RECHTBANK Noord-Holland Civiel recht Zittingsplaats Haarlem Zaaknummer: C/15/339080 / HA ZA 23-243 Vonnis van 28 februari 2024 in de zaak van [eiser] h.o.d.n. [bedrijf], te [plaats 1] , eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie, hierna te noemen: [eiser] , advocaat: mr. M.N. Mense te HAARLEM, tegen [gedaagde] , te [plaats 2] , gemeente [gemeente] , gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, hierna te noemen: [gedaagde] , advocaat: mr. S.N. Madjidi te DRACHTEN. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding, tevens houdende een incidentele vordering ex art. 223 Rv, van 24 april 2023 met inventarislijst producties - de akte overlegging producties van de kant van [eiser] van 3 mei 2023 met 17 producties - de akte referte in het incident van 17 mei 2023 - het vonnis in incident van 14 juni 2023 - de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie van 26 juli 2023 - de conclusie van antwoord in reconventie tevens houdende wijziging van eis van 6 september 2023 - het tussenvonnis van 8 november 2023 - de spreekaantekeningen van [eiser] en [gedaagde] - de mondelinge behandeling van 18 januari 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De zaak in het kort 2.1. [eiser] en [gedaagde] zijn een overeenkomst van aanneming op regiebasis aangegaan in verband met de verbouwing van de woning van [gedaagde] . [eiser] vordert betaling van openstaande facturen. [gedaagde] zegt dat hij zijn betalingen heeft opgeschort, omdat [eiser] geen nadere urenverantwoording en onderliggende facturen heeft verstrekt. Ook betwist hij de juistheid van de facturen. [gedaagde] heeft ook een tegenvordering ingesteld. Hij vordert vergoeding van herstelkosten voor onjuist uitgevoerd werk. De rechtbank is van oordeel dat [gedaagde] zijn betalingen niet mocht opschorten. Omdat betaling toch is uitgebleven, mocht [eiser] zijn werkzaamheden wel opschorten en is hij niet in verzuim geraakt. [gedaagde] kan hem daarom niet aanspreken tot vergoeding van herstelkosten. De rechtbank kan bij de huidige stand van zaken echter geen oordeel vormen over de vordering van [eiser] . [eiser] zal overeenkomstig zijn bewijsaanbod, worden toegelaten te bewijzen dat door hem gefactureerde werkzaamheden zijn verricht, dat het materiaal/materieel is geleverd en dat de door hem in rekening gebrachte prijs redelijk is. In dat kader heeft de rechtbank het voornemen een deskundige te benoemen. Hierover zullen partijen zich bij akte mogen uitlaten. Ook zal de rechtbank [eiser] bevelen nog enkele stukken te overleggen. 3De feiten 3.1. [gedaagde] is (mede-)eigenaar van een woning aan de [adres 1] te [plaats 2] (hierna: de woning). 3.2. In verband met de voorgenomen verbouwing van de woning, heeft [gedaagde] opdracht gegeven aan [betrokkene] , de vader van [eiser] , om offertes aan te vragen bij aannemers. Daarbij heeft [gedaagde] erop gewezen dat zijn budget € 200.000,00 was. [betrokkene] heeft een technische omschrijving (hierna: de werkomschrijving) opgesteld waarmee hij diverse bouwbedrijven heeft benaderd. Er heeft slechts één bouwbedrijf een offerte uitgebracht en wel voor € 351.727,68 inclusief btw. 3.3. [gedaagde] kende [eiser] , omdat deze sloopwerkzaamheden in de woning had uitgevoerd. Bij het uitblijven van hem passende offertes is [gedaagde] voor de door hem gewenste verbouwing omstreeks december 2021 / januari 2022 een overeenkomst van aanneming op regiebasis (hierna: de overeenkomst) met [eiser] aangegaan. Zij zijn daarbij een uurtarief van € 42,50 overeengekomen. Daarnaast hebben zij afgesproken dat [eiser] 10% opslag mag rekenen over de materialen en over de (kosten van) onderaannemers die hij inschakelt. In aanvulling hierop zijn partijen overeengekomen dat een uurtarief van € 29,50 zou gelden als er zonder factuur (contant) werd afgerekend. Deze afspraken zijn niet schriftelijk vastgelegd. 