RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 10907995 \ CV EXPL 24-781 Uitspraakdatum: 18 december 2024 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: [eiseres] , wonende te [plaats] eiseres hierna te noemen: de passagier gemachtigde: A. Arends (Yource B.V.) tegen de vennootschap naar buitenlands recht Royal Air Maroc gevestigd te Casablanca (Marokko) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. T. Teke (Warendorf Advocaten) De zaak in het kort De passagier heeft van de vervoerder (onder meer) compensatie gevraagd voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder heeft geen verweer gevoerd tegen de door de passagier gevorderde hoofdsom. Daarnaast is geen sprake van rauwelijks dagvaarden. Hoewel de overgelegde aanmaningen betrekking hebben op ruim 70 verschillende zaken/claims, heeft de gemachtigde van de passagier in tenminste één aanmaning een linkje opgenomen naar alle benodigde documenten van alle individuele reizigers. Daarmee is deze aanmaning in ieder geval voldoende geconcretiseerd. De vordering van de passagier wordt daarom (grotendeels) toegewezen. 1Het procesverloop 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding; - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- De passagier heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder haar op 18 augustus 2022 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Nador Airport (Marokko), met vlucht AT1681 (hierna: de vlucht) 2.
- De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. 2.
- De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.
- De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
- De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van het incident tot aan de dag der algehele voldoening;- € 72,60 aan buitengerechtelijke incassokosten, althans een in redelijke justitie door de rechtbank te bepalen bedrag, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten. 3.
- De passagier baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder haar vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,
- 3.
- De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan. 4De beoordeling 4.
- De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
- De kantonrechter is van oordeel dat de handtekening van de passagier op de volmacht in voldoende mate overeenkomt met de handtekening van de passagier op haar paspoort. De kantonrechter vindt het dan ook voldoende aannemelijk dat Yource B.V. gemachtigd is om deze procedure namens de passagier te voeren. Het niet-ontvankelijkheidsverweer van de vervoerder faalt. 4.
- De vervoerder heeft geen verweer gevoerd tegen de door de passagier gevorderde hoofdsom, zodat deze zal worden toegewezen. 4.
- Ten aanzien van de over de hoofdsom gevorderde wettelijke rente geldt het volgende. De passagier heeft de wettelijke rente gevorderd vanaf de datum van de vlucht. Het betreft hier een vordering tot vergoeding van forfaitair berekende schade, zodat deze schade terstond opeisbaar is. Het verzuim treedt zonder ingebrekestelling in op het moment dat de schade geacht wordt te zijn geleden. De werkwijze en proceshouding van de passagier - waar hierna op in zal worden gegaan – doen hier niet aan af. De wettelijke rente wordt daarom toegewezen vanaf 18 augustus 2022, zijnde de datum waarop de vlucht op de eindbestemming had moeten aankomen. 4.
- Ten slotte stelt de vervoerder dat hij rauwelijks is gedagvaard. De kantonrechter overweegt dat de passagier bij conclusie van repliek meerdere e-mails/brieven van haar gemachtigde aan het hoofdkantoor van de vervoerder in het geding heeft gebracht. Hoewel deze aanmaningen betrekking hebben op ruim 70 verschillende zaken/claims, heeft de gemachtigde van de passagier (in ieder geval in de e-mail van 28 november 2023) een linkje opgenomen naar alle benodigde documenten van alle individuele reizigers. In ieder geval deze aanmaning is daarmee voldoende geconcretiseerd. De passagier heeft vervolgens meerdere reminders aan de vervoerder verstuurd. De kantonrechter is van oordeel dat de passagier daarmee voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij de vervoerder de mogelijkheid heeft geboden om het geschil buiten rechte op te lossen. Van rauwelijks dagvaarden is dan ook geen sprake. 4.
- De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagier heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen. 4.
- De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder, omdat deze grotendeels in het ongelijk wordt gesteld. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 augustus 2022 tot aan de dag der algehele voldoening; 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd: dagvaarding € 135,97;griffierecht € 87,00;salaris gemachtigde € 164,00; 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 41,00 aan nakosten, voor zover de passagier daadwerkelijk nakosten zullen maken; 5.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 5.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Artikel 7 van de Verordening. Artikel 6:83 sub b BW. Identificatie, boekingsbescheiden en volmachten.