RECHTBANK NOORD-HOLLAND Team Straf, zittingsplaats Alkmaar Meervoudige strafkamer Parketnummers: 15.210543.24 (A), 15.203674.24 (B) en 15.062322.24 (tul) Uitspraakdatum: 30 september 2024 Tegenspraak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare zitting van 16 september 2024 in de zaak tegen de verdachte: [verdachte] , geboren op [geboortedatum en -plaats], op dit moment gedetineerd in Justitieel Complex Zaanstad en aldaar ingeschreven, op het adres [adres 1]. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. M.A. Boheur, en van wat de verdachte en zijn raadsman, mr. B.J.W. Tijkotte, advocaat te Koog aan de Zaan, naar voren hebben gebracht. 1Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat hij: ten aanzien van zaak A feit 1 op of omstreeks 28 juni 2024 te Alkmaar uit een personenauto (merk: Mercedes-Benz C 220 D, kenteken: [kenteken 1]) een pinpas en/of kentekenkaart en/of plastic pot met daarin contant geld, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking; feit 2 op of omstreeks 28 juni 2024 te Alkmaar een geldbedrag (in totaal 6,73 euro), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen geldbedrag onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door met een pinpas van die [slachtoffer 1], tot het gebruik waarvan hij niet gerechtigd was, bij een of meerdere winkels een pintransactie te verrichten; feit 3 primair op of omstreeks 25 juni 2024 te Alkmaar ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om uit een personenauto (merk: Mercedes Vito, kenteken: [kenteken 2]), (een) goed/goederen van zijn gading, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander toebehoorde(n), weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking, een ruit van die personenauto heeft gebroken/geforceerd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; subsidiair op of omstreeks 25 juni 2024 te Alkmaar opzettelijk en wederrechtelijk een ruit van een personenauto (merk: Mercedes Vito, kenteken [kenteken 2]), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt; feit 4 primair op of omstreeks 25 juni 2024 te Alkmaar ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om uit een personenauto (merk: BMW X, kenteken: [kenteken 3]) (een) goed/goederen van zijn gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander toebehoorde(n), weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking, een ruit van die personenauto heeft gebroken/geforceerd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; subsidiair op of omstreeks 25 juni 2024 te Alkmaar opzettelijk en wederrechtelijk een ruit van een personenauto (merk: BMW X, kenteken [kenteken 3]), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt; feit 5 op of omstreeks 28 juni 2024 te Alkmaar uit een personenauto (merk: Saab, kenteken: [kenteken 4]) een zonnebril en/of visspullen en/of contant geld, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; ten aanzien van zaak B feit 1 op of omstreeks 6 mei 2024 te Alkmaar een betaalpas en/of een portemonnee en/of een verblijfsvergunning, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; feit 2 op of omstreeks 6 mei 2024 te Alkmaar een geldbedrag (van 170 euro), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door een bankpas en bijbehorende pincode, tot welk gebruik, hij, verdachte, niet gerechtigd was, te gebruiken; feit 3 op of omstreeks 6 mei 2024 te Alkmaar geldbedrag (van 3 euro en 85 cent), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel door contact loos te betalen met een van diefstal afkomstige bankpas op naam van die [slachtoffer 5]; feit 4 op of omstreeks 23 juni 2024 te Alkmaar cola en/of bier, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen. 2Voorvragen De dagvaardingen zijn geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de zaken, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 3Beoordeling van het bewijs 3.1 Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1, 2, 3 primair, 4 primair en 5 verweten feiten in zaak A en de onder 2, 3 en 4 verweten feiten in zaak B. De officier van justitie heeft verder gerekwireerd tot vrijspraak van feit 1 in zaak B. 3.2 Standpunt van de verdediging De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het onder 1 verweten feit in zaak A, omdat het bewijs ontbreekt dat het de verdachte is geweest die de verweten auto-inbraak heeft begaan. De verdediging heeft daarnaast vrijspraak bepleit van het onder 1 verweten feit in zaak B. De verdediging heeft zich ten aanzien van de overige feiten in zaak A en zaak B gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, gelet op de bekennende verklaring van de verdachte over deze feiten. 