RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknr./rolnr.: 10971028 \ CV EXPL 24-637 Uitspraakdatum: 16 oktober 2024 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de besloten vennootschap [naam 2], te [plaats] eisende partij gemachtigde: mr. S.D. Kurz tegen [gedaagde] wonende op een geheim adres in de gemeente [naam 1] gedaagde verder te noemen: [gedaagde] in persoon procederend De zaak in het kort Deze zaak gaat om de vraag of een opdrachtgever moet betalen voor schilderwerk. De kantonrechter is van oordeel dat dit zo is, omdat de opdrachtgever de schilder een redelijke termijn voor herstel van eventuele gebreken had moeten geven maar dat niet heeft gedaan. Partijen hebben een prijs van € 4.000,00 tegen contante betaling afgesproken. De opdrachtgever moet daarvan nog € 2.000,00 betalen. De kantonrechter wijst de tegenvordering van de opdrachtgever af, omdat geen sprake is van verzuim van de schilder en de opdrachtgever het aan de stukadoor betaalde meerwerk niet van de schilder kan terugvorderen. Verder heeft de kantonrechter de aanduiding van de eisende partij gerectificeerd. 1Het procesverloop 1.1. [naam 2] heeft bij dagvaarding van 22 februari 2024 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord en daarbij een tegenvordering ingediend. 1.2. Op 17 september 2024 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. 2De feiten 2.1. [naam 2] (hierna: [naam 2] ) heeft voorheen gehandeld onder de naam [naam 2] (hierna: de eenmanszaak). De eenmanszaak is op 23 mei 2023 voortgezet door de besloten vennootschap [naam 2] (hierna: de bv). [naam 2] is enig bestuurder van de bv. 2.2. De eenmanszaak heeft op 15 mei 2023 een offerte voor schilderwerkzaamheden van € 4.868,44 inclusief btw aan [gedaagde] gestuurd. 2.3. In november en december 2023 heeft [naam 2] schilderwerkzaamheden verricht aan de woning van [gedaagde] . 2.4. De bv heeft voor deze werkzaamheden een factuur van 30 november 2023 van € 2.000 zonder btw (‘btw verlegd’) gestuurd aan Fair Collect B.V. Fair Collect B.V. is het bedrijf van [gedaagde] . Deze factuur is betaald. 2.5. De bv heeft voor de werkzaamheden ook een factuur van 8 januari 2024 gestuurd aan [gedaagde] . In deze factuur is de betaling van € 2000 aangemerkt als aanbetaling en op de kosten in mindering gebracht. De factuur bedraagt daarmee € 4.532,19 inclusief btw. Deze factuur is niet betaald. 3De vordering, het verweer en de tegenvordering 3.1. [naam 2] vordert betaling van € 5.278,41 met de wettelijke handelsrente vanaf 17 februari 2024. [naam 2] legt aan deze vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat [gedaagde] het openstaande bedrag van € 4.532,19 inclusief btw moet betalen, omdat de werkzaamheden zijn afgerond. [gedaagde] is met het verstrijken van de betalingstermijn in verzuim. Hij is daarom de wettelijke handelsrente verschuldigd (€ 44,69 per 16 februari 2024). [gedaagde] moet ook de gemaakte buitengerechtelijke kosten vergoeden (€ 701,53). 3.2. [gedaagde] voert verweer. De kantonrechter zal dat verweer - voor zover relevant - hierna bespreken. 3.3. [gedaagde] vordert bij wijze van tegenvordering betaling van € 6.446,89. Hij legt aan de tegenvordering ten grondslag – kort weergegeven – dat de overeenkomst is ontbonden en de bv de schade moet vergoeden (€ 3.924 voor herstelschilderwerk). Daarnaast heeft de bv [gedaagde] niet gewaarschuwd voor het meerwerk van de stukadoor en heeft [gedaagde] daarom € 1000 onverschuldigd betaald. Verder heeft de bv het behang in een van de slaapkamers niet in motief geplakt. De herstelkosten bedragen € 500. Ook heeft de bv de woning besmeurd met verf. De kosten voor het schoonmaken bedragen € 250. [gedaagde] maakt verder aanspraak op de wettelijke rente (€ 114,19) en de buitengerechtelijke kosten (€ 658,70). 