RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 21/3549 uitspraak van de meervoudige kamer van 9 februari 2024 in de zaak tussen [eiseres.] , uit [plaats] , eiseres ( [eiseres ] ) (gemachtigde: mr. F.R. Duijn), en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties, verweerder (gemachtigden: mr. M.A. van Werkhoven, H. Meeuwe en drs. N. Kamp). Inleiding
(2)duidelijk vermeld staat dat het op de markt brengen van bamboeproducten met een CE-markering na 8 augustus 2015 niet meer is toegestaan. Dat onder 4. de toezegging is gedaan dat er voor producten die al zijn voorzien van een CE-markering niets verandert volgt de rechtbank niet. Onder 4. wordt een antwoord gegeven op de vraag wat met “plaatsing op de markt” wordt bedoeld. Geantwoord wordt dat dit het moment is wanneer een product voor de eerste keer binnen de Europese markt wordt gebracht. Hierbij wordt wel opgemerkt dat ieder product individueel op de markt wordt gebracht. Dat al vergelijkbare producten eerder op de markt zijn gebracht, maakt dit niet anders. Voor alle producten die na 1 juli 2013 op de markt worden gebracht moet een prestatieverklaring worden getekend en een CE-markering volgens de geldende NEN-EN-norm aangebracht worden, ook als vergelijkbare producten voor deze datum op de markt waren gebracht, zo staat in het antwoord. Is de hoogte van de dwangsom redelijk? 9.1 [eiseres ] stelt dat de dwangsom buitensporig hoog is, omdat het bedrag niet in verhouding staat tot de zwaarte van het vermeende geschonden belang in relatie tot de beoogde werking van de dwangsom. 9.2 Volgens verweerder vertegenwoordigt het op de markt aanbieden van een product met een CE-markering een zekere economische waarde: producten zonder CE-markering zouden minder in trek zijn en mogelijk niet voldoen aan gestelde eisen bij aanbesteding. Een dwangsom van € 3000,- met een maximum van € 9000,- is daarom volgens verweerder niet onredelijk. 9.3 Uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt dat van de dwangsom een zodanige prikkel moet uitgaan, dat de opgelegde last wordt uitgevoerd zonder dat een dwangsom wordt verbeurd. De rechtbank volgt verweerder in zijn motivering van de hoogte van de dwangsom. De hoogte van de te verbeuren dwangsommen is niet disproportioneel. Is de last duidelijk? 10. Alhoewel de rechtbank begrijpt dat [eiseres ] door het vervallen van de oude NEN-EN-norm die ook gold voor haar bamboevloeren zich tekort gedaan en in de steek gelaten voelt, en het gevoel heeft dat de spelregels tijdens de wedstrijd worden gewijzigd, waardoor haar marktpositie is verslechterd, is de rechtbank gelet op het voorgaande van oordeel dat verweerder terecht heeft besloten om handhavend tegen [eiseres ] op te treden. De gegeven last is ook voldoende duidelijk: [eiseres ] mag geen bamboe binnenvloeren meer op de markt aanbieden voorzien van een CE-markering met een prestatieverklaring gebaseerd op de oude NEN-EN-norm. Daar kan geen misverstand over bestaan. Conclusie en gevolgen 11. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat [eiseres ] zich aan de opgelegde last onder dwangsom zal moeten blijven houden om te voorkomen dat zij dwangsommen verbeurt. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. B. Veenman, voorzitter, en mr. M.H. Affourtit-Kramer en mr. D.M. de Feijter, leden, in aanwezigheid van mr. E. Degen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 9 februari 2024. griffier voorzitter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving Bouwbesluit 2012 Artikel 1.10. 1.Handelen in strijd met de verplichtingen die voortvloeien uit de verordening bouwproducten is verboden. 2.Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven over de implementatie van de verordening bouwproducten. Verordening bouwproducten VERORDENING (EU) Nr. 305/2011 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 9 maart 2011 tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad PRESTATIEVERKLARING EN CE-MARKERING Artikel 4 Prestatieverklaring 1. Indien een bouwproduct onder een geharmoniseerde norm valt of in overeenstemming is met een daarvoor verstrekte Europese technische beoordeling, stelt de fabrikant een prestatieverklaring op wanneer een dergelijk product in de handel wordt gebracht. 2. Indien een bouwproduct onder een geharmoniseerde norm valt of in overeenstemming is met een daarvoor verstrekte Europese technische beoordeling, mag elke vorm van informatie over de prestaties met betrekking tot de essentiële kenmerken, vastgelegd in de toepasselijke geharmoniseerde technische specificatie, slechts ter beschikking gesteld worden indien zij in de prestatieverklaring is vermeld en gespecificeerd, behalve indien, in overeenstemming met artikel 5, geen prestatieverklaring is opgesteld. 3. Met het opstellen van de prestatieverklaring neemt de fabrikant de verantwoordelijkheid op zich dat het bouwproduct overeenkomt met de daarin opgegeven prestaties. Zonder objectieve aanwijzingen voor het tegendeel, gaan de lidstaten ervan uit dat de door de fabrikant opgestelde prestatieverklaring nauwkeurig en betrouwbaar is. Artikel 6 Inhoud van de prestatieverklaring 1. De prestatieverklaring formuleert de prestaties van bouwproducten met betrekking tot hun essentiële kenmerken overeenkomstig de relevante geharmoniseerde technische specificaties. 2. De prestatieverklaring bevat in het bijzonder de volgende gegevens: a.