3.4. Voor de werkzaamheden die de loodgieter en de elektricien in onderaanneming zouden uitvoeren heeft [gedaagde] offertes met vaste prijzen aanvaard. De elektricien heeft de opdracht aangenomen voor € 16.495,00 exclusief btw en de loodgieter voor € 27.256,46 inclusief (21%) btw. In de geaccepteerde offerte van de elektricien zijn de uit te voeren werkzaamheden gespecificeerd en staan de volgende betalingscondities: 30% bij opdracht 30% bij start werkzaamheden 30% bij einde werkzaamheden 10% bij oplevering Ook in de geaccepteerde offerte van de loodgieter worden de uit te voeren werkzaamheden gespecificeerd. Daarnaast staat in de offerte van de loodgieter: Niet in de offerte meegenomen Radiatoren, hiervoor is een stelpost van 420 euro per radiator inclusief montage (…) (...) Sanitair (toiletten kranen inbouwkranen douche drain’s etc) Afmonteren badkamers wc’s dit kunnen we afmonteren voor ene richtprijs van 1750 ex btw 3.5. [eiser] is aan de slag gegaan en heeft facturen voor zijn werkzaamheden gezonden. Totdat [gedaagde] de woning eind september 2022 betrok heeft [gedaagde] facturen voldaan en in totaal € 278.205,59 betaald. [gedaagde] heeft daarnaast zonder factuur € 34.027,00 contant aan [eiser] betaald. 3.6. [gedaagde] is op 27 september 2022 de woning gaan bewonen. De werkzaamheden waren toen nog niet afgerond. 3.7. In de periode van 30 augustus tot en met september 2022 heeft [eiser] aan [gedaagde] de volgende (onbetaald gelaten) facturen gezonden: Factuurnummer Datum Vervaldatum Bedrag Omschrijving (incl btw) 22300025 30-8-2022 29-9-2022 € 10.911,91 dakkappellen, isoleren dak en zijwangen 22300027 30-8-2022 6-9-2022 € 49,445,14 urenverzameling t/m w32 22300029 24-9-2022 1-10-2022 € 2.236,08 metselwerk uitbouw en herstel 22300030 24-9-2022 1-10-2022 € 6.586,45 elektra 3e deel 22300031 24-9-2022 1-10-2022 € 5.996,16 loodgieter 3e deel & eindfactuur 22300032 24-9-2022 1-10-2022 € 2.303,16 afmontage loodgieterswerk- zaamheden 22300033 24-9-2022 1-10-2022 € 445,89 tijdelijke dakbedekking uitbouw Totaal € 77.924,79 3.8. [eiser] heeft zijn werkzaamheden eind september / begin oktober 2022 gestaakt. 3.9. Bij brief met onderwerp ‘ingebrekestelling’ van 14 oktober 2022 heeft [gedaagde] [eiser] een termijn van veertien dagen gesteld om zijn verplichtingen na te komen onder opgave van een lijst van werkzaamheden die afgerond moeten worden. Daarbij heeft [gedaagde] ook gevraagd om creditnota’s vanwege onjuiste tarieven en niet afgeronde werkzaamheden van de loodgieter en de elektricien en om een urenverantwoording van de gehele verbouwing ter verantwoording van de facturen. 3.10. [eiser] heeft op 3 november 2022 per e-mail aan [gedaagde] geschreven: (…) Inmiddels heb ik de facturen van alle onderaannemers uit respect voor de geleverde werkzaamheden moeten voorschieten. Daarnaast heb ik zelf ook een groot bedrag aan nog niet ontvangen BTW afgedragen aan de belastingdienst. (…) Er staat voor mij een te groot bedrag aan onbetaalde facturen open, waardoor ik de werkzaamheden heb moeten opschorten, dat is mijn goed recht. We hebben met elkaar afspraken gemaakt die ik graag wil afronden maar daarbij hoort ook dat facturen door de opdrachtgever worden betaald. We zitten nu in een fase dat werkzaamheden voor bijna 100% zijn afgerond. In het begeleidend schrijven (een sommatie tot betaling) probeer ik een en ander nog toe te lichten (…). 