RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknr./rolnr.: 10833207 \ AO VERZ 23-76 Uitspraakdatum: 20 februari 2024 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van: [verzoeker] , wonende te [plaats] verzoekende partij verder te noemen: [verzoeker] gemachtigde: mr. A. van Deuzen tegen de besloten vennootschap Schadeherstel De Waard B.V. gevestigd te Heerhugowaard verwerende partij verder te noemen: Schadeherstel De Waard gemachtigde: mr. W. Hovingh De zaak in het kort In deze zaak verzoekt een werknemer om vernietiging van een ontslag op staande voet door een werkgever. De kantonrechter wijst het verzoek toe. Naar het oordeel van de kantonrechter is het ontslag namelijk niet (rechts)geldig, omdat een dringende reden ontbreekt. 1De procedure 1.1. [verzoeker] heeft een verzoek gedaan om – kort gezegd - een ontslag op staande voet nietig te verklaren, onder veroordeling van Schadeherstel De Waard tot betaling van loon en tot wedertewerkstelling van [verzoeker]. Schadeherstel De Waard heeft een verweerschrift ingediend. 1.2. Op 23 januari 2024 heeft een zitting plaatsgevonden. Partijen hebben daar hun standpunten toegelicht en vragen beantwoord. De griffier heeft daarvan aantekeningen gemaakt. Vóór de zitting heeft [verzoeker] zijn verzoek aangevuld en aanvullende stukken ingediend. Ook Schadeherstel De Waard heeft vóór de zitting nog aanvullende stukken toegezonden. 2Feiten 2.1. [verzoeker], geboren op [geboortedatum], is op 1 oktober 2019 in dienst getreden bij (de rechtsvoorganger van) Schadeherstel De Waard in de functie van voorbewerker. 2.2. Op 27 juni 2023 heeft Schadeherstel De Waard [verzoeker] schriftelijk een officiële waarschuwing gegeven met de volgende inhoud: ‘(…) Helaas hebben wij moeten constateren dat u na een aantal mondelinge waarschuwingen nog steeds afspraken niet nakomt en de huisregel nog steeds overtreedt. Het gaat om de volgende punten: 1-Er zijn nog steeds klachten van de rest van je medecollega’s over manier van behandeling en omgaan. Er is geen sprake van respect en samenwerking. Ondanks meerdere mondelinge waarschuwingen, moeten we en medecollega’s helaas constateren dat er geen verandering gezien wordt. Gevolgen hiervan is dat er meerdere lang niet meer zich hier thuis voelt en dat ze waarschijnlijk dit bedrijf gaan verlaten als hier geen aanpassingen komen. 2-Zoals op de huisregel blad genoteerd zijn, mag medewerker tijdens de werk geen mobiele telefoon gebruiken( tenzij echt noodzakelijk is). Bovendien dient de werknemer voor de privé dingen, roken, bidden en andere dingen die niets te maken heeft met de werk uit te gaan klokken. We hebben helaas geconstateerd dat je zich niet aan genoemde afspraken houdt. Er wordt vaak kleine pauzes zonder uitklokken gehouden, er wordt vaak mobiele telefoon gebruikt en vaak op de werkplaats gegeten en gedronken. Zoals gezegd ontvang je je eerste officiële waarschuwing. We hopen dat je zich aanpast en de huisregels nakomt. Mocht er geen aanpassingen en verandering zien, volgen er de 2e en 3e waarschuwing en uiteindelijk beëindiging van je arbeidsovereenkomst. (…)’ 2.3. Op 9 oktober 2023 is [verzoeker] mondeling op staande voet ontslagen. Dit is bij brief van 10 oktober 2023 aan hem bevestigd. In deze brief staat onder meer: ‘(…) De redenen voor dit ontslag op staande voet zijn de volgende: Het stoken van andere medewerkers om meer geld te vragen en bij een ander bedrijf te gaan werken; ongevraagd extra pauzes nemen en privé zaken regelen onder werktijd; werkweigeren t.b.v. opleiding nieuwe medewerkers; agressief gedrag tegenover andere medewerkers, waardoor een onveilige werksfeer is ontstaan; te laat op werk