RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknr./repnr.: 11133133 \ EJ VERZ 24-177 (rvk) Uitspraakdatum: 8 oktober 2024 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van: [verzoeker] , h.o.d.n. [naam 1] wonende te [plaats 1] en zaakdoende te [plaats 2] verzoekende partij verder te noemen: [verzoeker] in persoon procederend tegen de besloten vennootschap Pretty Face Holding B.V. gevestigd te Alkmaar verwerende partij verder te noemen: Pretty Face Holding gemachtigde: mr. J.N.T. van der Linden 1Het procesverloop 1.1. [verzoeker] heeft een verzoekschrift ingediend, ter griffie ingekomen op 29 mei 2024. Pretty Face Holding heeft een verweerschrift ingediend. 1.2. Op 10 september 2024 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. [verzoeker] heeft gebruik gemaakt van pleitaantekeningen, die zijn overgelegd. Pretty Face Holding heeft een verklaring voorgedragen die is overgelegd. Voorafgaand aan de zitting heeft Pretty Face Holding bij brief van 27 augustus 2024 nog stukken toegezonden. [verzoeker] heeft bij brief van 5 september 2024 nog stukken toegezonden. 2De feiten 2.1. Pretty Face Holding is eigenaar van het pand aan de [adres] te [plaats 2] . 2.2. [verzoeker] heeft een onderneming, [naam 1] , en die onderneming richt zich op de reiniging van tapijten, vloerkleden en andere stoffen. 2.3. [verzoeker] huurt van Pretty Face Holding een gedeelte van het pand aan de [adres] , circa 250 m² op de begane grond (hierna: het gehuurde). 2.4. De huurovereenkomst is ingegaan op 1 april 2021, voor een periode van drie jaar, en dus eindigende op 31 maart 2024. 2.5. De huurovereenkomst heeft als titel: ‘Huurovereenkomst kantoorruimte en andere bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:230a BW’. 2.6. In artikel 1.2. van de huurovereenkomst staat dat het gehuurde bestemd is om uitsluitend gebruikt te worden als ‘bedrijfsruimte ten dienste van huurders bedrijf in interieurreiniging van de inventaris van gebouwen’. 2.7. [verzoeker] heeft in het gehuurde machines staan waarmee tapijten, dekbedden, dekens en vloerkleden e.d. gewassen en gedroogd kunnen worden. 2.8. In een e-mail van 3 februari 2022 heeft Pretty Face Holding laten weten dat de huurovereenkomst niet zal worden verlengd na 31 maart 2024 en per aangetekende brief van 4 april 2022 is de huurovereenkomst opgezegd per 31 maart 2024. 3Het verzoek 3.1. [verzoeker] verzoekt primair dat de kantonrechter hem niet-ontvankelijk verklaart in zijn verzoek tot verlenging van de ontruimingsbescherming op grond van artikel 7:230a Burgerlijk Wetboek (BW). Daartoe stelt hij dat het gehuurde, gelet op wat bij het aangaan van de huurovereenkomst is overeengekomen en de activiteiten die hij ontplooit, gekwalificeerd moet worden als bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 BW – en hij dus huurbescherming geniet en de opzegging van de huurovereenkomst door Pretty Face Holding niet rechtsgeldig is. 3.2. Subsidiair, voor het geval toch sprake is van huur van bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:230a BW, verzoekt [verzoeker] om de termijn waarbinnen de ontruiming van het gehuurde moet plaatsvinden, te verlengen tot één jaar na het eindigen van de huurovereenkomst. Daartoe stelt hij dat zijn belangen bij de ontruiming van het gehuurde ernstiger worden geschaad dan de belangen van Pretty Face Holding bij voortzetting van het gebruik door [verzoeker] . Vanwege de aard van zijn onderneming is het voor [verzoeker] moeilijk om een vervangende locatie te vinden; een uitgebreide zoektocht heeft nog niet tot resultaat geleid. Indien [verzoeker] de huidige locatie moet ontruimen zonder dat een geschikte alternatieve bedrijfsruimte voorhanden is, betekent dat het einde van zijn bedrijf en dat heeft niet alleen gevolgen voor hemzelf maar ook voor zijn twee medewerkers. [verzoeker] verzoekt daarom om extra tijd om een andere geschikte bedrijfsruimte te zoeken. 