3.11. In de begeleidende brief reageert [eiser] op de ingebrekestelling van [gedaagde] . Hij geeft aan dat de werkzaamheden, voor zover die nog openstaan en zijn overeengekomen, zullen worden uitgevoerd zodra de openstaande nota’s zijn voldaan. Daarnaast geeft hij onder meer een toelichting op de facturen voor de werkzaamheden van de loodgieter en de elektricien. In zijn brief heeft hij (verder) geschreven: Urenverantwoording De nog openstaande nota met nummer 22300027, zijnde de in rekening gebrachte uren, zal ik specificeren. De eerder in rekening gebrachte uren kan ik eveneens specificeren maar zijn altijd netjes voldaan tegen het afgesproken uurtarief, zodat daar achteraf geen discussie over bestaat c.q. mogelijk is. (…) Nakoming verplichtingen over en weer Zoals hiervoor uiteengezet bedraagt het bedrag van de openstaande facturen thans € 77.924,79. Dit bedrag betreft nog niet eens de eindafrekening van alle reeds uitgevoerde en nog uit te voeren werkzaamheden. Die eindafrekening moet nog volgen. Je kunt er op vertrouwen dat de resterende werkzaamheden netjes zullen worden afgerond, inclusief de werkzaamheden van de onderaannemers, mits de openstaande facturen zijn voldaan. Het openstaande bedrag van de ingehouden facturen (op dit moment € 77.924,79) staat in geen enkele verhouding met de (eventuele) werkzaamheden die nog moeten worden uitgevoerd. Om die reden hebben wij de werkzaamheden opgeschort, maar dat is eerder aangegeven. (…) Sommatie / verzoek om betaling openstaande facturen Ik verzoek je alsnog binnen zeven dagen na heden tot betaling van mijn openstaande facturen zorg te dragen. Na ontvangst van die betalingen pakken we de draad weer op en lopen we de “oplever” punten door, waarna ik vervolgens zal over gaan tot het opmaken van de eindafrekening. Graag maak ik deze week een afspraak om een en ander persoonlijk te bespreken, ik zal mijn urenverantwoording en de nieuwe facturen meenemen om deze toe te lichten. (…) 3.12. Op 3 november 2022 heeft [gedaagde] per e-mail gereageerd: Beste [eiser] , Ik heb je bericht ontvangen. Ik moet eea even laten bezinken en kom er bij je op terug. Met vriendelijke groet, [gedaagde] 3.13. Op 16 november 2022 heeft [eiser] de volgende facturen met vervaldatum 23 november 2022 aan [gedaagde] gestuurd: Factuurnummer Bedrag Omschrijving 22400035 € 992,81 puinbak 22400036 € 27.907,71 materialen inkoop t/m week 40 22400037 € 19.078,68 uren week 33 t/m 40 22400038 € 4.311,27 materiaal uit voorraad 22400039 € 20.303,10 timmerwerk en tussenwanden isoleren excl. kozijnen plaatsen 22400040 € 3.068,57 isoleren dorpelsen vensterbanken 22400041 € 1.257,80 kitwerkzaamheden door extern bedrijf 22400042 € 958,32 voorschot loodgieter montage radiatoren 22400043 € 165,71 wc fontein bg afmontage loodgieter 22400044 € 374,01 wc raam 1e verd vermaken 22400045 € 4.658,50 huur steiger t/m juni 2022 22400046 € 2.195,48 elektra eindfactuur 22400047 € 2.329,25 elektra meerwerk Totaal € 87.601,21 3.14. [eiser] heeft aldus tot en met november 2022 € 443.731,59 inclusief btw gefactureerd, waarvan een bedrag van € 165.526,00 per eind november 2022 onbetaald is gebleven. 3.15. Op 23 november 2022 heeft [eiser] per aangetekende ‘veertien dagenbrief’ [gedaagde] aangemaand om een bedrag van € 77.924,79 aan openstaande facturen te voldoen. 