← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2024:10569

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 10727062 \ CV EXPL 23-6368 Uitspraakdatum: 2 oktober 2024 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [eiser 1], wonende te [plaats 1]

  1. [eiser 2]wonende te [plaats 2]
  2. [eiser 3]
  3. [eiser 4] beiden wonende te [plaats 1] eisers hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers gemachtigde: [gemachtigde] (handelend onder de naam Claimsnel.nl) tegen de buitenlandse vennootschap Deutsche Lufthansa Aktiengesellschaft gevestigd te Keulen, Duitsland gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. E.C.C.M. Bootsman en mr. F.B. Mahabali (Russell Advocaten) De zaak in het kort De passagiers hebben van de vervoerder - na vermindering van eis – gevorderd dat hij veroordeeld zal worden tot betaling van de proceskosten. Nu de vervoerder de reden is geweest dat er een gerechtelijke procedure gestart moest worden. De kantonrechter volgt deze stelling en veroordeelt de vervoerder in de proceskosten. 1Het procesverloop 1.
  4. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek; 1.
  5. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  6. De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 15 november 2022 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via München (Duitsland) en Toronto (Canada) naar Havana (Cuba), met vluchtcombinatie LH2301, AC835 en AC
  7. 2.
  8. Vlucht LH2301 van Amsterdam naar München, hierna: de vlucht, is vertraagd uitgevoerd. De passagiers hebben de overstap gemist. Zij zijn omgeboekt naar een alternatieve vlucht waarmee zij met een vertraging van meer dan 3 uur op hun eindbestemming zijn aangekomen. 2.
  9. De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.
  10. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
  11. De passagiers vorderen – na vermindering van eis – dat de vervoerder veroordeeld zal worden tot betaling van de proceskosten. 3.
  12. De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd dat deze procedure voorkomen had kunnen worden als de vervoerder in een eerder stadium meer informatie zou hebben gegeven over de oorzaak van de vertraging van de vlucht. Daarom moet de vervoerder de proceskosten vergoeden, aldus de passagiers. 3.
  13. De vervoerder betwist dit. Op zijn verweer wordt – voor zover relevant – ingegaan bij de beoordeling. 4De beoordeling 4.
  14. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
  15. De vervoerder stelt allereerst dat de passagiers niet-ontvankelijk verklaard moeten worden omdat Claimsnel.nl (hierna: Claimsnel) niet rechtsgeldig gemachtigd is om namens de passagiers in rechte te vertegenwoordigen. Claimsnel heeft geen volmachtformulier en ook geen paspoorten van de passagiers in de procedure overgelegd, aldus de vervoerder. 4.
  16. De passagiers hebben bij conclusie van repliek een e-mail van 5 december 2022 aan de vervoerder overgelegd. De e-mail bevat een aanmaning. Daarnaast bevat de e-mail vier volmachtformulieren en kopieën van de paspoorten van de passagiers. 4.
  17. De kantonrechter oordeelt dat de passagiers het hiermee voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij Claimsnel gemachtigd hebben om hen in de procedure te vertegenwoordigen. 4.
  18. Bij conclusie van repliek hebben de passagiers de gevorderde hoofdsom ingetrokken. De passagiers vorderen nog wel vergoeding van de proceskosten. De kantonrechter begrijpt hun betoog zo dat zij stellen dat de vervoerder hen nodeloos heeft gedwongen om deze procedure op te starten. Volgens de passagiers heeft hij niet eerder inhoudelijk gereageerd op de verschillende verzoeken om betaling van de passagiers. Daarom was de stap naar de kantonrechter noodzakelijk om een inhoudelijke reactie van de vervoerder te ontvangen, aldus de passagiers. 4.
  19. De vervoerder betwist dit. Hij voert daartoe aan dat zij niet eerder inhoudelijk heeft kunnen reageren op de vordering. Hij voert daartoe aan dat de vordering van de passagiers naar een e-mailadres van de vervoerder is gestuurd. De vervoerder kan echter alleen vorderingen in behandeling nemen via een webformulier. Daarnaast waren de door de passagiers aangeleverde gegevens niet volledig. De KvK-gegevens zijn namelijk pas op 26 februari 2023 aan de vervoerder gestuurd. Daarnaast waren de kopieën van de paspoorten van de passagiers onleesbaar. Daarom kon hij niet concluderen of de handtekening op de volmachten wel overeenkwam met die op de paspoorten, aldus de vervoerder. 4.
  20. Het betoog van de passagiers slaagt. De kantonrechter gaat voorbij aan het betoog van de vervoerder dat de vordering via een website had moeten worden ingediend, nu vast staat dat hij de e-mails van de passagiers wel heeft ontvangen en (weliswaar afwijzend) daarop heeft gereageerd. De vervoerder heeft niet gemotiveerd waarom de KvK-gegevens noodzakelijk waren voor een inhoudelijke reactie op de passagiers. Ook heeft hij niet aangevoerd dat hij om een (betere) kopie van de paspoorten heeft gevraagd. Bij deze stand van zaken, moet het er dus voor gehouden worden dat de vervoerder eerder inhoudelijk op de aanmaningen van de passagiers had kunnen reageren. Nu hij dit heeft nagelaten, bestaan de kosten van deze procedure uit nodeloos aangewende kosten. Daarom zal de kantonrechter deze voor rekening laten van de vervoerder. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
  21. veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd: dagvaarding € 162,42;griffierecht € 244,00;salaris gemachtigde € 408,00; 5.
  22. verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.