← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2024:10586

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 10831290 \ CV EXPL 23-7983 Uitspraakdatum: 25 september 2024 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [eiser 1], wonende te [plaats 1]

  1. [eiser 2]
  2. [eiser 3] beiden wonende te [plaats 2] eisers hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers gemachtigde: Y. Aoulad (Yource B.V.) tegen de vennootschap naar buitenlands recht Deutsche Lufthansa Aktiengesellschaft gevestigd te Keulen, Duitsland gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. E.C.C.M. Bootsman en mr. F.B. Mahabali (Russel Advocaten) De zaak in het kort In deze zaak draait het om de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging op de eindbestemming te voorkomen dan wel te beperken. De kantonrechter is van oordeel dat deze vraag bevestigend moet worden beantwoord. Het inzetten van een reservetoestel is in dit geval geen redelijke maatregel. 1Het procesverloop 1.
  3. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek; 1.
  4. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  5. De passagier sub 1 heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder haar op 30 juli 2022 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport via München Airport (Duitsland) naar Split Airport (Kroatië) met vluchtcombinatie LH2307 en LH
  6. 2.
  7. De passagiers sub 2 en 3 hebben eveneens met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 30 juli 2022 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport via München Airport (Duitsland)naar Athene (Griekenland), met vluchtcombinatie LH2307 en LH
  8. 2.
  9. Vlucht LH2307 van Amsterdam naar München, hierna: de vlucht, is vertraagd uitgevoerd. De passagiers hebben hun aansluitende vlucht gemist. Zij zijn omgeboekt op een alternatief reisschema. 2.
  10. De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming. 2.
  11. De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.
  12. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
  13. De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1050,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag der incident tot aan de dag der algehele voldoening;- € 190,75, aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten. 3.
  14. De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 voor sub 1 en € 400,00 voor sub 2 en 3 (artikel 7 van de Verordening). 3.
  15. De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging van de vlucht gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening). 4De beoordeling 4.
  16. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
  17. Niet in geschil is dat de vertraging van de vlucht is veroorzaakt door buitengewone omstandigheden. De kantonrechter zal dit dan ook als vaststaand aannemen. 4.
  18. Dan resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te voorkomen dan wel te beperken. De vervoerder voert aan dat van hem niet verwacht kan worden dat hij voor een vertraging van 32 minuten een reservetoestel en -crew inzet. Dit zou niet in verhouding staan met de kosten die dit met zich meebrengt. Dit betoog van de vervoerder slaagt. Niet valt in te zien welke maatregelen de vervoerder nog meer of anders had kunnen nemen om de vertraging te voorkomen. Gelet op het voorgaande zal de vordering van de passagiers worden afgewezen. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
  19. wijst de vordering af; 5.
  20. veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 408,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 135,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt,vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening; 5.
  21. verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door, mr. S. Kleij, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.