← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2024:12602

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknummer: 11107536 BM VERZ 24-986 SZ Uitspraakdatum: Beschikking van de kantonrechter op verzoek van: [verzoeker], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], van wie het adres bekend is bij deze rechtbank, hierna ook te noemen: verzoeker, van wie de bewindvoerder is: Bonnerman & Partners B.V., gevestigd te Bussum, hierna ook te noemen: de bewindvoerder. procedure De kantonrechter heeft kennisgenomen van: het verzoek, ter griffie ingekomen op 15 mei 2024; de nadere toelichtingen op het verzoek, ter griffie ingekomen op 29 mei 2024 en 7 juni 2024; het verweer van de bewindvoerder, ter griffie ingekomen op 3 juli 2024; de reactie van verzoeker op het verweer van de bewindvoerder, ter griffie ingekomen op 26 augustus 2024. Op 2 december 2024 heeft een mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden. Aanwezig waren verzoeker en de bewindvoerder en mw. [letselschadeadvocaat], letselschadeadvocaat van verzoeker. beoordeling Het verzoek strekt tot opheffing van het bij beschikking van 14 juni 2022 ingestelde bewind over de goederen die aan verzoeker (zullen) toebehoren. Verzoeker voert aan dat hij ten tijde van het instellen van het bewind hersenletsel heeft opgelopen en daardoor toen niet in staat was zijn financiën te beheren. Nu wil verzoeker graag weer zeggenschap over zijn financiën. Hij wil verder met zijn leven en weer een fietsenzaak beginnen. De bewindvoerder voert verweer. Hoewel verzoeker vooruit gaat en zeker ten opzichte van vorig jaar goede stappen maakt, acht de bewindvoerder verzoeker voorlopig niet in staat zijn financiën te beheren. Verzoeker woont begeleid bij Esdégé-Reigersdaal en krijgt sinds twee weken weekgeld. Hij heeft wekelijks de beschikking over € 120,- voor zijn levensonderhoud en persoonlijke uitgaven. Verzoeker is verantwoordelijk voor het gezinsinkomen en dat vereist goed overzicht en een langjarige planning. De letselschade zaak loopt nog. De letselschadeadvocaat heeft ter zitting aangegeven dat niet duidelijk is wanneer de zaak tot een afwikkeling komt, maar dat de ervaring leert dat ook na uitbetaling van de letselschadezaak goede begeleiding noodzakelijk is om het geld verantwoord in te zetten voor de toekomst van betrokkene en zijn gezin. Ook zij vindt het nu niet verantwoord als verzoeker zijn financiën zelf gaat regelen. Uit de overgelegde stukken blijkt dat de partner van verzoeker ook vindt dat de noodzaak voor het bewind nog altijd bestaat ook omdat verzoeker zichzelf nogal eens overschat. Op de zitting heeft verzoeker dit ook erkend, maar ook aangegeven dat hij wel steeds meer inziet dat hij soms meer geld wenste te besteden dan verantwoord is, maar dat hij ook leert van zijn fouten. De kantonrechter snapt dat verzoeker wil dat alles weer bij het oude is. Helaas is dat niet het geval. Verzoeker heeft een ernstig ongeval gehad en lijdt nog altijd aan de gevolgen daarvan. Onduidelijk is of deze gevolgen blijvend zijn, maar op dit moment zijn de gevolgen nog zo duidelijk aanwezig dat het niet verantwoord is om verzoeker te belasten met de financiële administratie en alle verantwoordelijkheden die daar bij horen. Verzoeker vergeet nog veel en heeft het merkbaar lastig om zich te concentreren. Verzoeker heeft nu zijn tijd en energie nodig om zich richten op zijn herstel en leren omgaan met de beperkingen die hij heeft. Dat betekent dat de kantonrechter van oordeel is dat de grond voor het bewind nog altijd bestaat. De kantonrechter zal daarom het verzoek tot opheffing van het bewind afwijzen. beslissing De kantonrechter wijst het verzoek af. Deze beschikking is gegeven door mr. M.T. Goossens, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.