3.3 Oordeel van de rechtbank 3.3.1 Vrijspraak feit 1 zaak B De rechtbank is, overeenkomstig de standpunten van de officier van justitie en de verdediging, van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de diefstal van de portemonnee van [slachtoffer 5] met daarin zijn betaalpas en verblijfsvergunning. Het dossier bevat onvoldoende bewijs om tot die conclusie te komen. De rechtbank zal de verdachte daarom vrijspreken van dit feit. 3.3.2 Vrijspraak feit 1 zaak A De rechtbank acht ook niet wettig en overtuigend bewezen wat de verdachte onder feit 1 in zaak A wordt verweten. Uit het dossier komt naar voren dat een inbraak heeft plaatsgevonden in de auto van [slachtoffer 1] in de periode tussen 27 juni 2024 om 15.00 uur (het moment van parkeren van de auto) en 28 juni 2024 om 07.35 uur (het moment van ontdekking van de beschadigde auto). Bij deze inbraak zijn de pinpas op naam van [slachtoffer 1], een kentekenkaart en een pot met contant geld weggenomen. De verdachte heeft de auto-inbraak ontkend en verklaard dat hij de pinpas van [slachtoffer 1] en de pot met contant geld, die hij op 28 juni 2024 in zijn bezit had, van iemand had gekregen. De rechtbank is, overeenkomstig het verweer van de verdediging, van oordeel dat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat het de verdachte is geweest die heeft ingebroken in de auto van [slachtoffer 1] en haar spullen heeft weggenomen. Het tijdsbestek waarin de inbraak heeft plaatsgevonden, is naar het oordeel van de rechtbank te ruim om op grond van de omstandigheid dat de verdachte in het bezit was van een deel van de bij de inbraak weggenomen goederen, te concluderen dat de verdachte zich aan deze auto-inbraak heeft schuldig gemaakt. De rechtbank komt verder, anders dan de officier van justitie heeft gesteld, tot het oordeel dat dit feitencomplex zich er niet voor leent om aan de hand van schakelbewijs tot een bewezenverklaring te komen. Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van een voldoende specifiek gedragspatroon om de aan andere in dit vonnis bewezen, soortgelijke feiten ten grondslag liggende bewijsmiddelen als ondersteunend schakelbewijs toe te laten voor een bewezenverklaring van dit feit. Dit betekent dat de rechtbank de verdachte zal vrijspreken van het onder 1 verweten feit in zaak A. 3.3.3 Bewezenverklaring overige feiten De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 2, 3 primair, 4 primair en 5 verweten feiten in zaak A en de onder 2, 3 en 4 verweten feiten in zaak B. De bewijsmiddelen die ten grondslag liggen aan de bewezenverklaring van deze feiten, zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van dit vonnis vereist en zullen dan worden opgenomen in een aan dit vonnis te hechten aanvulling. 3.4 Bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 2, 3 primair, 4 primair en 5 verweten feiten in zaak A en de onder 2, 3 en 4 verweten feiten in zaak B heeft begaan, met dien verstande dat hij: ten aanzien van zaak A feit 2 op 28 juni 2024 te Alkmaar een geldbedrag (in totaal 6,73 euro), dat aan [slachtoffer 1] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte dat weg te nemen geldbedrag onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door met een pinpas van die [slachtoffer 1], tot het gebruik waarvan hij niet gerechtigd was, bij meerdere winkels een pintransactie te verrichten; feit 3 primair op 25 juni 2024 te Alkmaar ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om uit een personenauto (merk: Mercedes Vito, kenteken: [kenteken 2]) goederen van zijn gading, toebehorende aan [slachtoffer 2], weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en die weg te nemen goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak, een ruit van die personenauto heeft gebroken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; feit 4 primair op 25 juni 2024 te Alkmaar ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om uit een personenauto (merk: BMW X, kenteken: [kenteken 3]) goederen van zijn gading, toebehorende aan [slachtoffer 3], weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en die weg te nemen goed onder zijn bereik te brengen door middel van braak, een ruit van die personenauto heeft gebroken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; feit 5 op 28 juni 2024 te Alkmaar uit een personenauto (merk: Saab, kenteken: [kenteken 4]) een zonnebril, visspullen en contant geld, die aan [slachtoffer 4] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; ten aanzien van zaak B feit 2 op 6 mei 2024 te Alkmaar een geldbedrag (van 170 euro), dat aan [slachtoffer 5] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door een bankpas en bijbehorende pincode, tot welk gebruik hij niet gerechtigd was, te gebruiken; feit 3 op 6 mei 2024 te Alkmaar een geldbedrag (van 3 euro en 85 cent), dat aan [slachtoffer 5] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door contactloos te betalen met een van diefstal afkomstige bankpas op naam van die [slachtoffer 5]; feit 4 op 23 juni 2024 te Alkmaar cola en bier, die aan de [slachtoffer 6] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen. Wat aan de verdachte onder deze feiten meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte zal hiervan worden vrijgesproken. 4Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten Het bewezenverklaarde levert op: ten aanzien van feit 2 in zaak A diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd; ten aanzien van feiten 3 primair en 4 primair in zaak A telkens: poging tot diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak; ten aanzien van feiten 2 en 3 in zaak B telkens: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels; ten aanzien van feit 5 in zaak A en feit 4 in zaak B telkens: diefstal. Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan de bewezen verklaarde feiten zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is dus strafbaar. 5Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar. 6Strafmotivering 6.1 Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd de verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van negen maanden, met aftrek van de in voorarrest doorgebrachte tijd, waarvan een deel van drie maanden voorwaardelijk, met twee jaren proeftijd, onder de door de reclassering geadviseerde voorwaarden. 6.2 Standpunt van de verdediging De verdediging heeft verzocht bij de strafoplegging acht te slaan op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder het feit dat hij in de afgelopen periode tot meerdere gevangenisstraffen is veroordeeld, die nog ten uitvoer moeten worden gelegd. Gelet hierop heeft de verdediging verzocht een groter voorwaardelijk strafdeel op te leggen als stok achter de deur om gemotiveerd te blijven en de kans op recidive te verlagen. 6.3 Oordeel van de rechtbank Bij de beslissing over de strafoplegging heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek op de zitting is gebleken. In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen. Ernst van de feiten De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verschillende vermogensdelicten, namelijk diefstallen van geldbedragen door pinpassen te gebruiken waartoe hij niet gerechtigd was, twee pogingen tot auto-inbraken, een diefstal uit een auto en een winkeldiefstal. Dit zijn allemaal ergerlijke feiten. De verdachte heeft door het plegen van deze feiten overlast, hinder en schade veroorzaakt. Daarmee heeft hij getoond geen respect te hebben voor andermans eigendom en uitsluitend oog te hebben gehad voor zijn persoonlijk financieel gewin. Strafblad Uit het strafblad van de verdachte blijkt dat hij eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten, waarvan twee keer in het afgelopen halfjaar. Ondanks die eerdere veroordelingen en de omstandigheid dat de verdachte ten tijde van het plegen van de feiten in zaak A liep in de schorsing van het voorarrest in een andere strafzaak, is de verdachte tot nieuw strafbaar gedrag gekomen. De eerder opgelegde straffen hebben kennelijk onvoldoende effect gehad om de verdachte ervan te weerhouden nieuwe feiten te plegen. Dit weegt de rechtbank in het nadeel van de verdachte mee. Strafoplegging De aard en ernst van de feiten en de recidive van de verdachte, maken dat de rechtbank in beginsel oplegging van geen andere straf gerechtvaardigd vindt dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Daarbij heeft de rechtbank gelet op de straffen die rechtbanken en gerechtshoven in vergelijkbare zaken opleggen. In de persoonlijke omstandigheden van verdachte ziet de rechtbank wel reden voor oplegging van een voorwaardelijk strafdeel. Persoon van de verdachte De rechtbank betrekt in haar afwegingen over de strafoplegging ook de persoon van de verdachte. Uit het reclasseringsadvies van 13 september 2024 komt naar voren dat de leefomstandigheden van de verdachte instabiel zijn. De verdachte heeft problemen op vrijwel alle leefgebieden. Hij heeft geen huisvesting, geen inkomen, geen dagbesteding, geen beschermend sociaal netwerk en een beperkt familie netwerk. Bovendien kampt de verdachte al zeer lange tijd met verslavingsproblematiek en is hij niet in beeld bij hulpverlening. In de periode dat zijn sociaal-maatschappelijke omstandigheden op orde waren, kwam de verdachte niet met politie en justitie in aanraking. De verdachte heeft ten overstaan van zowel de reclassering als de rechtbank verklaart terug te verlangen naar deze periode. De verdachte ziet in dat hij dit niet alleen kan bewerkstelligen en staat open voor hulp en begeleiding vanuit de reclassering. De reclassering ziet dan ook aanknopingspunten om de verdachte begeleiding aan te bieden en hem te ondersteunen bij het stabiliseren van zijn leefomstandigheden en het verlagen van de kans op recidive. De reclassering adviseert daarom oplegging van een deels voorwaardelijke straf met daarbij als bijzondere voorwaarden (kort gezegd) een meldplicht, een behandelverplichting (met de mogelijkheid van een kortdurende klinische opname) en de verplichtingen om te verblijven in een instelling voor begeleid wonen en mee te werken aan middelencontroles. Deze conclusies en dit advies neemt de rechtbank over. Slotsom Alles afwegende acht de rechtbank oplegging van een gevangenisstraf van acht maanden op zijn plaats, met aftrek van de in voorarrest doorgebrachte tijd. De rechtbank acht reclasseringscontact en oplegging van bijzondere voorwaarden daarbij noodzakelijk. De bijzondere voorwaarden zal de rechtbank verbinden aan een voorwaardelijk strafdeel. De rechtbank is van oordeel dat de verdachte een stevige druk moet voelen niet opnieuw strafbare feiten te plegen en zich te houden aan de bijzondere voorwaarden. De rechtbank zal daarom bepalen dat van de op te leggen gevangenisstraf een deel van vier maanden vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd. Aan dit voorwaardelijke strafdeel zal de rechtbank een proeftijd verbinden van twee jaren met de bedoeling de verdachte ervan te weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een nieuw strafbaar feit en als stok achter de deur bij het naleven van de op te leggen bijzondere voorwaarden. 7Vorderingen benadeelde partij 7.1 Vordering van [slachtoffer 1] (feit 2 in zaak A) De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft tegen de verdachte een vordering ingediend tot betaling van € 341,73 schadevergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente daarover, wegens materiële schade die zij als gevolg van de onder 1 en 2 verweten feiten in zaak A zou hebben geleden. De gestelde schade bestaat uit drie posten, namelijk (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.