RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 8163523 \ CV EXPL 19-17624 Uitspraakdatum: 18 december 2024 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [eiser 1], 2. [eiser 2],beiden wonende te [plaats] eisers hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht British Airways Plc gevestigd te Cardiff (Verenigd Koninkrijk) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. J.J.O. Zandt 1Het procesverloop 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek;- de akte eisers. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 18 en 19 juli 2017 vervoeren van New York via Londen naar Amsterdam, met de vluchten BA174 en BA430. 2.2. De vlucht van New York naar Londen (BA174, hierna: de vlucht) is vertraagd uitgevoerd. De passagiers hebben hun aansluitende vlucht naar Amsterdam gemist. De passagiers zijn omgeboekt naar vlucht BA438. 2.3. De passagiers zijn 5 uur later dan oorspronkelijk gepland in Amsterdam aangekomen. 2.4. De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.1. De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 19 juli 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;- € 181,50 dan wel € 217,80 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.2. De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- per passagier (artikel 7 van de Verordening). 3.3. De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan. 4De beoordeling 4.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.2. Niet in geschil is dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de overeengekomen eindbestemming zijn aangekomen, zodat de vervoerder in beginsel een compensatieplicht heeft. 4.3. De vervoerder heeft een beroep op buitengewone omstandigheden gedaan. Hij heeft in dit verband aangevoerd dat de vertraging van de vertraging van de vlucht is veroorzaakt door een lange taxi tijd van de gate naar de baan (taxi out) en van de baan naar de gate (taxi in). Het vluchtrapport vermeldt in dit kader een ‘taxi out’ tijd van 68 minuten en een ‘taxi in’ tijd van 17 minuten. De vervoerder heeft toegelicht dat de gemiddelde ‘taxi out’ tijd op dit traject 37 minuten bedraagt. Dit is meer dan een halfuur korter dan de ‘taxi out’ tijd van de vlucht op 18 juli 2017. Ten aanzien van de ‘taxi in’ tijd heeft de vervoerder toegelicht dat de gemiddelde ‘taxi in’ tijd op dit traject 9 minuten bedraagt. De reden voor de lange taxi-tijden is volgens de vervoerder gelegen in het feit dat de luchtverkeersleiding (in verband met slechte weersomstandigheden) niet eerder de vereiste toestemming gaf. Als gevolg van het voorgaande is de vlucht met 35 minuten vertraging in Londen aangekomen (onderweg heeft de vlucht dus vier minuten vertraging ingehaald). 4.4. De kantonrechter is van oordeel dat de lange(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.