RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind Locatie Zaanstad Zaaknr./rolnr.: 10595804 \ CV EXPL 23-2248 Uitspraakdatum: 1 februari 2024 Verstekvonnis in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid T-Mobile Netherlands B.V., handelende onder de naam T-Mobile Netherlands B.V. gevestigd te Delft de eisende partij gemachtigde: Faircasso B.V. tegen [gedaagde] wonende te [plaats] de gedaagde partij niet verschenen 1De procedure 1.
- Bij tussenvonnis van 21 september 2023 (hierna: het tussenvonnis) heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de (on)eerlijkheid van een bepaald beding uit de toepasselijke algemene voorwaarden. Dat heeft zij bij akte van 19 oktober 2023 (hierna: de akte)gedaan. 2De beoordeling 2.
- De kantonrechter blijft bij wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist. Er bestaat geen aanleiding om daarop terug te komen. 2.
- De kantonrechter constateert dat de akte is gesteld op naam van Odido Netherlands B.V., voorheen handelend onder de naam T-Mobile en Tele
- Voor zover de eisende partij daarmee heeft beoogd haar tenaamstelling in deze procedure te wijzigen, is de kantonrechter van oordeel dat dat op deze manier niet mogelijk is. Mogelijk meent de eisende partij dat sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 225 lid 1 onder c van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering vanwege rechtsopvolging onder algemene titel. De genomen akte is echter geen akte ter rolle zoals bedoeld in dat artikel. De kantonrechter zal daarom ook niet overgaan tot schorsing van het geding. De procedure wordt voortgezet op naam van de oorspronkelijke eisende partij T-Mobile Netherlands B.V. Buitengerechtelijke incassokosten: artikel 11 algemene voorwaarden 2.
- De eisende partij heeft toegelicht dat artikel 11 van de algemene voorwaarden verduidelijkt dat zij haar wettelijke rechten voorbehoudt en dat de incassokosten worden gerekend overeenkomstig artikel 2 lid 2 van het Besluit vergoedingen voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) juncto artikel 6:96 lid 2 sub c van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en het beding wijken daardoor niet af ten nadele van de consument. 2.
- Zoals ook in het tussenvonnis is overwogen (r.o. 2.14) gaat het om een beoordeling van de bedongen afspraken en is niet relevant of de eisende partij in de praktijk handelt conform de toepasselijke wettelijke bepalingen. Dat de eisende partij de incassokosten feitelijk berekent conform artikel 6:96 lid 2 sub c BW en het Besluit leidt daarom niet tot de conclusie dat het beding niet oneerlijk is. Bovendien stelt de kantonrechter vast dat het beding zodanig geformuleerd is dat het impliceert dat de buitengerechtelijke incassokosten steeds en zonder voorwaarden in rekening kunnen worden gebracht. Daarmee wijkt dit (aanzienlijk) af van de wettelijke regeling over de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Ook is geen maximum opgenomen en dat leidt ertoe dat onbeperkte kosten voor rekening van de consument zouden kunnen komen. Hiermee wordt het evenwicht onevenredig verstoord. Dit leidt ertoe dat de kantonrechter het beding oneerlijk acht en dit daarom ambtshalve vernietigt. Als gevolg daarvan vervalt ook het recht op een wettelijke vergoeding (op grond van artikel 6:96 BW). De kantonrechter wijst de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten daarom af. Conclusie en kosten 2.
- Gelet op het voorgaande en hetgeen in het tussenvonnis is overwogen is een bedrag van € 39,85 (€ 22,49 + € 17,36) aan hoofdsom toewijsbaar en zal de wettelijke rente over dat bedrag worden toegewezen vanaf 11 april
- 2.
- De gedaagde partij wordt (grotendeels) in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor de genomen akte blijven echter voor rekening van de eisende partij, omdat het aan haarzelf te wijten is dat het nodig was deze akte op te stellen. 3De beslissing De kantonrechter: 3.
- veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 39,85, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 april 2023 tot aan de dag van de gehele betaling; 3.
- veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op: € 107,84 wegens dagvaardingskosten, € 128,00 wegens griffierecht en € 40,00 wegens salaris gemachtigde; 3.
- verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 3.
- wijst af het meer of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Algemene voorwaarden T-Mobiel Netherlands B.V. Abonnee Consument geldig vanaf 29 juni 2017.