- a)de referentie van het producttype waarvoor de prestatieverklaring is opgesteld;
- b)het systeem of de systemen voor de beoordeling en verificatie van de prestatiebestendigheid van het bouwproduct, vermeld in bijlage V;
- c)het referentienummer en de datum van afgifte van de geharmoniseerde norm of het Europees beoordelingsdocument waarvan gebruik is gemaakt voor de beoordeling van elk essentieel kenmerk;
- d)in voorkomend geval, het referentienummer van de specifieke technische documentatie die is gebruikt en de vereisten waaraan het product volgens de fabrikant voldoet. 3. Voorts bevat de prestatieverklaring de volgende gegevens: a.
- a)het beoogde gebruik van het bouwproduct overeenkomstig de toepasselijke geharmoniseerde technische specificatie;
- b)de lijst van essentiële kenmerken die voor het aangegeven beoogde gebruik in de geharmoniseerde technische specificatie zijn bepaald; L 88/12 Publicatieblad van de Europese Unie 4.4.2011 NL
- c)de prestaties van minstens één essentieel kenmerk van het bouwproduct dat relevant is voor het(
- de)aangegeven beoogde gebruik(en);
- d)in voorkomend geval, de prestaties van het bouwproduct in niveaus of klassen of in een beschrijving, indien nodig op grond van een berekening met betrekking tot de essentiële kenmerken, die overeenkomstig artikel 3, lid 3, zijn bepaald;
- e)de prestaties van die essentiële kenmerken van het bouwproduct die verband houden met het beoogde gebruik of de beoogde gebruiksvormen, met inoverwegingneming van de bepalingen met betrekking tot het beoogde gebruik of de beoogde gebruiksvormen waar de fabrikant voornemens is het product op de markt aan te bieden;
- f)de in de lijst vermelde essentiële kenmerken waarvoor geen prestaties zijn aangegeven, de letters „NPD” (No Performance Determined — geen prestatie bepaald);
- g)indien voor dat product een Europese technische beoordeling is verstrekt, de prestaties van het bouwproduct in niveaus of klassen, of in een beschrijving, met betrekking tot alle essentiële kenmerken die in de betrokken Europese technische beoordeling zijn aangegeven. 4. De prestatieverklaring wordt opgesteld volgens het model in bijlage III. 5. De informatie als bedoeld in artikel 31 of in voorkomend geval in artikel 33 van Verordening (EG) nr. 1907/2006 wordt verstrekt samen met de prestatieverklaring. Artikel 8 Algemene beginselen en gebruik van de CE-markering 1.(..) 2. De CE-markering wordt aangebracht op bouwproducten waarvoor de fabrikant een prestatieverklaring overeenkomstig de artikelen 4 en 6 heeft opgesteld. Als een prestatieverklaring door de fabrikant niet overeenkomstig de artikelen 4 en 6 is opgesteld, mag de CE-markering niet worden aangebracht. Door de CE-markering aan te brengen of te laten aanbrengen, geven de fabrikanten te kennen dat zij de verantwoordelijkheid op zich nemen voor de conformiteit van het product met de aangegeven prestaties en de naleving van alle eisen die zijn vastgelegd in deze verordening en in andere relevante uniale harmonisatiewetgeving waarin het aanbrengen van een markering wordt voorgeschreven. Dit lid laat de voorschriften inzake het aanbrengen van de CEmarkering waarin andere relevante uniale harmonisatiewetgeving voorziet, onverlet. (..) Artikel 2, aanhef en onder 16 Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder „het op de markt aanbieden”: het in het kader van een handelsactiviteit, al dan niet tegen betaling, verstrekken van een bouwproduct met het oog op distributie of gebruik op de uniale markt. Artikel 2, aanhef en onder 17 Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder „in de handel brengen”: het voor het eerst op de uniale markt aanbieden van een bouwproduct; de Europese Verordening (EU) nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad het in het kader van een handelsactiviteit, al dan niet tegen betaling, verstrekken van een bouwproduct met het oog op distributie of gebruik op de uniale markt (Zie artikel 2, onder 16 van de Verordening bouwproducten). Uit het publicatieblad van de Europese Unie van 8 augustus 2014 (2014C 259/01) volgt, anders dan verweerder heeft gesteld, dat de nieuwe norm in werking is getreden op 8 augustus 2014 augustus 2014. Als einddatum van de co-existentieperiode staat in het Publicatieblad 8 augustus 2015 vermeld. waaruit volgt dat geen CE-markering op een product mag worden aangebracht als voor dat product geen geharmoniseerde norm (meer) geldt het voor het eerst op de uniale markt aanbieden van een bouwproduct (zie artikel 2, onder 17 van de Verordening bouwproducten: Dit volgt uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling), zie onder meer de uitspraak van 8 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:916. Bijlage bij door [eiseres ] bij verweerder ingediende zienswijze