← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2023:8966

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Zaanstad Zaaknummer : 10421401 \ WM VERZ 23-217 CJIB-nummer : 249252390 Uitspraakdatum : 23 juni 2023 Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) in de zaak van [betrokkene] 1Het verloop van de procedure 1.

  1. Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.
  2. De zaak is behandeld op de zitting van 9 juni
  3. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan. 2Overwegingen De boete 2.
  4. De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: 4 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom (verkeersbord A1). Het verweer 2.
  5. Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. 2.
  6. Betrokkene betwist de gedraging niet, zodat deze vast staat, maar beroept zich op de omstandigheid dat de officier van justitie niet binnen de daartoe gestelde termijn heeft beslist op het beroep van de betrokkene, zodat volgens betrokkene de boete vernietigd dient te worden. Beoordeling kantonrechter 2.
  7. Uit het dossier blijkt het volgende. De beroepstermijn eindigde op 27 juni
  8. Gerekend vanaf die datum eindigde de in artikel 7:24 van de Awb genoemde termijn van 16 weken op 17 oktober
  9. De officier van justitie heeft niet binnen de door betrokkene gestelde termijn van zestien weken beslist. Op grond van artikel 7:24 lid 4 Algemene wet bestuursrecht kan de officier van justitie zijn beslissing voor ten hoogste tien weken verdagen. Bij brief van 17 oktober 2022 heeft de officier van justitie betrokkene bericht dat van deze mogelijkheid, indien nodig, gebruik wordt gemaakt. De beslistermijn is derhalve opgeschort naar 26 december
  10. De officier van justitie heeft vervolgens op 17 januari 2023 en dus te laat op het beroep beslist. 2.
  11. De overschrijding van deze termijn (welke overigens een termijn van orde is) laat onverlet dat nog steeds op het beroepschrift kan worden beslist, zij het dat de betrokkene niet de beslissing van de officier van justitie behoeft af te wachten maar ingevolge art. 6:12 Awb in beroep kan gaan bij de kantonrechter. 2.
  12. Overschrijding van deze termijn behoort slechts tot vernietiging van de boete te leiden als betrokkene door de overschrijding rechtstreeks is geschaad in enig rechtsbelang. Daarvan kan sprake zijn indien de inleidende beschikking de betrokkene eerst bereikt op een zodanig tijdstip dat hij redelijkerwijs niet meer geacht kan worden te kunnen nagaan op welke gedraging die beschikking betrekking heeft, dan wel de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Gelet op het enkele verweer van betrokkene dat de termijn in de wet staat en het OM zich hier niet aan heeft gehouden, is hier naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake van en is betrokkene dus niet geschaad in zijn rechtsbelang. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. 2.
  13. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. De uitspraak De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Woerdman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,
  14. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk. Datum toezending: vgl. de Memorie van Toelichting op art. 7:10 Awb, Kamerstukken II, 1988-1989, 21 221, nr. 3, blz. 152 HR 10 mei 1994, NJ 1994, 672 (HR 10 mei 1994, NJ 1994, 672, VR 1994, 194, HR 6 april 1999, nr. 622-98-V

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.