3.16. Met een brief van 6 december 2022 heeft de toenmalige advocaat van [gedaagde] gereageerd en verwezen naar de ingebrekestelling van 14 oktober 2022. Daarbij heeft hij meegedeeld dat de focus eerst dient te liggen op correcte en volledige afronding van de werkzaamheden. Hij heeft ook geschreven: Desalniettemin wijs ik u erop dat cliënt van u verwacht dat u uw gefactureerde uren en materialen verantwoord, conform de inhoud van de ingebrekestelling d.d. 14 oktober jl. (..) Opschorting Hoewel uw financiële vordering op cliënt inhoudelijk is betwist, schort cliënt met een beroep op artikel 6:52 van het Burgerlijk Wetboek enige betaling aan uw onderneming op. Cliënt vermoed dat de niet (volledig) uitgevoerde werkzaamheden en de gebrekkig uitgevoerde werkzaamheden een waarde heeft die uw vordering op cliënt ver overstijgen. U zult op korte termijn een uitnodiging ontvangen om aanwezig te zijn bij de expertise in de woning van cliënt. (…) 3.17. In opdracht van de rechtsbijstandsverzekeraar van [gedaagde] heeft Top Expertise (hierna: Top Expertise) op 11 januari 2023 de woning onderzocht. [eiser] was daarbij aanwezig. 3.18. In haar rapport van 10 februari 2023 (hierna: het rapport) merkt Top Expertise onder meer op dat zichtbaar is en uit navraag blijkt dat er tijdens de uitvoering van de regiewerkzaamheden diverse wijzigingen zijn doorgevoerd ten opzichte van de technische omschrijving, die kostenverhogend hebben gewerkt. Verder geeft zij aan dat zij in haar beoordeling van te verrichten (herstel)werkzaamheden een onderscheid maakt tussen het herstel van al uitgevoerde werkzaamheden, dat voor rekening komt voor [eiser] , en werkzaamheden die nog moeten worden uitgevoerd. Die laatste komen voor rekening van [gedaagde] omdat het werk op regiebasis is aangenomen, aldus Top Expertise. Zij heeft de kosten van herstel van de punten die voor rekening van [eiser] komen, geraamd op € 7.730,00 exclusief btw. 3.19. Top Expertise heeft verder in het rapport over de nog af te maken werkzaamheden van de elektricien en de loodgieter opgemerkt: a. Elektricien werk op basis van geaccepteerde offerte afmaken Voor zover zichtbaar betreft dit onder meer: Deurbel; Aansluitpunt buitenlicht voordeur met timer; Aansluitpunt oplader auto; Aansluitpunten buitenlichtpunten zijgevels; Rookmelders; In de garage: 21 wandcontactdozen en twee stuks plafond-verlichting met twee schakelaars met dimmer Loodgieter werk op basis van geaccepteerde offerte afmaken Voor zover zichtbaar heeft de loodgieter de werkzaamheden volgens offerte uitgevoerd. (…). 3.20. Daarnaast heeft Top Expertise in het rapport de volgende vragen beantwoord: 1Wat is uw algemene indruk van de woning? De algemene indruk is goed. 2. U heeft als bijlage 1 de werkomschrijving ontvangen. Is het naar uw inschatting überhaupt mogelijk de werkzaamheden in de werkomschrijving uit te voeren voor een bedrag van maximaal € 200.000,-, rekening houdend met marktconforme prijsstellingen? Zo nee, wat zou uw grove schatting zijn van de kosten? Op basis van de technische werkomschrijving, de tekeningen, de prijsstelling van januari 2022 achten wij het niet mogelijk om de werkzaamheden voor maximaal € 200.000,-- te realiseren. Onder verwijzing naar bijlage 2 hebben wij de uitvoering van de werkzaamheden geraamd op een bedrag van € 317.000,-- inclusief btw. (…) NB: Hetzij nogmaals opgemerkt dat deze raming is gebaseerd op de uitgebrachte technische omschrijving en dat er in het werk veel veranderingen en aanpassingen (extra) wensen zijn doorgevoerd. Het betreft dus geen raming van de werkelijk uitgevoerde werkzaamheden. (…) (…) 5. Na het uitvoeren van de laatste werkzaamheden door de aannemer, heeft de bewoner grootschalige lekkages gehad van de dakkapellen. Bewoner heeft daarop als noodoplossing het dak laten herstellen. Was het noodzakelijk om het dak te laten herstellen, zoals bewoner heeft laten doen? Zoals onder ‘bevindingen’ vermeld heeft bewoner niet enkel noodvoorzieningen laten treffen, maar inmiddels het gehele pannendak laten vervangen en dat was niet noodzakelijk. Een noodvoorziening was voldoende geweest om de lekkages te stoppen, waarna de