← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2024:10129

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Alkmaar Zaaknummer: 11273699 \ KG EXPL 24-107 Vonnis in kort geding van 27 september 2024 in de zaak van 1 [eiser 1] , te [plaats] ,

  1. [eiser 2], te [plaats] , eisende partijen, hierna samen te noemen: [eisers] gemachtigde: mr. E.N. van Essen, tegen [gedaagde 1] , te [plaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde 1] , niet verschenen. 1De procedure 1.
  2. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 11 september 2024 met producties,- de mondelinge behandeling van 26 september 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,- het tijdens de behandeling tegen [gedaagde 1] verleende verstek. 2De beoordeling 2.
  3. Het gevorderde komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en ligt voor toewijzing gereed. 2.
  4. [gedaagde 1] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eisers] worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 137,38 - griffierecht € 248,00 - salaris gemachtigde - nakosten € € 543,00 135,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.063,38
  5. De beslissing De kantonrechter: 3.
  6. veroordeelt [gedaagde 1] om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis de woonruimte aan de [adres] [plaats] te ontruimen en te verlaten met alle daarin aanwezige personen en zaken, voor zover deze niet het eigendom van [eisers] zijn, en onder afgifte van de sleutels aan [eisers] ter vrije en algehele beschikking van [eisers] te stellen en ontruimd te laten, 3.
  7. veroordeelt [gedaagde 1] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [eisers] een bedrag van € 2.280,00 aan achterstallige huur over de maanden juni, juli, augustus en september, te vermeerderen met de wettelijke rente over de verschuldigde huurtermijnen, telkens te rekenen vanaf de eerste dag van de betreffende maand waarop de huurtermijn betrekking heeft tot de dag van algehele voldoening, 3.
  8. veroordeelt [gedaagde 1] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [eisers] een bedrag van € 620,00 voor iedere maand dat [gedaagde 1] gebruik blijft maken van het gehuurde, althans een pro rata berekend gedeelte van deze som, te rekenen vanaf 1 oktober 2024 tot het tijdstip van de daadwerkelijke ontruiming van het gehuurde door [gedaagde 1] , te vermeerderen met daarover door [gedaagde 1] verschuldigde rente vanaf de vervaldatum van iedere betreffende termijn tot aan de dag de algehele voldoening, 3.
  9. veroordeelt [gedaagde 1] om aan [eisers] te betalen een bedrag van € 249,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, 3.
  10. veroordeelt [gedaagde 1] in de proceskosten van € 1.063,38, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde 1] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 3.
  11. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. M. Flipse en in het openbaar uitgesproken op 27 september
  12. MKI/MF

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.