RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 10630272 \ CV EXPL 23-4835 Uitspraakdatum: 28 februari 2024 Vonnis van de kantonrechter in het incident in de zaak van: [eiseres] wonende te [plaats] eiseres, verweerster in het incident verder te noemen: [eiseres] gemachtigde: mr. P.J. Aschebrock (Stichting Achmea Rechtsbijstand)rolgemachtigde: AGIN Pranger Gerechtsdeurwaarders tegen de besloten vennootschap Crown Van Gelder International B.V. gevestigd te Velsen gedaagde, eiseres in het incident verder te noemen: CVGI gemachtigde: mr. B. Westerhout 1Het procesverloop 1.
- [eiseres] heeft bij dagvaarding van 6 juli 2023 een vordering tegen CVGI ingesteld. CVGI heeft een incidentele conclusie genomen waarin zij vordert dat de kantonrechter zich onbevoegd verklaart en de zaak verwijst naar de rechtbank, en geantwoord in de hoofdzaak. [eiseres] heeft schriftelijk gereageerd op de vordering tot onbevoegdverklaring. 2De beoordeling ten aanzien van de bevoegdheid van de kantonrechter 2.
- CVGI stelt dat de kantonrechter niet bevoegd is om van de zaak kennis te nemen, omdat de bij dagvaarding gevorderde schadevergoeding een vordering betreft met een beloop van meer dan € 25.000,- en geen aardvordering betreft. Zij vordert dat de kantonrechter zich onbevoegd verklaart en de zaak verwijst naar de rechtbank. 2.
- [eiseres] betwist gemotiveerd de stelling dat de kantonrechter onbevoegd is. 2.
- De kantonrechter overweegt als volgt. Uit artikel 93 aanhef en onder c van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering volgt dat de kantonrechter beslist over zaken betreffende, onder meer, arbeidsovereenkomsten (de zogenaamde ‘aardvorderingen’). De term ‘betreffende’ moet ruim worden uitgelegd en behelst meer dan dat de vordering zijn grondslag moet hebben in één van de in dit artikel genoemde overeenkomsten. Ook vorderingen die verband houden met en niet los gezien kunnen worden van het (oorspronkelijke) bestaan van een arbeidsovereenkomst, zijn vorderingen ‘betreffende’ een arbeidsovereenkomst (zie Hoge Raad 16 november 2011, ECLI:NL:HR:2001:AD3992). 2.
- [eiseres] vordert in de hoofdzaak schadevergoeding en legt daaraan ten grondslag dat CVGI tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst die CVGI als doorstarter heeft gesloten met de curator in het faillissement van Crown Van Gelder B.V. [eiseres] was werkzaam bij Crown Van Gelder B.V. totdat de curator haar arbeidsovereenkomst opzegde vanwege het faillissement. [eiseres] betoogt dat CVGI, als koper van de activa uit het faillissement van Crown Van Gelder B.V., haar op basis van de overeenkomst met de curator een nieuwe arbeidsovereenkomst met minimaal gelijke voorwaarden had moeten aanbieden. Door dat niet te doen heeft zij schade geleden, aldus [eiseres]. 2.
- Gelet op de stellingen die [eiseres] aan haar vordering ten grondslag legt, is de kantonrechter van oordeel dat de vordering van [eiseres] verband houdt met, en niet los kan worden gezien van, de beëindigde arbeidsovereenkomst. Dit leidt tot de conclusie dat de kantonrechter zich op grond van artikel 93 aanhef en onder c Rv bevoegd acht om van de vordering kennis te nemen. De vordering in het incident wordt daarom afgewezen. 2.
- De proceskosten komen voor rekening van CVGI, omdat zij ongelijk krijgt. De hoofdzaak 2.
- De hoofdzaak zal worden verwezen naar de rolzitting voor beraad. Partijen zullen te zijner tijd van de beraadbeslissing op de hoogte worden gesteld. 2.
- Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden. 3De beslissing De kantonrechter: in het incident 3.
- wijst de vordering af; 3.
- veroordeelt CVGI in de kosten van het incident die de kantonrechter tot en met vandaag vaststelt op € 135,00 aan salaris van de gemachtigde van [eiseres]; in de hoofdzaak 3.
- verwijst de zaak naar de rolzitting van 13 maart 2024 voor beraad; 3.
- houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter