RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 8340417 \ CV EXPL 20-1952 Uitspraakdatum: 23 oktober 2024 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: [eiser] wonende te [plaats] eiser hierna te noemen: de passagier gemachtigde mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.) tegen de vennootschap naar buitenlands recht British Airways Plc gevestigd te Cardiff, Verenigd Koninkrijk gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde mr. J.J.O. Zandt (Ploum) 1Het procesverloop 1.
- De passagier heeft bij dagvaarding van 2 december 2019 een vordering tegen de vervoerder ingesteld. De vervoerder heeft schriftelijk geantwoord. 1.
- De passagier heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna de vervoerder een schriftelijke reactie heeft gegeven. 2De feiten 2.
- De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder de passagier op 31 mei 2018 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Heathrow Airport, Londen, Verenigd Koninkrijk, naar Changi Airport, Singapore, met de vluchtcombinatie BA433 en BA
- 2.
- De vervoerder heeft vlucht BA433 van Amsterdam naar Londen (hierna: de vlucht) geannuleerd. De passagier is omgeboekt naar een alternatieve vlucht waarmee hij met meer dan drie uur vertraging op de eindbestemming is aangekomen. 2.
- De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.
- De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
- De passagier vordert dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 300,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 juni 2018, althans vanaf de datum van ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van de betekening van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening; - € 90,75 dan wel € 54,45 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.
- De passagier heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 300,00 (artikel 7 van de Verordening). 3.
- De vervoerder stelt dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden (artikel 5 lid 3 van de Verordening). Deze konden ondanks het treffen van redelijke maatregelen niet voorkomen worden. 4De beoordeling 4.
- De kantonrechter stelt ambtshalve vast hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
- Volgens de vervoerder was de annulering van de vlucht het gevolg van (verwachte) slechte weersomstandigheden, namelijk onweer. Hierdoor werd de capaciteit op de luchthaven van Londen beperkt en was het niet mogelijk om de vlucht uit te voeren. Deze weersomstandigheden en capaciteitsbeperking werden de dag van tevoren al verwacht. Daarom heeft de vervoerder de vlucht geannuleerd (zie de overgelegde onderzoeks- weer- en vluchtrapporten). 4.
- De passagier betwist dat er sprake was van slechte weersomstandigheden of een capaciteitsbeperking en heeft aangevoerd dat een capaciteitsbeperking geen buitengewone omstandigheid is. Volgens de passagier waren de omstandigheden goed genoeg om te vliegen. Dit blijkt uit een weerrapport en uit het feit dat er meerdere vluchten probleemloos zijn geland ten tijde van de geplande aankomsttijd van de vlucht, aldus de passagier. 4.
- De vervoerder heeft hier tegenin gebracht dat uit het door hem overgelegde weerrapport blijkt dat er sprake was van cumulonimbuswolken, die een groot risico op onweer met zich meebrengen. Uit de overgelegde weersvoorspelling blijkt dat er in ieder geval onweer werd verwacht. Er gold een flow rate van 35 tot 41 vluchten per uur, terwijl normaal gesproken een flow rate van 48 vluchten per uur geldt. De luchthaven van Londen is de thuisbasis van de vervoerder, waardoor hij bij een capaciteitsbeperking vrijwel altijd vluchten zal moeten annuleren. Om te bepalen welke vluchten geannuleerd moeten worden, houdt de vervoerder rekening met verschillende factoren. Op basis daarvan heeft de vervoerder de vlucht in kwestie geannuleerd. 4.
- De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder, gelet op de gemotiveerde betwisting daarvan door de passagiers, onvoldoende heeft onderbouwd dat de weersomstandigheden op 31 mei 2018 zodanig waren dat deze de uitvoering van de vlucht in kwestie zouden verhinderen. Wel heeft de vervoerder voldoende onderbouwd dat er als gevolg van de weersvoorspellingen capaciteitsbeperkingen golden op de luchthaven van Londen. 4.
- Een capaciteitsbeperking kan een buitengewone omstandigheid zijn als de luchtvaartmaatschappij aantoont dat zij, gelet op de duur en de mate van de beperkingen, geen andere keuze had dan tot annulering van de vlucht over te gaan. In dit geval heeft de vervoerder voldoende aannemelijk gemaakt dat er op 31 mei 2018 een groot aantal vluchten geannuleerd moesten en dat de vlucht in kwestie daar één van was. Daarbij moet de luchtvaartmaatschappij de mogelijkheid hebben om zelfstandig een afweging te maken welke vluchten er precies geannuleerd worden. Daarom is de annulering van de vlucht het gevolg geweest van buitengewone omstandigheden. 4.
- Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging te beperken of te voorkomen. De passagier betwist dit en voert daartoe aan dat de vervoerder hem had moeten omboeken op een eerdere alternatieve vlucht, namelijk vlucht KL1023 van KLM. Hiermee had hij de aansluitende vlucht kunnen halen. De vervoerder heeft hier tegenin gebracht dat hij gebruikmaakt van een automatisch boekingssysteem waarmee passagiers automatisch worden omgeboekt naar de eerst mogelijke alternatieve vlucht. Daarnaast konden niet alle passagiers van de geannuleerde vlucht omgeboekt worden naar de door de passagier genoemde vlucht. 4.
- Het betoog van de vervoerder slaagt. Hij heeft voldoende onderbouwd dat het niet mogelijk was om alle passagiers van de geannuleerde vlucht om te boeken op het door de passagier voorgestelde eerdere alternatief. De passagier heeft daartegenover onvoldoende onderbouwd dat er plaats op de alternatieve vlucht zou zijn. Daarom heeft de vervoerder alle redelijke maatregelen genomen om de vertraging van de passagier te beperken. De vordering zal daarom worden afgewezen. 4.
- De proceskosten komen voor rekening van de passagier, omdat deze in het ongelijk wordt gesteld. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagier, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten en de nakosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
- wijst de vordering af; 5.
- veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 164,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagier tot betaling van € 41,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening; 5.
- verklaart dit vonnis – wat de proceskosten betreft – uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter