RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 7686273 \ CV EXPL 19-4508 Uitspraakdatum: 30 oktober 2024 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [eiser 1]
- [eiser 2] beiden wonende te [plaats] eisers hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers gemachtigde: mr. I.G.B. Maertzdorff (EUclaim B.V.) tegen de buitenlandse vennootschap Emirates gevestigd te Dubai (Verenigde Arabische Emiraten) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD N.V.) De zaak in het kort De passagiers hebben van de vervoerder, na vermindering van eis, gevorderd dat hij veroordeeld zal worden tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten. De vervoerder voert aan dat de vordering reeds was uitbetaald aan de passagiers en dat de passagiers hiervan op de hoogte waren. De passagier stelt dat bij het gestorte bedrag een, voor hun, onbekende referentienummer gebruikt is en verzochten de vervoerder om verduidelijking. Het betoog van de vervoerder slaagt. Daarom zal de vordering van de passagiers worden afgewezen. 1Het procesverloop 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 10 januari 2017 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport via Dubai Airport (Verenigde Arabische Emiraten) naar Ngurah Rai Airport, Tuban (Indonesië), met vluchtcombinatie EK150 en EK
- 2.
- De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.
- De vervoerder heeft op 4 april 2017 de compensatie uitbetaald. 3Het geschil 3.
- De passagiers vorderen, na vermindering van eis, dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 181,50 dan wel 217,80 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente; - de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.
- De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd dat deze procedure voorkomen had kunnen worden als de vervoerder in een eerder stadium had verduidelijkt dat het ontvangen bedrag de compensatie betrof voor de passagiers. Daarom moet de vervoerder de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten vergoeden, aldus de passagiers. 3.
- De vervoerder betwist dit. Op zijn verweer wordt, voor zover relevant, ingegaan bij de beoordeling. 4De beoordeling 4.
- De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
- De passagiers hebben bij conclusie van repliek erkend dat de vervoerder het aanvankelijk gevorderde bedrag aan compensatie al (aan hun gemachtigde) heeft betaald. Zij vorderen nog wel vergoeding van de buitengerechtelijke kosten, proceskosten en nakosten. Zij erkennen dat er op 4 april 2017 een bedrag van € 1.200,00 is gestort aan de gemachtigde van de passagiers, maar stellen dat dit is gedaan onder vermelding van een onbekend referentienummer. Hierdoor was het voor de gemachtigde van de passagiers niet mogelijk om te verifiëren dat het hierbij ging om de betaling van de compensatie in deze procedure (zie de overgelegde schermafbeelding). Na meerdere keren navraag te doen aan de vervoerder of dit bedrag betrekking had op de passagiers, zonder een verduidelijking te ontvangen, hebben zij de procedure opgestart. Als de vervoerder had gereageerd met een verduidelijking, hadden zij de procedure niet opgestart, aldus de passagiers. 4.
- De vervoerder betwist dit. Bij de conclusie van antwoord voert de vervoerder aan dat hij in de emailwisseling heeft aangegeven dat de betaling op 4 april 2017 was voldaan aan de passagiers. Het staat daarom vast dat de passagiers ruim voor het uitbrengen van de dagvaarding compensatie hebben ontvangen, aldus de vervoerder. Bij de conclusie van antwoord overlegd de vervoerder ook een schermafdruk van hun financiële systeem dat op 3 april 2017 het bedrag is overgemaakt aan de passagiers. Het betoog van de vervoerder slaagt. De passagiers erkennen dat het bedrag is gestort op hun rekening afkomstig van de vervoerder. De kantonrechter overweegt dat de gemachtigde van de passagiers onvoldoende gemotiveerd betwist hebben waarom zij de betaling niet konden koppelen aan de passagiers. Dit kan niet verweten worden aan de vervoerder, de vervoerder heeft immers uitbetaald. De vordering wordt afgewezen. 4.
- De passagiers zullen in het ongelijk worden gesteld. Daarom zullen zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
- wijst de vordering af; 5.
- veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, 5.
- verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter