← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2024:13984

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11048140 \ CV FORM 24-2379 Uitspraakdatum: 18 december 2024 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van: 1 [verzoeker 1]

  1. [verzoeker 2] verzoekende partij verder te noemen: de passagiers gemachtigde: mr. L.G.M. van Kuilenburg (Aviclaim, ProBe-ASP B.V.) tegen de vennootschap naar buitenlands recht Société Air France gevestigd te Roissy, Frankrijk verwerende partij verder te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD N.V.) 1Het procesverloop Dit verloop blijkt uit: het vorderingsformulier (formulier A), ingekomen ter griffie op 28 maart 2024; het verweerschrift, ingekomen ter griffie op 30 september
  2. 2De feiten 2.
  3. De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 7 maart 2023 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Charles de Gaulle Airport, Parijs, Frankrijk, naar Changi Airport, Singapore, met vluchtcombinatie AF1341 en AF
  4. 2.
  5. De vervoerder heeft vlucht AF1341 van Amsterdam naar Parijs (hierna: de vlucht) geannuleerd. 2.
  6. De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.
  7. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
  8. De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van: - € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 maart 2023 tot aan de dag van de gehele voldoening; - € 180,000 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten. 3.
  9. De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 per persoon (artikel 7 van de Verordening). 3.
  10. De vervoerder voert verweer. Volgens hem was de annulering van de vlucht het gevolg van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening). 4De beoordeling 4.
  11. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen. 4.
  12. Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. 4.
  13. Volgens de vervoerder moest de vlucht geannuleerd worden vanwege stakingen bij de Franse luchtverkeersleiding. Door deze stakingen werd de capaciteit op de luchthaven van Parijs op 7 maart 2023 verminderd. Luchtvaartmaatschappijen, waaronder de vervoerder, werden verplicht om 20% van het aantal vluchten van en naar de luchthaven van Parijs te annuleren. De vervoerder heeft aan deze verplichting voldaan, waarbij de vlucht in kwestie één van de vluchten was die geannuleerd moest worden, aldus de vervoerder. Ter onderbouwing verwijst hij onder meer naar een ‘notice to airmen’ en een rapport van de luchtverkeersleiding. 4.
  14. De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder hiermee voldoende heeft onderbouwd dat de vlucht geannuleerd moest worden vanwege capaciteitsbeperkingen als gevolg van de staking bij de luchtverkeersleiding op de luchthaven van Parijs. Een capaciteitsbeperking is een buitengewone omstandigheid als de luchtvaartmaatschappij aantoont dat zij, gelet op de duur en de mate van de beperkingen, geen andere keuze had dan tot annulering van de vlucht over te gaan. In dit geval heeft de vervoerder voldoende toegelicht dat er op 7 maart 2023 een groot aantal vluchten geannuleerd moesten worden en dat de vlucht in kwestie daar één van was. Daarbij moet de luchtvaartmaatschappij de mogelijkheid hebben om zelfstandig een afweging te maken welke vluchten er precies worden geannuleerd. Daarom was de annulering van de vlucht het gevolg van een buitengewone omstandigheid. 4.
  15. Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de buitengewone omstandigheden te voorkomen. De vervoerder stelt dat hij weliswaar geen invloed had op de beperkingen van de luchtverkeersleiding, maar hij de passagiers heeft omgeboekt naar een alternatieve vlucht die de dag voor de stakingen vertrok. De passagiers hebben dit aanbod aanvaard, waardoor het ongemak voor hen beperkt is gebleven. 4.
  16. Het verweer van de vervoerder slaagt. Niet valt in te zien wat er onder deze omstandigheden meer of anders van hem kon worden verwacht. De passagiers hebben in dit verband ook niets aangevoerd. Dit betekent dat het verzoek van de passagiers zal worden afgewezen. 4.
  17. De proceskosten komen voor rekening van de passagiers omdat zij ongelijk krijgen. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagiers, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van deze beschikking. 5De beslissingDe kantonrechter: 5.
  18. wijst het verzochte af; 5.
  19. veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 204,00 aan salaris gemachtigde en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 102,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van deze beschikking; 5.
  20. verklaart deze beschikking – wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.