RECHTBANK Noord-Holland Civiel recht Zittingsplaats Alkmaar Zaaknummer / rekestnummer: C/15/348101 / HA RK 24-4 Beschikking van 9 juli 2024 in de zaak van [verzoeker] , wonende te [woonplaats] , verzoekende partij, hierna te noemen: [verzoeker] , advocaat: mr. S. van der Plas, tegen 1STICHTING NOORDWEST ZIEKENHUISGROEP, gevestigd te Alkmaar,2. CENTRAMED B.A., gevestigd te Zoetermeer, verwerende partijen, hierna samen te noemen: NWZ en Centramed, advocaat: mr. M.S.E. van Beurden. De zaak in het kort [verzoeker] heeft in 2019 als gevolg van een herseninfarct letsel opgelopen. Partijen zijn het erover eens dat NWZ jegens [verzoeker] onzorgvuldig heeft gehandeld, omdat zij een inschattingsfout heeft gemaakt. NWZ en Centramed betwisten echter het causaal verband tussen de inschattingsfout en het door [verzoeker] opgelopen letsel. In dit deelgeschil verschillen partijen van mening of deskundigenrapport van de gezamenlijk door hen aangewezen deskundige voor hen bindend is en of de daarin geformuleerde uitgangspunten in acht moeten worden genomen bij de verdere afwikkeling van de schade van [verzoeker] . De rechtbank oordeelt dat dit het geval is en wijst de daarop gerichte vordering van [verzoeker] toe. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift, ingekomen op 12 januari 2024; - het verweerschrift, ingekomen op 24 mei 2024; - de brief van [verzoeker] van 24 mei 2024 met productie 12; - de mondelinge behandeling van 28 mei 2024, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt. [verzoeker] is verschenen met mr. Van der Plas. Mr. Van Beurden is verschenen namens NWZ en Centramed. Namens Centramed zijn tevens verschenen E. Boomsma (Personenschadespecialist), B. Oerlemans en R. de Weert (jurist). Mr. Van der Plas heeft spreekaantekeningen voorgedragen en overgelegd. 2De feiten 2.1. Op 24 maart 2019 ’s ochtends is [verzoeker] op de afdeling spoedeisende hulp van NWZ onderzocht (hierna SEH), omdat hij uitvalklachten had aan zijn rechterhand en arm. De diagnose drukneuropathie van twee arm-zenuwen werd gesteld. [verzoeker] werd geadviseerd om niet op de arm te liggen en over twee weken terug te komen voor controle. ’s Avonds heeft [verzoeker] opnieuw de SEH bezocht, omdat zijn trouwring knelde. Deze is verwijderd. 2.2. Op 25 maart 2019 werd [verzoeker] wakker met een verlamde rechterarm en -been en coördinatiestoornissen. [verzoeker] is per ambulance naar de SEH gebracht. Uit een CT-scan bleek dat [verzoeker] een herseninfarct had doorgemaakt. Een behandeling in de vorm van secundaire profylaxe met carbasalaatcalcium en clopidogrel en pantoprazol werd gestart. 2.3. [verzoeker] heeft door het herseninfarct letsel opgelopen, waarvoor een multidisciplinaire revalidatiebehandeling, specifieke handtherapie en verwerkingsbegeleiding bij een psycholoog nodig waren. Vanaf begin 2022 heeft [verzoeker] een tweede behandelprogramma gevolgd bij Heliomare. 2.4. Bij brief van 18 oktober 2019 is NWZ namens [verzoeker] aansprakelijk gesteld voor de geleden en te lijden schade als gevolg van een op 24 maart 2019 door NWZ gemaakte inschattingsfout. 2.5. NWZ heeft Centramed ingeschakeld. Centramed heeft namens NWZ bij brief van 18 februari 2020 erkend dat NWZ op 24 maart 2019 en inschattingsfout heeft gemaakt. Het causaal verband tussen deze fout en het letsel van [verzoeker] is betwist. 