3.4. [naam 2] betwist de tegenvordering. 4De beoordeling de vordering 4.1. Deze zaak gaat om de vraag of [gedaagde] de factuur van [naam 2] van 8 januari 2024 moet betalen. De kantonrechter beantwoordt deze vraag bevestigend en licht dat hierna toe. Rectificatie van de aanduiding van de eisende partij ( [naam 2] ) 4.2. Het eerste verweer van [gedaagde] is dat [naam 2] niet in de vordering kan worden ontvangen, omdat [gedaagde] een overeenkomst heeft gesloten met de eenmanszaak en de eenmanszaak is opgeheven en voortgezet door de bv. Volgens [gedaagde] kan hij niet in verzuim zijn met de betaling van de factuur van de bv, omdat hij daarmee geen overeenkomst heeft gesloten. De kantonrechter volgt dit standpunt niet. 4.3. Het staat vast dat de eenmanszaak niet meer bestaat en is voortgezet door de bv. Dat betekent dat de eisende partij in de dagvaarding verkeerd is aangeduid. Een verkeerde partijaanduiding leidt niet zonder meer tot niet-ontvankelijkheid. Rectificatie van een aanvankelijk onjuiste partijaanduiding is een aanvaardbaar middel tot herstel van een gemaakte vergissing als het onder de gegeven omstandigheden voor de processuele wederpartij kenbaar was dat van een vergissing sprake was, die wederpartij door die vergissing en de rectificatie daarvan niet is benadeeld of in haar verdediging geschaad, en de rectificatie tijdig heeft plaatsgevonden. 4.4. [naam 2] is namens de bv op de zitting verschenen en heeft daar de vergissing in de partijaanduiding en het standpunt van de bv toegelicht. De kantonrechter vat dit standpunt op als een rectificatie van de partijaanduiding, namelijk ‘de besloten vennootschap [naam 2] ’ in plaats van ‘ [naam 2] handelend onder de naam [naam 2] ’. 4.5. In de gegeven omstandigheden was het voor [gedaagde] kenbaar dat sprake was van een vergissing. [gedaagde] is door de vergissing en rectificatie niet benadeeld of in zijn belangen geschaad. Hij is bekend met de offertes van de eenmanszaak en facturen van de bv, hij weet om welke werkzaamheden en kosten het gaat en hij weet tot wie hij zich in de praktijk moet richten (de persoon [naam 2] ). [gedaagde] heeft voorafgaand aan de procedure ook verweer gevoerd tegen de vordering. En de rectificatie van de partijaanduiding heeft tijdig plaatsgevonden. 4.6. De kantonrechter zal daarom de naam van de eisende partij in de dagvaarding rectificeren en uitgaan van de besloten vennootschap [naam 2] als eisende partij. Deze rectificatie is al doorgevoerd in de kop van het vonnis. Er is geen fatale oplevertermijn overeengekomen 4.7. [gedaagde] voert in de tweede plaats aan dat het schilderwerk uiterlijk op 7 december 2023 zou worden opgeleverd, omdat op 8 december 2023 de vloer gelegd zou worden. De bv betwist dat een harde opleverdatum is afgesproken. De kantonrechter is het eens met de bv. 4.8. In de offertes staat geen termijn voor oplevering vermeld. [gedaagde] stelt op de zitting dat de opleverdatum mondeling is afgesproken. Volgens [gedaagde] is het een nieuwbouwwoning en wordt alles achter elkaar ingepland. De kantonrechter kan hieruit niet afleiden dat partijen een opleverdatum hebben afgesproken. [gedaagde] heeft daarvoor te weinig gesteld. Uit de WhatsAppberichten blijkt ook niet dat er een opleverdatum is afgesproken. [naam 2] heeft in die berichten gezegd dat het afhankelijk is van de stukadoor. Op de vraag van [gedaagde] of hij het redt en negen dagen goed is, heeft [naam 2] geantwoord “wanneer hij start wel. Tis wel krap met droging”. Hieruit volgt al dat partijen niet hebben afgesproken dat de werkzaamheden op 7 december 2023 klaar zouden zijn. Dit betekent dat de bv niet in verzuim is wegens een te late oplevering. [gedaagde] heeft de bv geen gelegenheid tot oplevering of herstel gegeven 4.9. Het derde verweer van [gedaagde] is dat de bv een ernstige wanprestatie heeft geleverd en zonder ingebrekestelling in verzuim is geraakt. Elke ruimte in de woning vertoont ernstige gebreken en de vloeren, wanden, deuren en zelfs de vensterbanken aan de buitenzijde van de woning zijn besmeurd met verfvlekken en spetters. Volgens [gedaagde] heeft de bv herstelwerkzaamheden verricht maar vertoonde het werk daarna nog meer gebreken. De bv betwist dat sprake is van gebreken en tekortschieten. Volgens de bv is het werk nog niet opgeleverd, heeft [gedaagde] haar niet in staat gesteld het werk op te leveren of te herstellen en is daarom sprake van (schuldeisers)verzuim van [gedaagde] . De kantonrechter volgt het standpunt van de bv. 4.10. Uit de WhatsAppberichten blijkt dat de bv het werk meerdere keren heeft willen opleveren. Partijen zijn het erover eens dat zij de werkzaamheden aanvankelijk op 8 december 2023 zouden nalopen. [naam 2] heeft die ochtend aan [gedaagde] geappt dat hij die middag zijn centjes moet meenemen. [gedaagde] heeft daarop gereageerd dat ze eerst even gaan praten. Vervolgens heeft [naam 2] ’s middags aan [gedaagde] geappt dat ze maandag meteen gaan opleveren. Het gaat om maandag 11 december 2023. Op de zitting is gebleken dat de oplevering op 11 december 2023 niet heeft plaatsgevonden. [naam 2] was wel aanwezig, maar door omstandigheden was [gedaagde] er niet. In overleg is de oplevering verplaatst naar woensdag 13 december 2023. Die dag was [gedaagde] wel aanwezig, maar door omstandigheden was [naam 2] er niet. Partijen hebben vervolgens afgesproken om de werkzaamheden op vrijdag 15 december 2023 op te leveren. Maar zover is het niet gekomen. 4.11. [gedaagde] heeft op 14 december 2023 een aantal foto’s aan [naam 2] geappt. [naam 2] heeft daarop gereageerd dat hij morgen het rondje kan doen en de laatste punten kan nalopen en afronden en ze het direct kunnen afsluiten. Vervolgens heeft [gedaagde] aan [naam 2] geappt dat hij er echt geen vertrouwen meer in heeft. [naam 2] heeft geantwoord dat het vervelend is dat ze een aantal punten hebben gemist maar ze deze graag willen oplossen zoals het hoort. [gedaagde] heeft gereageerd dat de foto’s voor zich spreken en hij het hierbij wil laten, hij er geen vertrouwen meer in heeft dat het nog goed gaat komen en dat hij iemand anders het werk gaat laten herstellen. Dit betekent dat er geen oplevering heeft plaatsgevonden op 15 december 2023. Dit heeft tot gevolg dat [gedaagde] de bv nog minimaal een keer een redelijke termijn voor herstel van eventuele gebreken had moeten geven. Dat heeft hij niet gedaan. 4.12. [gedaagde] heeft op 23 december 2023 [naam 2] aansprakelijk gesteld en de overeenkomst ontbonden. [naam 2] (of de
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.