RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11121107 \ VV EXPL 24-102 Uitspraakdatum: 24 juli 2024 Vonnis van de kantonrechter in kort geding in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiser] BV, gevestigd te [plaats], eisende partij, hierna te noemen: [eiser], gemachtigde: mr. O.J. Boeder, tegen 1de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde 1] B.V., handelend onder de naam [bedrijf] gevestigd te [plaats],
- [gedaagde 2], wonende te [plaats], gedaagde partijen, hierna samen te noemen: [gedaagde 1] en [gedaagde 2], beiden niet verschenen. 1Het procesverloop 1.
- [eiser] heeft [gedaagde 1] en [gedaagde 2] op 6 juni 2024 gedagvaard. 1.
- De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 10 juli
- [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. Tegen [gedaagde 1] en [gedaagde 2] is verstek verleend. 1.
- De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat [eiser] ter toelichting van haar standpunten naar voren heeft gebracht. Voorafgaand aan de zitting heeft [gedaagde 2] bij e-mailbericht van 10 juli 2024 stukken toegezonden. 2De beoordeling 2.
- [eiser] vordert – na vermindering van eis en voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] tot betaling van € 1.494,21 en de proceskosten. 2.
- Zij legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat [gedaagde 1] de huurtermijn over de maand juli 2024 niet heeft voldaan. [gedaagde 2] is via zijn holding [gedaagde 1] Holding B.V. enig en indirect bestuurder, aandeelhouder en Ultimate Beneficial Owner (UBO) van [gedaagde 1], zodat het in zijn macht ligt om [gedaagde 1] haar verplichtingen jegens [eiser] te laten nakomen. 2.
- De kantonrechter zal de vordering ten aanzien van [gedaagde 1] toewijzen, nu deze naar haar aard spoedeisend is en niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. 2.
- De vordering tot veroordeling van [gedaagde 2] tot betaling van de huurtermijn over de maand juli 2024 worden afgewezen, omdat dit deel van de vordering de kantonrechter onrechtmatig of ongegrond voorkomt. De kantonrechter begrijpt dat [eiser] een beroep doet op de aansprakelijkheid van [gedaagde 2] in zijn hoedanigheid van – indirect – bestuurder van [gedaagde 1]. Indien een vennootschap tekortschiet in de nakoming van een verbintenis of een onrechtmatige daad pleegt, is uitgangspunt dat alleen de vennootschap aansprakelijk is voor daaruit voortvloeiende schade. Onder bijzondere omstandigheden is, naast aansprakelijkheid van die vennootschap, ook ruimte voor aansprakelijkheid van een bestuurder van de vennootschap. Voor het aannemen van zodanige aansprakelijkheid is vereist dat die bestuurder ter zake van de benadeling persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. [eiser] heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hier in dit geval sprake van is. 2.
- De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde 1], omdat zij ongelijk krijgt. Daarbij merkt de kantonrechter op dat ([gedaagde 2] namens) [gedaagde 1] op 9 juli 2024 een bedrag van € 9.669,00 heeft overgemaakt op de derdengeldenrekening van Boeder Incasso en Gerechtsdeurwaarders, waarmee onder meer € 116,39 aan ‘kosten dagvaarding’ en een bedrag van € 339,00 aan ‘salaris dagvaarding’ zijn voldaan. Deze kosten worden op de toewijsbare proceskosten in mindering gebracht. 3De beslissing De kantonrechter: 3.
- veroordeelt [gedaagde 1] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 1.494,21; 3.
- veroordeelt [gedaagde 1] tot betaling van de proceskosten, zoals opgenomen in overweging 2.5., die de kantonrechter aan de kant van [eiser] tot en met vandaag vaststelt op: dagvaarding € 0,00; (€ 116,39 - € 116,39)griffierecht € 533,00; salaris gemachtigde € 204,00; (€ 543,00 - € 339,00) 3.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 3.
- wijst de gevorderde voorziening voor het overige af. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter