← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2024:12600

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknr./rolnr.: 11222584 \ CV EXPL 24-2450 (rvk) Uitspraakdatum: 11 december 2024 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de stichting Stichting Videma statutair gevestigd te Amsterdam eiseres verder te noemen: Videma gemachtigde: mr. P.J. Kreijger tegen [gedaagde] wonende in [woonplaats] gedaagde verder te noemen: [gedaagde] in persoon procederend 1Het procesverloop 1.

  1. Videma heeft bij dagvaarding van 4 juli 2024 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord. 1.
  2. Op 15 november 2024 heeft een zitting plaatsgevonden. Namens Videma zijn verschenen de heer [naam 1] , mevrouw [naam 2] en de gemachtigde. [gedaagde] is niet op de zitting verschenen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat Videma ter toelichting van haar standpunt naar voren hebben gebracht. 2De feiten 2.
  3. Videma verleent auteursrechtelijke licenties voor de vertoning van filmwerken (televisieprogramma’s). Videma doet dit in opdracht van rechthebbenden op filmwerken, onder meer de Nederlandse publieke omroepen. Videma verleent de licenties aan onder meer horecagelegenheden. 2.
  4. Op dinsdag 29 november 2022 heeft een medeweker van Videma geconstateerd dat [gedaagde] in haar café de WK-voetbalwedstrijd Nederland-Qatar op een scherm vertoonde voor de gasten, zonder dat zij daarvoor een licentie had. 2.
  5. Videma heeft [gedaagde] vervolgens aangeschreven en in de gelegenheid gesteld alsnog een licentie voor het jaar 2022 aan te schaffen. Omdat [gedaagde] niet op deze brief reageerde is [gedaagde] nogmaals aangeschreven. Uiteindelijk heeft [gedaagde] in april 2023 een licentie-overeenkomst voor het jaar 2022 met Videma gesloten. 2.
  6. Videma heeft op 19 april 2023 een factuur van € 596,32 voor de periode 1 januari tot en met 31 december 2022 verzonden. [gedaagde] heeft deze factuur niet betaald. 3De vordering 3.
  7. Videma vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 969,
  8. 3.
  9. Videma legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat [gedaagde] op grond van de licentie-overeenkomst gehouden is de factuur van € 596,32 over 2022 te betalen. Omdat [gedaagde] , ook na betalingsverzoeken en aanmaningen niet is overgegaan tot betaling, maakt Videma aanspraak op de buitengerechtelijke incassokosten van € 250,-. Gelet op het verzuim maakt Videma ook aanspraak op de contractuele rente (gelijk aan de wettelijke handelsrente) van € 122,80, gerekend tot en met 4 juni
  10. 4Het verweer 4.
  11. [gedaagde] betwist de vordering. Zij voert aan – samengevat – dat ze bijna nooit voetbal op het scherm vertoont in haar café en dat ze er niet van op de hoogte was dat ook bij incidentele vertoningen een licentie nodig is. Verder is het opmerkelijk dat er voor 2022 een ander, hoger, tarief geldt dan voor de jaren daarna. Er is ook geen contact met haar opgenomen naar aanleiding van de vertoning Nederland-Qatar. Als Videma wel contact had opgenomen was het mogelijk geweest er op een redelijke manier uit te komen. 5De beoordeling 5.
  12. Beoordeeld moet worden of [gedaagde] de factuur van Videma over het jaar 2022 van € 596,32 en bijkomende kosten moet betalen. De kantonrechter is van oordeel dat dat het geval is. Dit oordeel wordt hierna toegelicht. 5.
  13. [gedaagde] heeft met een e-mail van 14 november 2024 laten weten niet op de zitting te zullen komen en [gedaagde] is vervolgens ook niet op de zitting van 15 november 2024 verschenen. De kantonrechter heeft besloten dat de zitting doorgaat, want uit de e-mail van [gedaagde] blijkt niet dat zij vanwege acute medische redenen niet in staat was de zitting bij te wonen. [gedaagde] heeft ook niet verzocht om de zitting aan te houden, maar zij heeft in haar e-mail haar schriftelijk verweer tegen de vordering woordelijk herhaald. De zitting is daarom buiten aanwezigheid van [gedaagde] doorgegaan. Omdat [gedaagde] niet op de zitting aanwezig was, heeft zij geen vragen van de kantonrechter kunnen beantwoorden en heeft zij geen nadere inlichtingen of toelichting kunnen geven. Het gevolg daarvan is dat moet worden geconcludeerd dat [gedaagde] haar verweer onvoldoende heeft toegelicht en gemotiveerd. Dat betekent dat het standpunt van Videma voor juist wordt gehouden. 5.
  14. De kantonrechter merkt daarbij op dat Videma, anders dan [gedaagde] in haar verweer aanvoert, wel degelijk contact heeft opgenomen met [gedaagde] door het sturen van twee brieven. [gedaagde] heeft echter niet gereageerd en het is daarom niet aan Videma te wijten dat er geen goedkopere oplossing mogelijk was. Verder heeft Videma op de zitting uitgelegd dat de tarieven van jaar tot jaar kunnen verschillen en dat verklaart waarom [gedaagde] voor het jaar 2023 minder hoefde te betalen voor de licentie dan in
  15. 5.
  16. De vordering van Videma in hoofdsom wordt daarom toegewezen, met de meegevorderde rente omdat [gedaagde] te laat is met betalen. 5.
  17. Ook de buitengerechtelijke incassokosten zijn toewijsbaar. In het onderhavige geval zijn partijen - daarbij handelend in de uitoefening van hun beroep of bedrijf, een vergoeding van buitengerechtelijke (incasso-)kosten overeengekomen die van de wettelijke regeling afwijkt. Videma heeft echter voldoende aannemelijk gemaakt dat de werkelijke buitengerechtelijke kosten die zij moet maken hoger zijn, want zij moet gelijke gevallen gelijk behandelen en dat maakt dat Videma werk moet maken van iedere geconstateerde vertoning van filmwerken waarvoor geen licentie is aangevraagd. De kantonrechter acht de gevorderde vergoeding niet onredelijk en deze zal worden toegewezen. 5.
  18. [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Videma worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 140,24 - griffierecht € 328,00 - salaris gemachtigde € 270,00 (2 punten × € 135,00) - nakosten € 67,50 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 805,74 5.
  19. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 6De beslissing De kantonrechter: 6.
  20. veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Videma van € 969,12, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 596,32 vanaf 4 juli 2024 tot aan de dag van de gehele betaling; 6.
  21. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 805,74, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend; 6.
  22. veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald; 6.
  23. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 6.
  24. wijst de vordering voor het overige af. Dit vonnis is gewezen door mr. D.D.M. Hazeu en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.