← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2023:8257

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknummer : 10437124 \ WM VERZ 23-234 CJIB-nummer : 244578611 Uitspraakdatum : 7 juni 2023 Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) in de zaak van [betrokkene] 1Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting 1.

  1. Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.
  2. De zaak is behandeld op de zitting van 7 juni
  3. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. 2Overwegingen 2.
  4. De gedraging De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: voor een bromfiets niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden. 2.
  5. Het verweer tegen de opgelegde boete Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat zij heeft vergeten om de schorsing te verlengen vanwege privéomstandigheden. De Spartamet staat al jaren ongebruikt in de schuur, omdat er niet mee gereden kan worden. Betrokkene heeft alsnog de schorsing verlengd, maar dit kruiste net de controle van de RDW. Betrokkene doet een beroep op haar persoonlijke en financiële omstandigheden en verzoekt de kantonrechter om hiermee rekening te houden. 2.
  6. Het standpunt van de vertegenwoordiger van de officier van justitie De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld dat de gedraging kan worden vastgesteld, maar heeft de kantonrechter verzocht om de boete in dit geval te matigen naar nihil. 2.
  7. De beoordeling van de gedraging waarvoor de boete is opgelegd De kantonrechter overweegt dat de boete terecht is opgelegd omdat het voertuig op de genoemde datum onverzekerd was en evenmin geschorst bij de RDW. Betrokkene had vanwege privéomstandigheden vergeten om de schorsing te verlengen. De Spartamet wordt al jaren niet gebruikt en er kan ook niet mee gereden worden. Er is aanleiding, zoals ook is voorgesteld door de vertegenwoordiger van de officier van justitie, om de boete te matigen tot nihil. Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van officier van justitie zal worden gewijzigd. De uitspraak De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond; ‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie, in die zin dat de boete wordt gematigd tot nihil; ‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt. Deze uitspraak is gedaan door mr. I.H. Lips, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,
  8. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk. Datum toezending:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.