2.6. Partijen hebben gezamenlijk de heer E.G.M. Couturier, neuroloog (hierna Couturier) opdracht gegeven om aan de hand van een aantal door partijen gezamenlijk geformuleerde vragen een neurologische expertise te verrichten ter beoordeling van de schadeclaim van [verzoeker] . 2.7. Centramed heeft onder meer aan prof. dr. R.A.C. Roos (hierna Roos) een reactie gevaagd op het concept rapport van Couturier. Roos heeft zijn bevindingen vastgelegd in een brief van 7 juli 2022. 2.8. Couturier heeft zijn bevindingen vastgelegd in een definitief deskundigenrapport van 25 juli 2022. Bij dit rapport zit de “Bijlage bij verzoek tot beoordeling casus de heer [verzoeker] (…)”, waarin Couturier ingaat op de reacties op zijn conceptrapport. 2.9. Bij brief van 30 november 2022 aan [verzoeker] heeft Centramed kritiek geuit op het rapport van Couturier en meegedeeld dat zij het nodig acht om een gezamenlijke expertise te laten verrichten om duidelijk te krijgen wat de daadwerkelijke causale gevolgen zijn van het medisch onzorgvuldig handelen door NWZ. [verzoeker] heeft hier niet mee ingestemd. 2.10. Centramed heeft dr. A. Verrips, neuroloog, opdracht gegeven om een papieren expertise te verrichten betreffende de ziektegeschiedenis van [verzoeker] . Verrips heeft zijn bevindingen vastgelegd in een brief van 21 november 2023. 3Het verzoek en het verweer 3.1. [verzoeker] verzoekt de rechtbank om bij beschikking: voor recht te verklaren dat het deskundigenrapport van Couturier bindend is voor beide partijen en de daarin geformuleerde uitgangspunten in acht genomen moeten worden bij de verdere afwikkeling van de schade van [verzoeker] ; NWZ en/of Centramed te veroordelen in de kosten van deze deelgeschilprocedure, te weten 20 uur x € 225,-. 3.2. [verzoeker] legt samengevat aan het verzoek ten grondslag dat het deskundigenrapport van Couturier op een voor voorlopig deskundigenbericht voorgeschreven wijze tot stand is gekomen. Het moet daarom op één lijn worden gesteld met een door de rechter opgedragen deskundigenbericht en is bindend voor partijen. 3.3. NWZ en Centramed voeren verweer. Zij betwisten dat zij zijn gebonden aan het deskundigenrapport van Couturier. NWZ en Centramed hebben daartegen steekhoudende en zwaarwegende bezwaren, waar het de door Couturier aangenomen gevolgen van de vertraging (het delay) in de behandeling van [verzoeker] betreft. Het rapport van Couturier voldoet volgens hen niet aan de daaraan te stellen eisen van consistentie, inzichtelijkheid en logica. 4De beoordeling 4.1. Gelet op het partijdebat ligt aan de rechtbank in deze procedure alleen de vraag voor of de bezwaren van NWZ en Centramed tegen het deskundigenrapport van Couturier ertoe moeten leiden dat de rechtbank dat deskundigenrapport bij de verdere beoordeling en afwikkeling van de schade van [verzoeker] buiten beschouwing zal laten. 4.2. Partijen hebben gezamenlijk aan Couturier opdracht gegeven tot het uitbrengen van het deskundigenrapport. De door Couturier te beantwoorden onderzoeksvragen zijn door partijen in onderling overleg opgesteld. 