← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2024:12286

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 10982001 \ CV EXPL 24-1669 Uitspraakdatum: 20 november 2024 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [eiser 1],

  1. [eiser 2],
  2. [eiser 3], allen wonende te [plaats] eisers hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers gemachtigde: mr. R. Bos (ProBe-ASP B.V., handelend onder de naam Aviclaim) tegen de vennootschap naar buitenlands recht Deutsche Lufthansa Aktiengesellschaft gevestigd te Keulen (Duitsland) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigden: mr. E.C.C.M. Bootsman en mr. F.B. Mahabali (Russell Advocaten) De zaak in het kort De passagiers hebben van de vervoerder (onder meer) compensatie gevraagd voor een meer dan 3 uur vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden. De passagiers hebben de vordering met betrekking tot de hoofdsom ingetrokken. De vervoerder voert aan dat Aviclaim in haar correspondentie heeft nagelaten het ‘FB ID’ kenmerk te vermelden. De kantonrechter volgt de vervoerder in zijn stelling dat hij de passagiers niet nodeloos tot een procedure heeft gedwongen. De vordering van de passagiers wordt daarom afgewezen. 1Het procesverloop 1.
  3. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding; - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.
  4. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  5. De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 15 september 2022 vervoeren van Ben Gurion International Airport (Tel Aviv, Israël) via Frankfurt International Airport (Duitsland) naar Amsterdam-Schiphol Airport, met de vluchtcombinatie LH687 en LH
  6. 2.
  7. De vervoerder heeft vlucht LH687 van Tel Aviv naar Frankfurt (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagiers hebben hun aansluitende vlucht gemist. De passagiers zijn omgeboekt en een dag later, op 16 september 2022, vervoerd met de vervangende vlucht LH
  8. De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming. 2.
  9. De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.
  10. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
  11. De passagiers vorderen – na vermindering van eis – dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 180,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente; - de nakosten. 3.
  12. De passagiers hebben aan hun vordering ten grondslag gelegd dat zij niet tot dagvaarding over zouden zijn gegaan als zij voorafgaand aan de procedure door de vervoerder in kennis zouden zijn gesteld van feiten en omstandigheden die pas in deze procedure bij de passagiers bekend zijn geworden. Volgens de passagiers had het op de weg van de vervoerder gelegen om hen al in het buitengerechtelijke traject te informeren over de toedracht van de vertraging. 3.
  13. De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt – voor zover relevant – bij de beoordeling van het geschil ingegaan. 4De beoordeling 4.
  14. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
  15. In beginsel wordt de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten. Dit kan anders zijn als vast komt te staan dat deze kosten nodeloos zijn aangewend of veroorzaakt. De vervoerder voert aan dat uit de door de passagiers overgelegde correspondentie blijkt dat hij al na twee dagen heeft gereageerd op het eerste bericht van de passagiers, waarbij hij een ‘FB ID’ kenmerk heeft vermeld en heeft verzocht om dit kenmerk bij reactie altijd te vermelden. De gemachtigde van de passagiers heeft dit in de daarop volgende verzoeken nagelaten. Zonder dit kenmerk was het voor de vervoerder niet duidelijk welke zaak het betrof, aldus de vervoerder. De kantonrechter volgt de vervoerder dan ook in zijn stelling dat hij de passagiers niet nodeloos tot een procedure heeft gedwongen. De vordering van de passagiers zal daarom worden afgewezen. 4.
  16. De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat deze ongelijk krijgen. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagiers, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De gevorderde rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 15 dagen na betekening van dit vonnis. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
  17. wijst de vordering af; 5.
  18. veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 408,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder; en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 102,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 15 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening; 5.
  19. verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.