RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Zaanstad Zaaknummer : 10364955 \ WM VERZ 23-170 CJIB-nummer : 248577170 Uitspraakdatum : 15 mei 2023 Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting in de zaak van [betrokkene] gemachtigde : mr. I.N.D.J. Rissema, Bezwaartegenverkeersboetes.nl te Dordrecht. 1Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting 1.
- Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft de feitcode gewijzigd, het beroep voor het overige ongegrond verklaard en een proceskosten-vergoeding van € 405,75 toegewezen. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.
- De zaak is behandeld op de zitting van 25 april
- Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is niet verschenen. 1.
- De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren. 1.
- De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan. 2Overwegingen 2.
- De officier van justitie heeft de feitcode van de opgelegde boete gewijzigd en een proceskostenvergoeding toegekend. Het beroepschrift van gemachtigde van betrokkene richt zich alleen tot de toekenning van deze proceskostenvergoeding. Het beroepschrift aan de kantonrechter dient dus behandeld te worden als een verzoek op de voet van artikel 13a WAHV. 2.
- De gemachtigde van betrokkene voert in het beroepschrift aan dat de officier van justitie in zijn beslissing van 26 juli 2022 de proceskosten onjuist heeft vastgesteld. De officier van justitie heeft een bedrag van € 405,75 toegekend, maar heeft ten onrechte het in 2021 geldende tarief ad € 534,00 per punt toegekend in plaats van het in 2022 geldende tarief van € 541,
- De beslissing van de officier van justitie komt daarom voor vernietiging in aanmerking, aldus de gemachtigde. 2.
- De kantonrechter is van oordeel dat het verweer van betrokkene geen doel treft. Uit berekening van het door de officier van justitie toegekende bedrag aan proceskostenvergoeding blijkt namelijk dat de officier van justitie wel degelijke het in 2022 geldende tarief ad € 541,00 heeft toegepast op de berekening van de proceskostenvergoeding. Dat de officier van justitie in zijn beslissing het tarief ad € 531,00 van 2021 heeft vermeld ziet de kantonrechter daarom als een kennelijke verschrijving. 2.
- Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. 2.
- De kantonrechter ziet geen aanleiding om proceskosten toe te kennen, omdat het beroep ongegrond wordt verklaard. De uitspraak De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep ongegrond; ‒ wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Woerdman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,
- Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk. Datum toezending: