← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2024:12240

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Zaanstad Zaaknr./rolnr.: 10923458 \ CV EXPL 24-319 Uitspraakdatum: 5 december 2024 Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van: [eiser] gevestigd te [plaats 1] de eisende partij gemachtigde: Deurwaarderskantoor Holland tegen [gedaagde] wonende te [plaats 2] de gedaagde partij niet verschenen 1Het procesverloop 1.

  1. De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend. 2De beoordeling 2.
  2. De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 3.619,06, te vermeerderen met de wettelijke rente en de proces- en nakosten. 2.
  3. De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. Anders dan door de eisende partij in de dagvaarding gesteld, is de kantonrechter van oordeel dat uit de door de eisende partij geschetste omstandigheden volgt dat er sprake is van een ‘op afstand gesloten overeenkomst’ in plaats van een ‘buiten een verkoopruimte’ gesloten overeenkomst. Dit omdat de eisende partij in de dagvaarding stelt dat, nadat partijen contact hebben gehad, per e-mail een offerte is toegestuurd aan de gedaagde partij, waarna de gedaagde partij deze ondertekend retour heeft gestuurd en de overeenkomst daarmee tot stand is gekomen. Partijen zijn dus niet fysiek bij elkaar geweest op het moment dat de overeenkomst is gesloten. Hierdoor is sprake van een op afstand gesloten overeenkomst. 2.
  4. Bij het sluiten van een dergelijke overeenkomst moet een handelaar voldoen aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van artikel 6:230m lid 1 onder a,b,c,e,f,g,h,i,j,o en p en 6:230v Burgerlijk Wetboek (BW). Dit ter bescherming van de consument. (pre)contractuele informatieplichten 2.
  5. De kantonrechter is van oordeel dat de eisende partij voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de precontractuele informatieverplichtingen van artikel 6:230m lid 1 BW. De contractuele informatieplicht 2.
  6. Voor wat betreft de contractuele informatieplicht (artikel 6:230v lid 7 BW) heeft de eisende partij nagelaten (voldoende) te stellen en onderbouwen dat deze is nagekomen. In de overgelegde offerte ontbreekt namelijk informatie over het al dan niet bestaan van het ontbindingsrecht (sub h dan wel k). In de dagvaarding heeft de eisende partij toegelicht dat de gedaagde partij in dit geval niet het recht had de overeenkomst te ontbinden, omdat de gedaagde partij de taxatierapporten op korte termijn nodig had. Dit verweer faalt. Ook wanneer een overeenkomst op korte termijn moet worden uitgevoerd dient een handelaar de consument te wijzen op de mogelijkheid om de overeenkomt te ontbinden. Welke sanctie hoort hierbij? 2.
  7. De schending van de precontractuele informatie over het herroepingsrecht heeft tot gevolg dat de herroepingstermijn van veertien dagen is verlengd tot het moment waarop alle ontbrekende gegevens alsnog op de voorgeschreven wijze aan de gedaagde partij zijn verstrekt, echter met ten hoogste twaalf maanden (artikel 6:230o lid 2 BW). Nu deze termijn al is verstreken en niet is gesteld of gebleken dat de gedaagde partij de overeenkomsten heeft willen herroepen, zal de kantonrechter aan dit gebrek enkel de hieronder te noemen sanctie verbinden. 2.
  8. Gelet op de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) en onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 moet de kantonrechter aan de schending van de informatieplichten gevolgen verbinden door passende maatregelen te nemen die de consument effectieve rechtsbescherming bieden. Die maatregelen moeten doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig zijn. 2.
  9. In deze zaak heeft de eisende partij de essentiële (pre)contractuele informatieplicht zoals opgenomen in artikel 6:230m lid 1 onder h BW geschonden. Met het oog op voornoemde Europeesrechtelijke beginselen en jurisprudentie van het HvJ EU en de Hoge Raad, zal de kantonrechter de overeenkomsten gedeeltelijk vernietigen. Omdat alleen de (pre)contractuele informatie over het herroepingsrecht is geschonden is de kantonrechter van oordeel dat, mede gelet op de aard van de onderhavige overeenkomsten, een vernietiging van 10% van de door de gedaagde partij verschuldigde hoofdsom voldoende doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig is. Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden 2.
  10. De kantonrechter moet ook ambtshalve beoordelen of op de overeenkomst met de gedaagde partij algemene voorwaarden van toepassing zijn en zo ja, of daarin geen bedingen zijn opgenomen die oneerlijk zijn ten opzichte van een consument, in de zin van artikel 3 van de Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn). De kantonrechter oordeelt dat in de door de eisende partij overgelegde voorwaarden geen bedingen zijn opgenomen die oneerlijk zijn ten opzichte van een consument. Wat is toewijsbaar 2.
  11. Gelet op het voorgaande is een bedrag van € 2.734,48 (€ 3.038,31 x 0,90) aan hoofdsom toewijsbaar. 2.
  12. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen volgens het wettelijke tarief dat hoort bij de hoofdsom waartoe de gedaagde partij zal worden veroordeeld, te weten € 398,
  13. 2.
  14. De vordering tot vergoeding van de verschenen rente zal worden afgewezen, omdat de eisende partij die rente (gelet op de toewijsbare hoofdsom) over een te hoog bedrag heeft berekend. De wettelijke rente zal worden toegewezen over de toewijsbare hoofdsom vanaf de datum van de dagvaarding. 2.
  15. De proceskosten komen voor rekening van de gedaagde partij, omdat hij ongelijk krijgt. Daarbij wordt de gedaagde partij ook veroordeeld tot betaling van € 119,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de eisende partij worden gemaakt 3De beslissing De kantonrechter: 3.
  16. veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 3.132,96, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.734,48 vanaf 25 januari 2024 tot aan de dag van de gehele betaling; 3.
  17. veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op: dagvaarding € 113,54 griffierecht € 496,00 salaris gemachtigde € 238,00 ; 3.
  18. veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van € 119,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de eisende partij worden gemaakt 3.
  19. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. M. Woerdman en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.