RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 10707163 \ CV EXPL 23-6075 Uitspraakdatum: 18 september 2024 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [eiser 1], wonende te [plaats 1],
- [eiser 2],
- [eiser 3],
- [eiser 4],
- [eiser 5],
- [eiser 6],
- [eiser 7],allen wonende te [plaats 2],
- [eiser 8], wonende te [plaats 3],
- [eiser 9], wonende te [plaats 2], eisers hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers gemachtigde: Yource B.V. tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht Austrian Airlines gevestigd te Wenen (Oostenrijk) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. E.C.C.M. Bootsman & mr. F.B. Mahabali 1Het procesverloop 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 21 augustus 2023: - de conclusie van antwoord van 20 september 2023; - de conclusie van repliek van 18 oktober 2023; - de conclusie van dupliek van 7 februari
- 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 19 juli 2022 vervoeren van Amsterdam Schiphol Airport via Wenen (Oostenrijk) naar Varna (Bulgarije) met de vluchtcombinatie OS372 en OS
- 2.
- De vlucht van Amsterdam naar Wenen is vertraagd uitgevoerd. De passagiers hebben de aansluitende vlucht naar Varna gemist. Zij zijn omgeboekt op vlucht OS763 van 20 juli 2022, waarmee zij 23 uur en 57 minuten later dan oorspronkelijk gepland op de overeengekomen eindbestemming zijn aangekomen. 2.
- De passagiers hebben compensatie en financiële schadevergoeding van de vervoerder gevorderd. 2.
- De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
- De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 3.761,50, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de vluchtdatum tot aan de dag der algehele voldoening;- € 606,39 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten. 3.
- Daarnaast vorderen de passagiers afgifte van een certificaat zoals bedoeld in artikel 53 van de herziene EEX-Verordening. 3.
- De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,- per passagier (artikel 7 van de Verordening). Daarnaast stellen de passagiers dat de vervoerder de extra gemaakte kosten voor vervoer tussen de luchthaven en accommodatie, en maaltijden en verfrissingen dient te vergoeden tot een bedrag van € 161,50 (artikel 9 van de Verordening dan wel artikel 19 van het Verdrag van Montreal). 3.
- De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan. 4De beoordeling 4.
- De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. Compensatie 4.
- De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de vertraging van de vlucht is veroorzaakt door een samenloop van vertragingsoorzaken, waarbij de ATFM slotrestricties de doorslaggevende factor hebben gevormd. Ook indien het toestel geen hinder zou hebben ondervonden van het tekort aan beveiligingspersoneel op Schiphol, en de vlucht dus tijdig klaar zou hebben gestaan voor vertrek, diende de vervoerder de instructies van de luchtverkeersleiding op te volgen. De eerste gewijzigde slottijd werd immers ruim twee uur voor de geplande vertrektijd aan de vlucht opgelegd. De vervoerder is verplicht slotrestricties van de luchtverkeersleiding op te volgen, hij kan daarop geen invloed uitoefenen. De conclusie is dat het beroep op buitengewone omstandigheden slaagt. 4.
- De vervoerder heeft verder voldoende aannemelijk gedaan dat hij er alles aan heeft gedaan om de passagiers zo snel mogelijk naar de overeengekomen eindbestemming te vervoeren. Gelet op het voorgaande zal de vordering tot compensatie van de passagiers worden afgewezen. Schadevergoeding 4.
- De vervoerder heeft geen verweer gevoerd tegen de gevorderde financiële schadevergoeding, zodat dit deel van de vordering zal worden toegewezen. Proceskosten 4.
- De kantonrechter ziet aanleiding om de proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 161,50, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 19 juli 2022 tot aan de dag der algehele voldoening; 5.
- bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt; 5.
- wijst de vordering voor het overige af. 5.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter