RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 10636596 \ CV EXPL 23-4952 Uitspraakdatum: 2 oktober 2024 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de rechtspersoon naar buitenlands recht AirHelp Germany GmbH gevestigd te Berlijn (Duitsland) eiseres hierna te noemen: Airhelp gemachtigde: mr. D.E. Lof tegen de commanditaire vennootschap Transavia Airlines C.V. gevestigd te Schiphol gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. L. Kloot 1Het procesverloop 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. [betrokkene 1] en [betrokkene 2] (hierna: de passagiers) hebben met KLM een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 14 augustus 2022 vervoeren van Ljubljana (Slovenië) via Amsterdam naar Edinburgh (Verenigd Koninkrijk). 2.2. Vlucht HV6820 (codeshare KL2741) van Ljubljana naar Amsterdam (hierna: de vlucht) is vertraagd uitgevoerd. De passagiers hebben hun aansluitende vlucht naar Edinburgh gemist. KLM heeft de passagiers vervolgens omgeboekt naar de KL1277 van 15 augustus 2022. 2.3. De passagiers hebben hun eventuele vorderingsrecht aan Airhelp overgedragen. 2.4. Airhelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.5. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.1. Airhelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 800,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de vluchtdatum tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.2. Airhelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,- per passagier (artikel 7 van de Verordening). 3.3. De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan. 4De beoordeling 4.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.2. De vervoerder heeft aangevoerd dat de vertraging van vlucht HV6820 te wijten is aan de vertraging van de voorafgaande vlucht, de HV6819. Deze vlucht is met een vertraging van 58 minuten aangekomen te Ljubljana. Die vertraging is geheel te wijten aan slotberichten van de luchtverkeersleiding, aldus de vervoerder. 4.3. De kantonrechter overweegt dat wat daar ook van zij, niet is gebleken in hoeverre deze vertraging doorwerkt naar de vlucht in kwestie. Airhelp heeft terecht opgemerkt dat de vervoerder geen vluchtrapport van de vlucht in kwestie heeft overgelegd, waarin met IATA code(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.