1RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 10960932 \ CV EXPL 24-1516 Uitspraakdatum: 13 november 2024 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: [eiseres] wonende te [plaats] eiseres hierna te noemen: de passagier gemachtigde: Aviclaimrolgemachtigde: mr. A.Y. Lai tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht Deutsche Lufthansa Aktiengesellschaft gevestigd te Keulen (Duitsland) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. E.C.C.M. Bootsman en mr. F.B. Mahabali 1Het procesverloop 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder haar op 21 juli 2023 vervoeren van Salzburg (Oostenrijk) via Frankfurt (Duitsland) naar Amsterdam, met de vluchten LH1107 en LH
- 2.
- De vlucht van Salzburg naar Frankfurt (LH1107, hierna: de vlucht) is vertraagd uitgevoerd. De passagier heeft haar aansluitende vlucht naar Amsterdam gemist. De passagier is daarom omgeboekt op vlucht LH986, waarmee zij 9 uur en 32 minuten later dan oorspronkelijk gepland in Amsterdam is aangekomen. 2.
- De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder verzocht. 2.
- De vervoerder heeft niet uitbetaald.
- Het geschil 3.
- De passagier vordert – na vermindering van eis – dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente. 3.
- De passagier heeft – samengevat – aan de vordering ten grondslag gelegd dat deze procedure voorkomen had kunnen worden als de vervoerder in een eerder stadium meer informatie zou hebben gegeven over de oorzaak van de vertraging van de vlucht. Daarom moet de vervoerder de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten vergoeden. 3.
- De vervoerder voert betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan. 4De beoordeling 4.
- De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
- De passagier heeft bij conclusie van repliek erkend dat haar geen compensatie toekomt als bedoeld in artikel 7 van de Verordening en hebben de gevorderde hoofdsom ingetrokken. De passagier vordert nog wel vergoeding van de buitengerechtelijke kosten en proceskosten. Zij stelt daartoe dat de vervoerder haar nodeloos heeft gedwongen om deze procedure op te starten omdat hij voorafgaand aan de procedure geen informatie over de oorzaak van de vertraging heeft gegeven. 4.
- De vervoerder betwist dit. Hij voert aan dat hij de vordering niet in behandeling kon nemen omdat de gemachtigde van de passagiers geen incassoregistratie had overgelegd. Dit is volgens de Duitse wetgeving verplicht. Omdat de gemachtigde van de passagier overgaat tot het innen van vorderingen in Duitsland, wordt de minnelijke relatie tussen haar en de vervoerder beheerst door de Duitse wet. Als de gemachtigde van de passagier aan de Duitse wetgeving had voldaan, had de vervoerder alle benodigde informatie kunnen overleggen en was de procedure niet nodig was geweest, aldus de vervoerder. Dit volgt volgens de vervoerder uit de Rechtsdienstleistungsgesetsz (RDG). Dit is een Duitse wet die beperkingen stelt aan buitengerechtelijke (incasso) diensten. 4.
- De kantonrechter overweegt als volgt. Uit de brieven die door de passagier zijn overgelegd blijkt dat de vervoerder heeft verzocht om een incassoregistratie van de gemachtigde van de passagiers, zoals vastgelegd in de eerder genoemde Duitse wetgeving. Hij heeft aangegeven pas na ontvangst hiervan inhoudelijk te kunnen reageren. Het is niet gebleken waarom de passagier niet aan dit verzoek heeft voldaan. Het verzoek van de vervoerder is naar het oordeel van de kantonrechter niet onredelijk. Nu de passagier heeft nagelaten om aan dit verzoek te voldoen, kan de vervoerder niet worden verweten dat hij niet eerder inhoudelijk heeft gereageerd dan bij conclusie van antwoord. De vordering van de passagier zal daarom worden afgewezen. 4.
- De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat zij ongelijk krijgen. Daarbij worden de passagiers ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de vervoerder worden gemaakt. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
- wijst de vordering af; 5.
- veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,- aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagier tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening; 5.
- verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Producties 2 t/m 4 bij de inleidende dagvaarding.