← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2024:11223

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Bestuursrecht zaaknummer: HAA 24/6641 uitspraak van de voorzieningenrechter van 1 november 2024 in de zaak tussen [verzoeker] , uit Santpoort-Noord, verzoeker, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Velsen. Inleiding 1.1 In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de afwijzing van de aanvraag van verzoeker om informatie op grond van de Wet open overheid (Woo). 1.2 Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 12 september 2024 afgewezen, omdat de informatie waarover het college beschikt al openbaar is. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen deze afwijzing en de voorzieningenrechter in verband met deze afwijzing verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Beoordeling door de voorzieningenrechter 2.1 De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist. 2.2 De conclusie is dat er geen spoedeisend belang is. Het verzoek is dan ook kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening daarom af. 2.3 Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is. Overwegingen

  1. De voorzieningenrechter stelt voorop dat de voorlopige voorzieningenprocedure is bedoeld om in afwachting van de uitkomst van de bezwaarprocedure een voorlopige maatregel te treffen. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist. Er moet dus niet gewacht kunnen worden op de afhandeling van het geschil in de hoofdzaak. Daarvan kan sprake zijn als er door de werking van het besluit een feitelijke of juridische situatie zou ontstaan die onomkeerbare gevolgen zou hebben.
  2. Verzoeker voert hierover aan dat hij te lang heeft moeten wachten op een besluit op zijn verzoek van 13 juni 2022 waarin hij heeft verzocht om Woo-informatie omtrent de plannen voor een azc in Santpoort-Noord. Het gaat hier om een actueel maatschappelijk belang en tijdgevoelige informatie die samenhangt met politieke ontwikkelingen. Met een getroffen voorlopige voorziening kunnen voldongen feiten en verdere vertraging worden voorkomen. Bovendien zal van het treffen van een voorlopige voorziening precedentwerking uitgaan die het vertrouwen in de overheid ten goede zal komen. 5.1 De voorzieningenrechter is van oordeel dat een voldoende spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening in dit geval ontbreekt. Daarvoor is het volgende van belang. 5.2 Een verzoek om voorlopige voorziening waarin wordt gevraagd om openbaarmaking van de gevraagde stukken komt niet snel voor toewijzing in aanmerking, omdat een dergelijke voorziening een onomkeerbaar karakter heeft. Als stukken eenmaal openbaar zijn, zijn zij openbaar. Ook maakt een dergelijke voorziening een beslissing op het bodemgeding zinloos. Daarom is voor toewijzing van een dergelijk verzoek in beginsel alleen plaats als ernstig moet worden getwijfeld aan de rechtmatigheid van het besluit én er een zeer zwaarwegend spoedeisend belang is dat het treffen van een dergelijke voorziening noodzakelijk maakt. 5.3 Daarbij komt dat verzoeker onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het maatschappelijke belang bij openbaarmaking zodanig tijdgevoelig is dat de bodemprocedure niet kan worden afgewacht. Ook heeft verzoeker onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake zal zijn van voldongen feiten als hij de uitkomst van de bezwaarprocedure moet afwachten. 5.4 Verder is dit geen situatie waarin voor de voorzieningenrechter op voorhand duidelijk is dat de mededeling, dat alle relevante informatie al openbaar is, onjuist is. Van een evident onjuist (onrechtmatig) besluit is dan geen sprake. Conclusie en gevolgen
  3. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. W.B. Klaus, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. Degen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 1 november
  4. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.