RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 10537173 \ CV EXPL 23-3479 Uitspraakdatum: 21 februari 2024 Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van: de besloten vennootschap CE Credit Management Invest Fund 1 B.V. gevestigd te Rotterdam de eisende partij gemachtigde: LegalSteps B.V. tegen [gedaagde] wonende te [plaats] de gedaagde partij niet verschenen 1Het procesverloop 1.1. De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend. 2De beoordeling 2.1. De eisende partij vordert primair veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 720,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de vervaldatum van de facturen tot de dag der algehele voldoening. Subsidiair vordert de eisende partij met betrekking tot de resterende toestelprijs van € 660,82, veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van de vervallen en toekomstige termijnen van ieder € 30,00, althans de betaling van de resterende toestelprijs in maandelijkse termijnen van € 30,00 ingaande op de dag van het vonnis tot de dag waarop het bedrag van € 660,82 is voldaan. Daarnaast vordert zij veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten. Tot slot vordert de eisende partij veroordeling van de gedaagde partij in de proceskosten. 2.2. De eisende partij stelt dat T-Mobile op 8 oktober 2018 in een van haar winkels met de gedaagde partij een overeenkomst met betrekking tot data- en/of telecommunicatiediensten (de abonnementskosten) en een kredietovereenkomst voor de aanschaf van een Apple iPhone 8 Plus 64GB heeft gesloten. T-Mobile heeft deze overeenkomst wegens wanbetaling ontbonden en heeft haar vordering vervolgens overgedragen aan de eisende partij. De eisende partij vordert nakoming van de overeenkomsten voor zover de gedaagde partij daarin tekort is geschoten. 2.3. De eisende partij heeft ter onderbouwing van haar vordering verschillende facturen overgelegd. In de factuur van 13 november 2018 wordt een bedrag van € 2,54 aan ‘kosten papieren factuur’ genoemd. De eisende partij heeft niet toegelicht wat de grondslag is van dit deel van de vordering. De kantonrechter wijst het gedeelte van de vordering dat ziet op ‘kosten papieren factuur’ dan ook af. (Pre)contractuele informatieplichten ten aanzien van de abonnementskosten 2.4. De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, anders dan een overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte gesloten. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar voldoen aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van artikel 6:230l aanhef en onder a, b, c, d en f van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dit ter bescherming van de consument. De handelaar moet gemotiveerd stellen en onderbouwen dat aan deze plichten is voldaan. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677). 2.5. De eisende partij heeft naar het oordeel van de kantonrechter voldoende gesteld en onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de op haar rustende informatieplichten als bedoeld in artikel 6:230l BW. De vordering tot betaling van de abonnementskosten ter hoogte van € 33,83 is dan ook toewijsbaar, omdat deze vordering de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. De kosten voor het sms’en en bellen buiten de bundel van € 145,53 zijn eveneens toewijsbaar. Let op! Het is niet aan de kantonrechter om de verschillende vorderingen aan de hand van de gegevens in de producties uit te splitsen. De eisende partij moet voortaan in de dagvaarding de verschillende vorderingen afzonderlijk specificeren. Niet betaalde toestelkrediettermijnen 2.6. Verder vordert de eisende partij betaling van € 29,00 aan niet betaalde toestelkrediettermijnen. 2.7. De Hoge Raad heeft in de arresten van 13 juni 2014 (ECLI:NL:HR:2014:1385) en 12 februari 2016 (ECLI:NL:HR:2016:236) – kort gezegd – het volgende beslist. In een overeenkomst vergelijkbaar met de onderhavige moet, ter bescherming van het belang van de koper, duidelijk zijn wat de koopprijs van de door hem gekochte zaak is, en daarmee wat de omvang is van de door hem verschuldigde termijnen, voor zover die daarop betrekking hebben. Die prijs moet in de overeenkomst afzonderlijk zijn bepaald. Aan die eis is in dit geval voldaan. In de overeenkomst staat namelijk dat het totaalbedrag voor het toestel € 720,00 bedraagt en dat dit bedrag (na een eenmalige bijbetaling van € 5,69) wordt afgelost in 24 maandelijkse toestelkrediettermijnen van € 30,00. Gelet daarop is de kantonrechter van oordeel dat de onderhavige toestelkredietovereenkomst rechtsgeldig is. 2.8. Voorts is niet gebleken dat de eisende partij andere kosten en/of rente over de toestelprijs in rekening heeft gebracht, zodat sprake is van een zogenoemd zacht krediet. De wettelijke bepalingen over consumentenkredietovereenkomsten missen derhalve toepassing. Voor zover de eisende partij € 29,00 vordert aan termijnen die zien op de toestelkredietovereenkomst is dat deel van de vordering dan ook toewijsbaar. Factuur 13 november 2018 2.9. De kantonrechter constateert dat de factuur van 13 november 2018 € 213,07 bedraagt, maar dat de eisende partij daarvan slechts € 61,35 vordert. Dat betekent dat alleen € 61,35 van die factuur zal worden toegewezen. Rente, buitengerechtelijke incassokosten en schadevergoeding en resterende termijnen toestelkrediet: verzuim 2.10. De eisende partij vordert ook
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.