verschijnen, hiervoor heeft u meerdere waarschuwingen ontvangen; het ongevraagd verrichten van nevenactiviteiten; het benaderen van klanten van De Waard en veel meer redenen. Voor enkele bovengenoemde redenen hebben wij u verschillende keren mondeling gewaarschuwd en nog sterker hebben we u op 27 juni 2023 het 1e officiële schriftelijke waarschuwing gegeven. Ondanks alle waarschuwingen hebben we geen verandering gezien. Gezien de redenen die wij hierboven hebben aangevoerd en uw reacties op onze mededelingen, is er op dit moment een situatie ontstaan die dusdanig ernstig is dat een verdere samenwerking met u per direct onmogelijk is gemaakt. Wij zijn daarom genoodzaakt om u op staande voet te ontslaan. (…)’ 3Het (gewijzigde) verzoek en het verweer 3.1. [verzoeker] verzoekt – na aanvulling van het verzoek – de kantonrechter om het ontslag op staande voet nietig te verklaren, met veroordeling van Schadeherstel De Waard tot betaling van loon en tot wedertewerkstelling van [verzoeker], op straffe van een dwangsom. Aan dit verzoek legt [verzoeker] ten grondslag – kort weergegeven – dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is, omdat een dringende reden ontbreekt. 3.2. Schadeherstel De Waard voert verweer en stelt dat het verzoek moet worden afgewezen. Daartoe is – samengevat – aangevoerd dat het ontslag op staande voet wel rechtsgeldig is gegeven. 3.3. Op de stellingen van partijen zal, voor zover van belang, hierna onder de beoordeling nader worden ingegaan. 4De beoordeling Wie is de verweerder? 4.1. Ten aanzien van de (aanvankelijke) onduidelijkheid over de vraag welke vennootschap de (laatste) werkgever van [verzoeker] was, en dus wie verweerder in deze procedure is, hebben partijen op de zitting verklaard dat Schadeherstel De Waard de (laatste) werkgever van [verzoeker] was. Partijen zijn het erover eens dat Schadeherstel De Waard daarom als verweerder in deze procedure moet worden aangemerkt. Waar gaat deze zaak over? 4.2. [verzoeker] heeft de kantonrechter verzocht om het ontslag op staande voet nietig te verklaren. Op de zitting heeft de gemachtigde van [verzoeker] verklaard dat is bedoeld om vernietiging van het ontslag op staande voet te verzoeken. Daartegen heeft Schadeherstel De Waard geen bezwaar gemaakt. Uit de standpunten van partijen in de processtukken en het verhandelde op de zitting blijkt dat [verzoeker] heeft bedoeld om vernietiging van het ontslag te verzoeken en dat Schadeherstel De Waard ook heeft begrepen dat [verzoeker] dat heeft bedoeld. Daarom gaat de kantonrechter er vanuit dat het in deze zaak gaat om de vraag of het ontslag op staande voet moet worden vernietigd op grond van artikel 7:681 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Is het ontslag op staande voet rechtsgeldig? 4.3. Ter beantwoording ligt de vraag voor of het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven. Volgens artikel 7:677 lid 1 BW moet een ontslag op staande voet onverwijld worden gegeven, met gelijktijdige mededeling van de dringende reden voor dat ontslag. [verzoeker] heeft niet weersproken dat aan de onverwijldheidseisen is voldaan, zodat de kantonrechter aanneemt dat de onverwijldheid tussen partijen niet ter discussie staat. Het bestaan van een dringende reden staat wel ter discussie. 