← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2024:13648

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Haarlem Zaaknummer: 11244366 BM VERZ 24-1973 KVG Uitspraakdatum: 30 december 2024 Beschikking van de kantonrechter op verzoek van: [verzoeker] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , van wie het adres bekend is bij deze rechtbank, hierna ook te noemen: verzoeker, van wie de bewindvoerder is: Aangenaam Els B.V. t.h.o.d.n Aangenaam Bewind, gevestigd te Warmenhuizen, hierna te noemen: bewindvoerder. procedure De kantonrechter heeft kennisgenomen van: het verzoek, ter griffie ingekomen op 1 augustus 2024; het verweer van de bewindvoerder, ter griffie ingekomen op 16 augustus 2024; de reactie van verzoeker op het verweer, ter griffie ingekomen op 3 september 2024; aanvullende reactie van verzoeker, ter griffie ingekomen op 10 september 2024. Op 9 december 2024 heeft een mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden. beoordeling Het verzoek strekt tot opheffing van het bij beschikking van 1 februari 2012 ingestelde bewind over de goederen die aan verzoeker (zullen) toebehoren. Verzoeker geeft aan dat zijn schulden zijn afgelost en hij een spaarsaldo heeft opgebouwd. Hij heeft er vertrouwen in dat hij zelf zijn financiën weer kan regelen. Daarnaast zal verzoeker door opheffing van het bewind kosten besparen, omdat hij dan niet meer de kosten voor de bewindvoerder hoeft te betalen. Ook zullen de maandlasten van verzoeker binnenkort worden verlaagd. De alimentatie dient namelijk opnieuw berekend te worden naar rato van zijn huidige inkomen. Bewindvoerder staat niet achter het verzoek tot opheffing. Zij voert daartoe aan zich zorgen te maken over de financiële toekomst van verzoeker. Zo zijn de maandelijkse uitgaven hoger dan de inkomsten en vraagt verzoeker regelmatig om extra leefgeld. Dit geld wordt voor een groot gedeelte uitgegeven aan gokken. Bewindvoerder kan daarnaast een rol spelen in het correct regelen van de herberekening van de alimentatie. Gelet op de stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht is de kantonrechter van oordeel dat de noodzaak van het bewind nog bestaat. Momenteel zijn de financiën niet voldoende stabiel. Er wordt meer uitgegeven dan er maandelijks aan inkomsten ontvangen wordt zodat wordt ingeteerd op het gespaarde bedrag. Vóórdat tot opheffing van het bewind kan worden overgegaan dient er voor gezorgd te worden dat de maandelijkse uitgaven worden teruggebracht tot een niveau dat er maandelijks iets aan geld overblijft als reserve voor tegenvallers. In dat verband lijkt zonder meer noodzakelijk dat verzoeker stopt met gokken; daar is eenvoudigweg geen geld voor. Daarnaast dient verzoeker middels een zelfredzaamheidstraject voor een periode van zo’n 6 maanden te laten zien dat hij er weer klaar voor is om op financieel gebied alles zelf te regelen. Dat houdt in dat hij tijdens dit traject weer de beschikking krijgt over al zijn inkomsten, dat hij met deze inkomsten al zijn vaste lasten zelf moet betalen en dat hij laat zien dat hij met het restant kan rondkomen zonder nieuwe schulden te maken. Het zelfredzaamheidstraject kan overigens pas starten op het moment dat de uitgaven en inkomsten weer in balans zijn. Indien is voldaan aan het voorstaande kan een nieuw verzoek tot opheffing worden ingediend. beslissing De kantonrechter wijst het verzoek af. Deze beschikking is gegeven door mr. M.P. de Valk, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.