← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2024:12253

beslissing RECHTBANK NOORD-HOLLAND [jw.sys.1.zaaknr] / [jw.sys.1.rolnummer_rekestnr][datum_beslissing] Wrakingskamer zaaknummer / rekestnummer: C/15/359144 HA RK 24-170 Beslissing van 26 november 2024 Op het verzoek tot wraking ingediend door: [verzoeker] , verblijvende te Arnhem of Zevenaar en Haarlem, verzoeker, Het verzoek is gericht tegen: mr. F.W. van Dongen, hierna te noemen: de kinderrechter. 1Procesverloop 1.1 Verzoeker heeft bij e-mailbericht van 26 augustus 2024, herhaald bij e-mailbericht van 6 november 2024, bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een verzoek tot wraking ingediend. Hij verzoekt de wraking van de kinderrechter. 1.2 Nadat verzoeker bij e-mailbericht van 20 november 2024 aan het gerechtshof bevestigd had dat het verzoek een rechter in de rechtbank Noord-Holland betrof, heeft het gerechtshof het verzoek naar deze rechtbank doorgezonden. 1.3 De wrakingskamer geeft deze beslissing zonder het verzoek ter zitting te behandelen. 2Feiten 2.1 Verzoeker verzoekt de wraking van de kinderrechter in de bij deze rechtbank, team F&J Haarlem behandelde zaken met de zaaknummers - C/15/353808 / JU RK 24-890 (verzoek verlenging ondertoezichtstelling), - C/15/351890 / JU RK 24-654 (verzoek bekrachtiging schriftelijke aanwijzing), - C/15/352711 / JU RK 24-754 (verzoek vervallen verklaring schriftelijke aanwijzing) en - C/15/352712 / JU RK 24-755 (verzoek vervanging gecerficeerde instelling die het toezicht heeft). Hierna duidt de wrakingskamer deze zaken tezamen aan als de hoofdzaak. 2.2 De hoofdzaak betreft de kinderen van verzoeker. De beide eerste verzoeken in de hoofdzaak heeft de gecertificeerde instelling de Jeugd- & Gezinsbeschermers ingediend. De laatste twee verzoeken in de hoofdzaak heeft verzoeker ingediend. Als partij nam aan de procedures ook deel de moeder van de kinderen. 2.3 Bij beschikking van 5 augustus 2024, die verzoeker in zijn wrakingsverzoek noemt, heeft de kinderrechter op de vier verzoeken beslist en een (eind)beschikking gegeven. 3De beoordeling 3.1 Op grond van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan op verzoek van een partij een rechter, die de zaak behandelt, worden gewraakt. 3.2 Dat betekent dat een wrakingsverzoek alleen in behandeling kan worden genomen zolang de rechter de zaak nog behandelt. Als aan de zaak door een eindbeschikking een einde is gekomen, kan die rechter dus niet meer worden gewraakt. 3.3 De kinderrechter heeft op 5 augustus 2024 de eindbeschikking in de hoofdzaak gegeven. Verzoeker heeft het verzoek tot wraking pas daarna ingediend. De wrakingskamer kan het verzoek daarom niet meer behandelen. 3.4 In deze situatie ziet de wrakingskamer ook af van behandeling van het verzoek op een zitting, omdat er geen andere beslissing kan worden gegeven (zie artikel 5, tweede lid, aanhef en onder d, van het Wrakingsprotocol rechtbank Noord-Holland). 3.5 De wrakingskamer verklaart het verzoek tot wraking daarom niet-ontvankelijk. Als eiser meent dat hij geen eerlijk proces heeft gehad omdat hij de kinderrechter partijdig acht, kan hij dat in hoger beroep tegen de beschikking in de hoofdzaak aan de orde stellen. 4Beslissing De rechtbank 4.1 verklaart het verzoek tot wraking van de kinderrechter niet-ontvankelijk; 4.2 beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker, de kinderrechter en de wederpartijen in de hoofdzaak een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden. Deze beslissing is gegeven door mr. R.H.M. Bruin, voorzitter, mr. M. Kraefft en mr. M.A.J. Berkers, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van R. Koopman, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2024.[concipiënt_initialen] griffier voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.