RECHTBANK NOORD-HOLLAND Familie en Jeugd Zittingsplaats: Haarlem zaakgegevens: C/15/350032 / FA RK 24-1170 datum beschikking: 12 maart 2024 beschikking schorsing van het gezag en voorlopige voogdij (artikel 1:241 en 1:268 BW) in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming, gevestigd te Haarlem, verder te noemen: de Raad, betreffende [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] , hierna te noemen [de minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende te [plaats] ; [de vader] , hierna te noemen: de vader, wonende te [plaats] ; de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming regio Amsterdam, hierna te noemen: de GI, gevestigd te Amsterdam. Het procesverloop Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken: - het verzoekschrift met bijlage(n) van de Raad van 12 maart 2024, ingekomen ter griffie op 12 maart 2024. De feiten De vader is niet de biologische vader van [de minderjarige] en heeft [de minderjarige] niet erkend. De ouders zijn getrouwd op [huwelijksdatum] in Syrië. Beide ouders hebben het gezag over [de minderjarige] . [de minderjarige] verblijft in het [Ziekenhuis] Ziekenhuis te [plaats] . Het verzoek De Raad heeft verzocht de moeder te schorsen in de uitoefening van het gezag en de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming regio Amsterdam te belasten met de voorlopige voogdij over [de minderjarige] . De maatregel is volgens de Raad dringend en onverwijld noodzakelijk om een acute ernstige bedreiging voor [de minderjarige] weg te nemen. Verzocht wordt de maatregel uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De beoordeling De rechtbank is bevoegd om op het verzoek te beslissen nu [de minderjarige] zijn gewone verblijfplaats in Nederland heeft. De rechtbank is van oordeel dat aan het criterium van artikel 1:268, eerste lid, sub a BW is voldaan en zal het verzoek tot schorsing van de moeder in de uitoefening van het gezag toewijzen. De ouders kunnen en willen om die reden niet zelf voor [de minderjarige] zorgen. Hieruit volgt dat [de minderjarige] ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Zoals het er nu naar uitziet zijn de ouders niet in staat of bereid om de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] te dragen. Omdat de ouders vrijwillig afstand willen doen van [de minderjarige] zal hij eerst geplaatst worden in een neutraal terreingezin. Op deze wijze kan de veiligheid en stabiliteit van [de minderjarige] gewaarborgd worden. Het geeft de ouders de mogelijkheid en rust om na te denken over hun toekomst en die van [de minderjarige] . Dit is van belang omdat de Raad heeft aangegeven dat de ervaring leert dat ouders kunnen terugkomen op hun eerder genomen besluit. Omdat er geen gezag over [de minderjarige] wordt uitgeoefend is het van belang dat met spoed wordt voorzien in het gezag van de minderjarige. Op grond van artikel 1:241 BW zal de rechtbank daarom bepalen dat de GI met de voorlopige voogdij belast wordt. Ook als is het verzoek alleen gericht op schorsing van het gezag van de moeder, bij benoeming van de GI met de voorlopige voogdij, is op grond van artikel 1:268, tweede lid, BW ook het gezag van de vader geschorst. Het verhoor van de belanghebbenden kan niet worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige] . De vervaltermijn van de maatregel zal worden vastgesteld op drie
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.