← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2024:13843

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknr./rolnr.: 11068490 \ CV EXPL 24-1142 Uitspraakdatum: 30 oktober 2024 Tussenvonnis van de kantonrechter in de zaak van: de stichting Klein Alkmaar te Alkmaar de eisende partij gemachtigde: Huting & van der Mije Gerechtsdeurwaarders tegen [gedaagde] te [plaats] de gedaagde partij niet verschenen 1De procedure 1.

  1. De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend. 2De beoordeling 2.
  2. De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 420,34, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding en de proces- en nakosten. 2.
  3. De vordering is gebaseerd op twee overeenkomsten tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van Boek 6, titel 5, afdeling 2B van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Ambtshalve toetsing van de (pre)contractuele informatieplichten 2.
  4. De eisende partij heeft niet gesteld en onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de op haar rustende (pre)contractuele informatieplichten. De eisende partij heeft namelijk nagelaten een concrete toelichting te geven op de wijze van totstandkoming van de overeenkomst en hoe zij in die situatie heeft voldaan aan de op haar rustende informatieplichten. De kantonrechter kan daarom niet vaststellen op welke wijze de overeenkomst tot stand is gekomen (op afstand, buiten de verkoopruimte of binnen de verkoopruimte) en of aan de gedaagde partij op duidelijke en begrijpelijke wijze de hiervoor bedoelde essentiële informatie is verstrekt. 2.
  5. Bij wijze van uitzondering wordt de eisende partij in de gelegenheid gesteld om de hiervoor bedoelde informatie alsnog bij akte te verstrekken. De eisende partij moet expliciet en op een duidelijke manier stellen en onderbouwen hoe zij ten aanzien van de gedaagde partij heeft voldaan aan de op haar rustende informatieplichten. Als de eisende partij daaraan niet of niet volledig voldoet, zal de kantonrechter daaraan op grond van de artikelen 22 en 139 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de gevolgen verbinden die zij geraden acht. Het is niet aan de kantonrechter om eigenhandig op zoek te gaan naar informatie in het dossier. De kantonrechter wijst de eisende partij erop dat het ontbreken van een dergelijke onderbouwing in eventuele vervolgzaken kan leiden tot afwijzing van de vordering. Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden 2.
  6. De kantonrechter moet ook ambtshalve beoordelen of op de overeenkomst met de gedaagde partij algemene voorwaarden van toepassing zijn en zo ja, of daarin geen bedingen zijn opgenomen die oneerlijk zijn ten opzichte van een consument, in de zin van artikel 3 van de Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. Dit artikel is in het Nederlandse recht tot uitdrukking gebracht in artikel 6:233 onder a BW, waarin kort gezegd is bepaald dat een beding dat onredelijk bezwarend is, vernietigbaar is. 2.
  7. Uit de overlegde stukken blijkt dat op de overeenkomst(en) de Algemene voorwaarden voor Kinderopvang Dagopvang en Buitenschoolse opvang 2016 (hierna: de algemene voorwaarden) van toepassing zijn verklaard. De kantonrechter zal de daarin opgenomen bedingen die verband houden met de vordering hierna toetsen op (on)eerlijkheid. 2.
  8. Artikel 17 van de algemene voorwaarden betreft een rente- en incassobeding. Dit beding is door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden. 2.
  9. Artikel 16 van de algemene voorwaarden betreft een prijswijzigingsbeding. Dit beding is door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden. Conclusie 2.
  10. De eisende partij wordt in de gelegenheid gesteld om de vordering bij akte nader toe te lichten als hiervoor omschreven. Als de eisende partij daar geen of niet volledig gebruik van maakt, zal de kantonrechter daaraan op grond van de artikelen 22 en 139 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de gevolgen verbinden die zij geraden acht. 2.
  11. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 3De beslissing De kantonrechter: 3.
  12. verwijst de zaak naar de rol van 27 november 2024 voor het nemen van een akte zoals bedoeld onder rechtsoverweging 2.4; 3.
  13. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677).

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.