aannemer de zinken daken en afwerkingen kon uitvoeren. Hetzij hierbij opgemerkt dat wij erg verrast waren om een nieuw pannendak aan te treffen. Enerzijds omdat het aanzienlijk goedkoper en beter was geweest om het dak van buitenaf te isoleren en anderzijds dat de bewoner had aangegeven geen geld meer te hebben omdat het budget op was. 6Is de lekkage verwijtbaar aan de aannemer, voor zover u kunt beoordelen? De lekkages, rondom de dakkapellen, zijn een rechtstreeks gevolg van niet correct uitgevoerd en half afgemaakte werkzaamheden door de aannemer. 7. Bewoner heeft gevolgschade door de lekkage. Kunt u een inschatting maken van de kosten van herstel met betrekking tot deze gevolgschade? (…) De herstelkosten hebben wij geraamd op € 1.500,-- exclusief btw. 8. Heeft u tijdens de expertise nog overige relevante constateringen gedaan, welke van belang kunnen zijn in deze kwestie? Op ons verzoek hebben wij van de aannemer de urenstaten en een totaaloverzicht per “onderdeel” mogen ontvangen. Volgens de urenstaten zijn er, na het sloopwerk totaal 2.875,5 uren gewerkt en volgens de werkstaten per onderdeel totaal 3.492,5 uren. Er is derhalve een verschil van 617 gewerkte uren. Volgens de facturatie heeft de aannemer, na het sloopwerk, totaal 2.840,5 in rekening gebracht en blijft de aannemer daarmee binnen het totaal aantal uren uit de weekstaten. Het verschil in uren is ook verklaarbaar, omdat die cash zijn voldaan. Kortom: de aannemer heeft geen uren dubbel gefactureerd. 3.21. Op 17 februari 2023 heeft de advocaat van [eiser] per brief aan [gedaagde] geschreven, dat [gedaagde] zich niet op opschorting kan beroepen, omdat de gestelde gebreken op 11 januari 2023 zijn onderzocht en daarbij niet van omstandigheden is gebleken die volledige opschorting van betaling zouden kunnen rechtvaardigen. Hij heeft daarbij aangegeven: Bovendien is nu – ruim een maand later – nog steeds geen rapport opgemaakt van dit onderzoek, althans ontvangen door [eiser] , (…) (…) [eiser] verzoekt u binnen veertien dagen na ontvangst van dit bericht over te gaan tot betaling van € 165.526,00. Blijft betaling uit dan maakt [eiser] aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. [eiser] begroot deze kosten op € 2.430,00. U dient dan tevens rekening te houden met rechtsmaatregelen. (…) 3.22. Op 3 maart 2023 heeft de toenmalige advocaat van [gedaagde] per brief gereageerd onder gelijktijdig toesturen van het rapport. Hij heeft nogmaals verwezen naar de ingebrekestelling van 14 oktober 2022 en sommeert [eiser] om de gebreken te herstellen. In de brief wordt de juistheid van het merendeel van de openstaande facturen bestreden. De advocaat heeft daarbij geschreven: Cliënt heeft ondertussen 22 van de door uw cliënt toegezonden facturen betaald. Cliënt had het volste vertrouwen in de uitvoering van de werkzaamheden en in een redelijke en eerlijke facturering. Gezien cliënt na betaling van deze facturen nog een twintigtal facturen van uw cliënt ontving, is cliënt ervan overtuigd geraakt dat hij bovenmatig veel heeft betaald en dat de openstaande facturen inhoudelijk volstrekt onjuist zijn. Dat cliënt bovenmatig veel heeft betaald wordt tevens bevestigd door de expert die in bijlage 2 van de rapportage een raming heeft gemaakt van € 286.828 incl. btw, excl. schilderwerk en excl. meer- en minderwerk op basis van de werkbeschrijving van de vader van uw cliënt. De heer [betrokkene] . (…) De advocaat van [gedaagde] heeft in de brief gesommeerd om de gebreken te herstellen, maar heeft ook een alternatieve oplossing voorgesteld, die er samengevat op neerkomt dat alle openstaande facturen worden gecrediteerd en [gedaagde] nog een bedrag van € 47.000,00 inclusief btw aan [eiser] betaalt. Dit heeft hij als volgt toegelicht: Cliënt heeft namelijk de openstaande facturen beoordeeld en komt daarmee tot de conclusie dat hij uw cliënt bij benadering een bedrag van € 60.000,- incl. btw verschuldigd zou zijn. Gezien de openstaande gebreken en gevolgschade bij benadering een bedrag van € 13.000,- incl. btw betreffen, acht cliënt een betaling van een bedrag van € 47.000,-- incl. btw ter finale kwijting een passende alternatieve oplossing. 3.23. De advocaat van [eiser] heeft op 22 maart 2023 per brief gereageerd en gemeld dat de gebreken grotendeels niet voor rekening van [eiser] komen, van ondergeschikte aard zijn en het ingehouden bedrag niet rechtvaardigen. [eiser] handhaaft zijn beroep op opschorting. 3.24. Ter uitvoering van het vonnis in incident van deze rechtbank van 8 november 2023, heeft [gedaagde] aan [eiser] € 40.000,00 en de daarover verschuldigde wettelijke rente betaald. 4Het geschil in conventie 4.1. [eiser] vordert – na eiswijziging – om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen tot betaling van: I. € 127.956,00, te vermeerderen met de rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 5 maart 2023, waarbij de buitengerechtelijke incassokosten als reeds voldaan worden aangemerkt; II. € 2.430,00, althans een door de rechtbank te bepalen bedrag, aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de rente vanaf 24 april 2023; III. de proceskosten, in het incident en de hoofdzaak, de nakosten daaronder begrepen, onder de bepaling dat de rente over deze bedragen verschuldigd is wanneer zij niet binnen veertien dagen na dagtekening, subsidiair twee dagen na betekening, van het te wijzen vonnis zijn voldaan. 4.2. [eiser] legt het volgende aan zijn vorderingen ten grondslag. [eiser] en [gedaagde] zijn een overeenkomst van aanneming aangegaan. De werkzaamheden zijn (grotendeels) in regie aangenomen. Partijen zijn daarbij overeengekomen dat de vergoeding zou worden vastgesteld naar de door [eiser] bestede tijd en aangeschafte materialen en door hem ingeschakelde onderaannemers waarbij hij over de kosten 10% opslag in rekening mocht brengen. Van de aldus vastgestelde vergoeding heeft [gedaagde] € 165.526,- (na betaling van € 40.000 na het incidentele vonnis: 127.956,-) niet voldaan. [gedaagde] moet dit bedrag alsnog betalen. 4.3. [gedaagde] voert verweer. Hij concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure. Samengevat voert [gedaagde] het volgende aan. Uitgangspunt bij een regieovereenkomst is dat een aannemer die aanspraak maakt op betaling van zijn facturen, die facturen zodanig moet onderbouwen dat de opdrachtgever de juistheid van de facturen kan controleren. Dit heeft [eiser] niet gedaan. Op [gedaagde] rust daardoor al geen verplichting de facturen te voldoen. Ook betwist [gedaagde] de juistheid van de facturen. Daarbij zegt hij onder meer dat de urenstaten van [eiser] soms tot 12,5 gewerkte uren per dag vermelden, waar dat in de praktijk niet voorkomt en dat niet te controleren is of de materialen die zijn aangeschaft in zijn woning zijn verwerkt. 4.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. in reconventie 4.5. [gedaagde] vordert, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: [eiser] te veroordelen om aan [gedaagde] te voldoen een bedrag van € 9.230,00 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 februari 2023, dan wel vanaf een door de rechtbank in goede justitie te bepalen datum, tot aan de dag van algehele betaling; [eiser] te veroordelen in de proceskosten, nakosten daaronder begrepen, met de bepaling dat daarover wettelijke rente is verschuldigd vanaf het verstrijken van 14 dagen na het te wijzen vonnis tot aan de dag van algehele betaling. 