vonnis RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie Zittingsplaats Haarlem zaaknummer / rolnummer: C/15/355946 / HA ZA 24-462 Vonnis in incident van 18 december 2024 in de zaak van [eiseres] , wonende te [plaats 1], eiseres in de hoofdzaak, eiseres in het incident, advocaat: mr. C.S.M. Ruijgrok te Amsterdam, tegen [gedaagde] , in haar hoedanigheid van executeur in de nalatenschap van [erflater], wonende te [plaats 2], gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident, advocaat: mr. R.P.A. Meghoe te Haarlem. Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit de dagvaarding van 13 augustus 2024, tevens houdende de incidentele vordering op grond van art. 843a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). 1.2. [gedaagde] is op de rol van 4 september 2024 in de gelegenheid gesteld een conclusie van antwoord in het incident in het geding te brengen. Van die gelegenheid heeft [gedaagde] geen gebruik gemaakt. 1.3. Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald in het incident. 2Het geschil 2.1. [eiseres] vordert in de hoofdzaak, verkort weergegeven, dat de rechtbank: I. [gedaagde] veroordeelt, op grond van het finale verrekenbeding in de tussen haar een [erflater] (hierna: erflater) geldende huwelijkse voorwaarden, aan [eiseres] uit te keren 50% van de waarde van de nalatenschap van erflater; II. de eenvoudige gemeenschap met betrekking tot de woning van [eiseres] en erflater aldus verdeelt, dat de woning aan [eiseres] wordt toebedeeld tegen een waarde van € 330.000,-; III. [gedaagde] veroordeelt aan de levering van de woning medewerking te verlenen, met bepaling dat het vonnis in de plaats treedt van de medewerking van [gedaagde]; IV. [gedaagde] veroordeelt een bedrag van € 3.750 aan [eiseres] te voldoende in verband met de investeringen van [eiseres] in de woning. 2.2. [eiseres] vordert in het incident dat de rechtbank, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] veroordeelt binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis ex artikel 843a Rv aan [eiseres] te verstrekken de schriftelijke informatie waaruit de vermogenssituatie van erflater op 14 maart 2022 blijkt, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag. 2.3. [eiseres] legt aan haar incidentele vordering ten grondslag dat zij een rechtmatig belang heeft bij het verkrijgen van informatie waaruit blijkt wat het vermogen van erflater is geweest op het moment van zijn overlijden, zodat het finaal verrekenbeding kan worden afgewikkeld. 2.4. [gedaagde] is wel in de procedure verschenen, maar heeft tegen de vordering in incident geen verweer gevoerd. 3De beoordeling in het incident 3.1. [eiseres] baseert haar incidentele vordering op artikel 843a Rv. Dat artikel voorziet er (kort gezegd) in dat degene (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.