4.4. Naar het oordeel van de kantonrechter ontbreekt een dringende reden. Daartoe overweegt zij als volgt. Dringende reden 4.5. Als dringende reden in de zin van artikel 7:677 lid 1 BW worden op grond van artikel 7:678 lid 1 BW beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die ten gevolge hebben dat van de werkgever redelijkerwijs niet verlangd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Bij de beoordeling van de vraag of van een dringende reden sprake is, moeten alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking worden genomen. Daarbij behoren in de eerste plaats te worden betrokken de aard en ernst van hetgeen de werkgever als dringende reden aanmerkt, en verder onder meer de aard en duur van de dienstbetrekking, de wijze waarop de werknemer deze heeft vervuld, alsmede de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals de leeftijd en de gevolgen die een ontslag op staande voet zou hebben. 4.6. Partijen zijn het erover eens dat aan het ontslag op staande voet de redenen zoals genoemd in de brief van 10 oktober 2023 ten grondslag liggen. Deze redenen bestaan uit: 1. Het stoken van andere medewerkers om meer geld te vragen en bij een ander bedrijf te gaan werken; 2. ongevraagd extra pauzes nemen en privé zaken regelen onder werktijd; 3. werkweigeren t.b.v. opleiding nieuwe medewerkers; 4. agressief gedrag tegenover andere medewerkers, waardoor een onveilige werksfeer is ontstaan; 5. te laat op werk verschijnen, hiervoor heeft u meerdere waarschuwingen ontvangen; 6. het ongevraagd verrichten van nevenactiviteiten; 7. het benaderen van klanten van De Waard; 8. en veel meer redenen. 4.7. [verzoeker] ontkent alle door Schadeherstel De Waard gemaakte verwijten. [verzoeker] ontkent ook dat hij na de officiële waarschuwing in juni 2023 nog is gewaarschuwd door Schadeherstel De Waard. Op de zitting heeft [verzoeker] verklaard dat [betrokkene 1], indirect bestuurder van Schadeherstel De Waard (hierna: [betrokkene 1]), hem nog wel een keer bij zich heeft geroepen om te praten, maar dat ging ergens anders over. Voor [verzoeker] is volstrekt onduidelijk op grond van welke feiten en/of omstandigheden hij op staande voet is ontslagen. Er was geen sprake van redenen die zo erg en dringend waren dat de arbeidsovereenkomst vanaf 9 oktober 2023 niet meer gecontinueerd zou kunnen worden. Aldus [verzoeker]. 4.8. Schadeherstel De Waard voert aan dat [verzoeker] na de officiële waarschuwing van 27 juni 2023 geen verbeteringen liet zien. Er is geen sprake van respect en samenwerking. Daarbij bleek [verzoeker] bij herhaling bezig met privézaken tijdens het werk, hetgeen in strijd is met de huisregels van Schadeherstel De Waard. In oktober 2023 heeft Schadeherstel De Waard geconstateerd dat [verzoeker] medewerkers opstookt om bij een ander bedrijf te gaan werken. Van belang daarbij is dat de zoon van [verzoeker] een eigen autobedrijf is begonnen. Met dat bedrijf was [verzoeker] in zijn privétijd ook bezig. Daarnaast vertoonde [verzoeker] agressief gedrag en benaderde hij klanten van Schadeherstel De Waard. [betrokkene 1] heeft deze berichten in het weekend voor het ontslag op staande voet geverifieerd bij andere werknemers van Schadeherstel De Waard. Daarmee kreeg hij de bevestiging dat [verzoeker] zich nog steeds niet kon gedragen en dat hij zich feitelijk met andere zaken bezighield dan waarvoor hij door Schadeherstel De Waard werd betaald. Zeker gelet op de eerder gegeven waarschuwingen, leveren deze gedragingen een dringende reden voor ontslag op staande voet op. Aldus Schadeherstel De Waard. 4.9. De kantonrechter oordeelt als volgt. Omdat [verzoeker] de door Schadeherstel De Waard aan het ontslag op staande voet ten grondslag gelegde verwijten ontkent, is het aan Schadeherstel De Waard om de aanwezigheid van een dringende reden te bewijzen. De kantonrechter is van oordeel dat zij dat onvoldoende heeft gedaan. Zij licht dat hieronder toe. 4.10. Ter onderbouwing heeft Schadeherstel De Waard in deze procedure slechts overgelegd (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.