RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknummer : 10421015 \ WM VERZ 23-215 CJIB-nummer : 250730831 Uitspraakdatum : 30 juni 2023 Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting in de zaak van [betrokkene] gemachtigde : Verkeersboete.nl (N.G.A. Voorbach) 1Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting 1.
- Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.
- De zaak is behandeld op de zitting van 26 mei
- Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. De gemachtigde van betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan. 2Overwegingen 2.
- De gedraging De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder handelen in strijd met een geslotenverklaring in beide richtingen. 2.
- De verweren tegen de opgelegde boete Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en gemachtigde van betrokkene heeft namens betrokkene in het beroepschrift aangevoerd dat er niet is voldaan aan de vereisten uit het beleidskader, omdat er geen waarschuwingsbrief is verzonden, niet blijkt of de camera 5 minuten vóór en ná het tijdvak wordt geactiveerd en uitgezet, er een deugdelijke vooraankondiging van de geslotenverklaring is en of de bebording maandelijks wordt geschouwd. De gemachtigde stelt dan ook dat de verbalisant onbevoegd was om de boete op te leggen. Ook blijkt niet uit de stukken of er een aanvraag is ingediend of dat instemming is verleend om te handhaven. Tevens voert gemachtigde van betrokkene aan dat er een matiging moet plaatsvinden van 25 procent omdat er niet fysiek is gehoord, maar slechts telefonisch. Er is tevens sprake van opeenstapeling van boetes. 2.
- Het standpunt van de vertegenwoordiger van de officier van justitie De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld dat aan betrokkene meerdere boetes in korte tijd zijn opgelegd en heeft de kantonrechter in lijn met het hof verzocht om de eerste boete in stand te laten en de daaropvolgende boetes, tot het moment dat betrokkene er bekend mee is geworden, te vernietigen. 2.
- De beoordeling van de gedraging waarvoor de boete is opgelegd De kantonrechter stelt vast dat aan betrokkene meerdere boetes zijn opgelegd voor het handelen in strijd met gesloten verklaring. Op zichzelf moeten deze gedragingen worden aangemerkt als aparte en te onderscheiden overtredingen, waarvoor ook telkens een boete kan worden opgelegd. De kantonrechter volgt het voorstel van de vertegenwoordiger van de officier van justitie. Onderhavige boete is namelijk opgelegd voordat de eerste boete is verzonden. Gelet hierop ziet de kantonrechter aanleiding om de beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie te vernietigen. Het beroep is daarom gegrond. Aangezien het beroep gegrond wordt verklaard behoeven de overige beroepsgronden tegen de opgelegde boete geen bespreking meer. 2.
- Proceskosten Het verzoek om een proceskostenvergoeding wordt toegewezen, omdat betrokkene gelijk krijgt. Met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht zullen die kosten worden vastgesteld op een bedrag van in totaal € 1.284,
- Daarbij is voor de procedure bij de officier van justitie een proceskostenvergoeding bepaald van € 447,75 (1,5 punten voor het beroepschrift en de hoorzitting, wegingsfactor 0,5, waarde per punt € 597,00) en voor de procedure bij de kantonrechter een proceskostenvergoeding van € 837,00 (2 punten voor het beroepschrift en de zitting, wegingsfactor 0,5, waarde per punt € 837,00). De uitspraak De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep gegrond; ‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd; ‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt; ‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 1.284,75 en wijst de Staat aan als rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden; ‒ bepaalt dat het voornoemd bedrag aan de gemachtigde van betrokkene zal worden uitbetaald door het Centraal Justitieel Incassobureau te Leeuwarden. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P. Ploeger, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,
- Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk. Datum toezending: Vgl. het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 februari 2023, te vinden op rechtspraak.nl met zoekterm ECLI:NL:GHARL:2023:1663.