RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Zaanstad Zaaknummer : 10364888 \ WM VERZ 23-159 CJIB-nummer : 251918976 Uitspraakdatum : 15 mei 2023 Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) in de zaak van [betrokkene] 1Het verloop van de procedure 1.
- Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.
- De zaak is behandeld op de zitting van 25 april
- Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan. 2Overwegingen 2.
- De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: andere richting volgen dan richting van voorsorteervak. 2.
- Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. Betrokkene voert in zijn beroepschrift aan dat hij er niet bewust voor heeft gekozen om van rijbaan te wisselen. Betrokkene stelt dat hij rechts naast de auto op de rijbaan voor rechtdoor wilde gaan staan, maar dat het verkeerslicht net op dat moment op groen sprong en de auto naast hem ging rijden. Ik heb toen voor ieders veiligheid ruimte gemaakt voor die auto. Omdat de auto veel naar rechts stond heb ik uit noodzaak moeten uitwijken en ben toen op de andere rijbaan gekomen, aldus betrokkene. 2.
- De kantonrechter overweegt dat op grond van artikel 78 RVV1990 bestuurders van een motorvoertuig en bromfietsers die de rijbaan volgen, verplicht zijn op een kruispunt de richting te volgen die de voorsorteerstrook waarop zij zich bevinden aangeeft. De verplichte rijrichting kan blijken uit pijlen op het wegdek of uit een verkeersbord. De strekking van dit artikel is het bevorderen van een rustig verkeersbeeld en de verkeersveiligheid. Betrokkene had daarom de vóór de kruising gekozen rijrichting moeten blijven volgen. Dat betrokkene er voor heeft gekozen vlak voor het kruispunt een inhaalmanoeuvre te maken, waardoor hij op de andere rijbaan terecht is gekomen en vervolgens door is gereden, dient dan ook voor rekening en risico van betrokkene te blijven. Dat de auto op de linker rijbaan te veel naar rechts stond, zodat betrokkene werd gedwongen deze positie in te nemen is op basis van de foto in het dossier onvoldoende gebleken. Betrokkene had een andere keuze moeten maken. De boete is dus terecht opgelegd. 2.
- De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. 2.
- Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. De uitspraak De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Woerdman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,
- Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk. Datum toezending: