RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11173333 \ CV EXPL 24-4228 Uitspraakdatum: 30 oktober 2024 Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van: de kapitaalvennootschap binnen de Europese Economische Ruimte (Aktiebolag) Hoist Finance AB gevestigd te Stockhom, Zweden de eisende partij gemachtigde: Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders B.V. tegen [gedaagde] wonende te [plaats] de gedaagde partij niet verschenen 1De verdere procedure 1.1. Bij tussenvonnis van 24 juli 2024 (hierna: het tussenvonnis) is de eisende partij door de kantonrechter in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de eventuele (on)eerlijkheid van een bepaald beding in de van toepassing zijnde algemene voorwaarden. Daaraan heeft de eisende partij uitvoering gegeven bij akte van 18 september 2024 (hierna: de akte). 2De verdere beoordeling De kantonrechter zal geen rekening houden met de eiswijziging ten aanzien van de rente 2.1. De eisende partij heeft bij akte haar eis gewijzigd. Zij vordert thans een bedrag van € 38,01 aan rente en een bedrag van € 66,00 aan buitengerechtelijke incassokosten. De eisende partij heeft aldus de rente verhoogd en de buitengerechtelijke incassokosten verminderd. 2.2. Op grond van artikel 130 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is - indien een partij niet in het geding is verschenen - een verandering of vermeerdering van eis tegen die partij uitgesloten, tenzij de eisende partij de verandering of vermeerdering tijdig bij exploot aan haar kenbaar heeft gemaakt. De gedaagde partij is niet in het geding verschenen en daarom had de eisende partij de verandering van eis en de daarbij behorende stukken per exploot aan de gedaagde partij kenbaar moeten maken. De eisende partij heeft dat echter nagelaten. Dat betekent dat de eiswijziging ten aanzien van de rente is uitgesloten en dat de kantonrechter dit gedeelte van de vordering zal beoordelen zoals die bij dagvaarding is ingesteld. Het incassobeding in de overeenkomst wordt vernietigd 2.3. De kantonrechter blijft bij wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist. Er bestaat geen aanleiding om daarop terug te komen. De kantonrechter vernietigt daarom het incassobeding in de overeenkomst. Dit heeft tot gevolg dat de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen. De hoofdsom is toewijsbaar tot een bedrag van € 330,00 2.4. In het tussenvonnis is geoordeeld dat de eisende partij niet heeft voldaan aan de op haar rustende informatieplichten. 2.5. Gelet op de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) en de Hoge Raad moet de kantonrechter aan de schending van de informatieplichten gevolgen verbinden door passende maatregelen te nemen die de consument effectieve rechtsbescherming bieden. Die maatregelen moeten doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig zijn. 2.6. In deze zaak heeft de eisende partij de essentiële precontractuele informatieplicht(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.