4.3. Volgens vaste rechtspraak is het aan de rechter om te beoordelen welke bewijskracht aan het deskundigenrapport toekomt. Omdat de rechtbank niet zelf kan beoordelen of het rapport van een (medisch) deskundige inhoudelijk juist is, zal de rechtbank in beginsel afgaan op de inhoud en conclusie van een op gezamenlijk verzoek opgesteld deskundigenrapport. Voorwaarde daarvoor is wel dat het rapport van de deskundige op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen. De motivering en conclusies van de deskundige moeten deugdelijk zijn onderbouwd en voortvloeien uit de door hem in het rapport vermelde gegevens. Door een partij aangevoerde zwaarwegende en steekhoudende bezwaren tegen het deskundigenbericht kunnen ertoe leiden dat de rechtbank (de conclusie van) het deskundigenrapport bij de beoordeling buiten beschouwing zal laten. Daarvan is onder andere sprake wanneer het deskundigenbericht niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen van onpartijdigheid, consistentie, inzichtelijkheid en logica. 4.4. De rechtbank is in dit geval van oordeel dat de bezwaren van NWZ en Centramed tegen het deskundigenrapport van Couturier niet kunnen worden aangemerkt als zwaarwegende en steekhoudende bezwaren zoals hiervoor bedoeld. Zij zal dit hierna toelichten. 4.5. Het deskundigenrapport van Couturier vermeldt voor zover hier van belang het volgende: “9. (…) Drie jaar later zijn de gevolgen en beperkingen op neurologisch vakgebied die ook bij adequaat medisch handelen zouden zijn opgetreden achteraf moeilijk in te schatten. Veel is afhankelijk van de snelheid van de behandeling met trombolyse of plaatjesaggregatieremmers. In plaats van 11 uur op zondag werd met behandelen gestart op maandagmiddag na bekend worden van de uitslag van de CT-scan van de hersenen. Op dat moment was het te laat voor intraveneuze trombolyse en kreeg betrokkene Ascal samen met clopidogrel toegediend. De kans op volledig herstel wanneer op zondag was ingegrepen is reëel gezien ook het door neurologen aangegeven geprotraheerde beloop (“stuttering stroke”). Bij behandelen op zondag met trombolyse of secundaire preventie met plaatjesaggregatieremmers zou een CVA op maandag hoogst waarschijnlijk zijn voorkomen. Er zou in dat geval geen neurologische schade en daarmee samenhangende gevolgen heden ten dage zijn ontstaan. Betrokkene herstelde na toediening van de plaatjesaggregatieremmers in de namiddag van de opnamedag van de parese aan zijn been, waaruit je indirect zou kunne opmaken dat wanneer de behandeling een dag eerder was gestart dit een gunstig effect op herstel van de armfuncties had kunnen hebben. Samengevat schat ik in dat er geen blijvend functieverlies was ontstaan wanneer er adequaat was opgetreden. Ik acht de kans zeer klein dat bij zorgvuldig medisch handelen de door mij vastgestelde restverschijnselen bij betrokkene ook zouden zijn opgetreden. (…) Bij patiënten met een herseninfarct vergroot behandeling met intraveneuze alteplase de kans op een (vrijwel) volledig herstel, indien de behandeling wordt gestart binnen viereneenhalf uur na het ontstaan van de verschijnselen. (…)” 4.6. NWZ en Centramed hebben de volgende bewaren tegen het rapport van Couturier. Couturier stelt bij vraag 9 dat de kans op volledig herstel reëel is wanneer op 24 maart 2019 zou zijn ingegrepen. Bij behandelen die dag met trombolyse of secundaire preventie met plaatjesaggregatieremmers zou volgens Couturier een CVA op 25 maart 2019 hoogstwaarschijnlijk zijn voorkomen, en zou geen neurologische schade en daarmee samenhangende gevolgen zijn ontstaan. Deze conclusies kunnen niet worden onderbouwd met beschikbare gegevens en literatuur. In zijn reactie op het concept rapport geeft Couturier zelf aan dat dat niet is te onderbouwen. Volgens NWZ en Centramed voldoet het rapport van Couturier niet aan de daaraan te stellen eisen van consistentie, inzichtelijkheid en logica, omdat:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.