4Het verweer 4.1. Pretty Face Holding heeft verweer gevoerd. Zij heeft aangevoerd dat [verzoeker] niet-ontvankelijk is in zijn verzoek omdat hij zijn verzoek tegen de verkeerde partij heeft gericht, namelijk [naam 2] , terwijl die persoon niet de verhuurder is. Voor het geval geoordeeld wordt dat het verzoek wel is gericht tegen de juiste persoon (Pretty Face Holding) voert Pretty Face Holding aan dat [verzoeker] niet niet-ontvankelijk verklaard moet worden in zijn verzoek omdat het om bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:230a BW gaat. Het verzoek tot verlenging van de ontruimingstermijn moet worden afgewezen omdat de belangen van Pretty Face Holding bij voortzetting van het gebruik ernstiger geschaad worden dan de belangen van [verzoeker] in geval van beëindiging van het gebruik. Bovendien gebruikt [verzoeker] het gehuurde niet naar behoren en heeft hij schade toegebracht aan het gehuurde. 5De beoordeling Rectificatie verwerende partij 5.1. De huurovereenkomst is gesloten tussen [verzoeker] als huurder en Pretty Face Holding als verhuurder. [verzoeker] heeft zijn verzoekschrift gericht tegen [naam 2] . Dat is echter niet de contractspartij. De vraag is of [verzoeker] daarom niet-ontvankelijk verklaard moet worden, of dat er een aanpassing in de partijnaam (rectificatie) moet volgen. 5.2. Hierbij gaat het om de vraag wat de wederpartij heeft begrepen of redelijkerwijs moeten begrijpen. In dit geval kan worden aangenomen dat het verzoek van [verzoeker] de juiste partij (en haar advocaat) heeft bereikt, omdat zij zijn verschenen en Pretty Face Holding verweer heeft gevoerd. Dat de wederpartij door de vergissing onredelijk in haar belangen is geschaad is niet gebleken. [naam 2] , tegen wie het verzoek is gericht, is de enig aandeelhouder van Pretty Face Holding. Voldoende is gebleken dat Pretty Face Holding bekend is met het geschil. De rectificatie vindt tijdig plaats, nu hierom door [verzoeker] bij de eerstvolgende gelegenheid, de mondelinge behandeling, is verzocht. 5.3. Gelet op het voorgaande zal de kantonrechter de rectificatie toestaan. [verzoeker] is dus ontvankelijk in zijn verzoek. Deze rectificatie is tevens verwerkt bij de vermelding van de partijnamen in de kop van deze beschikking. Bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:230 a BW of artikel 7:290 BW? 5.4. In dit geschil gaat het allereerst om de vraag welk huurregime van toepassing is: huur van bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 BW of huur van bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:230a BW. Bij 7:290-bedrijfsruimte hebben huurders huurbescherming. Ingeval van een 7:230a-ruimte hebben huurders geen huurbescherming: opzegging van de huurovereenkomst door de verhuurder leidt in principe tot het eindigen van de huur. Wel geniet deze huurder op een in tijd beperkte ontruimingsbescherming. Aan deze laatste kwestie wordt toegekomen na beoordeling van het toepasselijk huurregime. 5.5. Artikel 7:230a BW is van toepassing in het geval dat de huur betrekking heeft op een gebouwde onroerende zaak of een gedeelte daarvan, niet zijnde een woonruimte of bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 BW. Voor de toepasselijkheid van de bepalingen uit artikel 7:290 BW e.v. moet komen vast te staan dat het gaat om een gebouwde onroerende zaak die op grond van de overeenkomst bestemd is om gebruikt te worden als a een kleinhandelsbedrijf, b een restaurant of cafébedrijf, c een afhaal- en besteldienst en d een ambachtsbedrijf, een en ander (dus onder a t/m
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.