4.6. Aan zijn vordering legt [gedaagde] – samengevat – het volgende ten grondslag. Uit het rapport van Top Expertise blijkt dat [eiser] zijn werkzaamheden niet heeft uitgevoerd overeenkomstig de daarvoor geldende eisen van goed en deugdelijk werk. Top Expertise heeft een aantal gebreken geconstateerd die voor rekening van [eiser] komen en heeft de kosten om deze te herstellen geraamd op € 9.230,-. [eiser] moet deze kosten betalen. 4.7. [eiser] voert verweer. Hij concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [gedaagde] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [gedaagde] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure, nakosten daaronder begrepen, te vermeerderen met rente. Hij zegt dat de meeste door Top Expertise genoemde gebreken voor rekening van [gedaagde] komen. Daarnaast betwist hij diverse door [gedaagde] gestelde gebreken. Verder beroept [eiser] zich op opschorting. Hij voert daarbij het volgende aan. Het in het incident toegewezen en door [gedaagde] betaalde bedrag van € 40.000,- is viermaal hoger dan de door [gedaagde] begrote herstelkosten. Alleen dit maakt al dat [eiser] zich terecht op opschorting heeft beroepen. Nadat [gedaagde] € 40.000 heeft betaald, heeft zij [eiser] niet aangemaand tot herstel, zodat [eiser] niet in verzuim is geraakt. Ook daarop stuit de vordering tot schadevergoeding af, aldus nog steeds [eiser] . 4.8. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 5De beoordeling in conventie Wijziging eis en buitengerechtelijke incassokosten 5.1. Voordat de rechtbank de zaak (verder) inhoudelijk behandelt, staat zij eerst stil bij de eiswijziging van [eiser] . Na het vonnis in incident van 14 juni 2023 heeft [gedaagde] (overeenkomstig dat vonnis) aan [eiser] € 40.000,- vermeerderd met wettelijke rente betaald. Daarop heeft [eiser] zijn eis gewijzigd. Voor deze wijziging heeft [eiser] - onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 10 juli 2015 - de betaling eerst in mindering gebracht op de door hem gevorderde buitengerechtelijke kosten. Het restant heeft hij in mindering gebracht op de hoofdsom. De rechtbank volgt [eiser] daarin niet. Uit het door [eiser] aangehaalde arrest volgt weliswaar dat een betaling eerst in mindering wordt gebracht op de (buitengerechtelijke en andere) kosten, maar de rechtbank heeft in dit geval nog niet beslist over het geheel. Daarom staat nog niet vast of en zo ja voor welk deel de hoofdsom kan worden toegewezen. Daarmee staat ook de daarvan af te leiden hoogte van de gevorderde buitengerechtelijke kosten niet vast. Het is dan ook niet mogelijk om de betaling daarmee te verrekenen. Dit betekent dat het betaalde bedrag van € 40.000,- vooralsnog volledig in mindering komt op de gevorderde hoofdsom, zodat nu nog maximaal een in hoofdsom te vorderen bedrag van € 125.526,- resteert. Voor meer zal de vordering van [eiser] niet kunnen worden toegewezen. Omdat de gevorderde buitengerechtelijke kosten daarmee niet als reeds voldaan kunnen worden aangemerkt, zal de rechtbank (ook) over die vordering beslissen, en wel zodra de hoogte van de eventueel toe te wijzen hoofdsom vaststaat. De rechtbank zal er daarbij rekening mee houden dat bij het instellen van de dagvaarding de gevorderde hoofdsom € 40.000,- hoger was. Opschortingsbevoegdheid 5.2. [gedaagde] verweert zich tegen de vordering van [eiser] met een, door [eiser] betwist, beroep op opschorting. [gedaagde] zegt dat hij de betalingen mag opschorten, omdat [eiser] is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen. [eiser] schoot volgens [gedaagde] te kort, omdat
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.