeft het college in het bestreden besluit benoemd dat het wenselijk is te voorkomen dat een druk begaan fietspad wordt gekruist, maar heeft dit punt niet gekoppeld aan een weigeringsgrond. Voor zover het college in beroep heeft aangevoerd dat vanwege de beoogde knik in het fietspad ook de weigeringsgronden ten aanzien van de bruikbaarheid (sub
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.