RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 10702153 \ AO VERZ 23-104 Uitspraakdatum: 11 januari 2024 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van: [verzoeker] , wonende te [plaats 1] verzoekende partij verder te noemen: [verzoeker] gemachtigde: mr. N.M. Fakiri tegen de besloten vennootschap Royalty Cargo Solutions B.V., gevestigd te Hoofddorp verwerende partij verder te noemen: RCS gemachtigde: mr. E. Doornbos De zaak in het kort In deze zaak verzoekt werknemer om toekenning van een billijke vergoeding, een gefixeerde schadevergoeding en een transitievergoeding na een ontslag op staande voet door werkgever. De kantonrechter wijst de verzoeken grotendeels toe. Naar het oordeel van de kantonrechter is het ontslag namelijk niet rechtsgeldig. 1De procedure 1.1. [verzoeker] heeft op 12 september 2023 zijn verzoek ingediend. RCS heeft een verweerschrift ingediend. 1.2. Op 7 december 2023 heeft een zitting plaatsgevonden. Partijen hebben daar hun standpunten toegelicht en vragen beantwoord. De griffier heeft daarvan aantekeningen gemaakt. [verzoeker] heeft ook pleitaantekeningen overgelegd. Vóór de zitting hebben [verzoeker] en RCS met e-mails van 30 november 2023 en 6 december 2023 nog stukken toegezonden. 2Feiten 2.1. [verzoeker], geboren op [geboortedatum] 1992, is op 4 maart 2022 voor de duur van zeven maanden in dienst getreden bij RCS. Met terugwerkende kracht zijn partijen overeengekomen dat de duur van de arbeidsovereenkomst is gewijzigd van zeven maanden naar een periode van twaalf maanden, eindigend op 4 maart 2023. Op 4 maart 2023 is de arbeidsovereenkomst verlengd voor de duur van acht maanden, eindigend op 4 november 2023. Partijen zijn een tussentijds opzegbeding overeengekomen. 2.2. De functie van [verzoeker] is chauffeur met een salaris van € 2.277,66 bruto per maand exclusief emolumenten. 2.3. Op 13 juli 2023 is [verzoeker] op staande voet ontslagen. De inhoud van de ontslagbrief luidt, voor zover van belang, als volgt: “Op woensdag 12-07-2023 heeft u via de e-mail een uitnodiging ontvangen voor een officieel gesprek op kantoor (…) Helaas bent u niet komen opdagen, noch heeft u zich hiervoor afgemeld. Bij deze willen wij u mede om die reden op de hoogte stellen, dat wij per direct uw arbeidsovereenkomst en daarom onze samenwerking ontbinden. Vanaf uw indiensttreding op 04-03-2022 bij Royalty Cargo Solutions B.V. heeft u herhaaldelijk waarschuwingen ontvangen met betrekking tot uw werkhouding en gedrag ten opzichte van uw collega’s en onze opdrachtgevers toe. Zo heeft u op 05-12-2022 uw eerste officiële waarschuwing ontvangen (…). Op 31-01-2023 heeft u wederom een officiële waarschuwing ontvangen (…). Op 30-06-2023 heeft u nog een officiële waarschuwing ontvangen (…). (…) Naast deze gesprekken hebben wij met regelmaat nog meer gesprekken gevoerd waarbij u helaas herhaaldelijk uw stem hebt verheft tegen zowel uw collega’s als leidinggevenden. Om deze reden durven en willen uw collega’s geen gesprekken meer alleen met u voeren. U heeft op een dreigende manier aangegeven extra uren te willen maken en zeven dagen per week te willen werken inclusief alle weekenddiensten daar dat u meerdere schulden heeft en het geld hard nodig heeft. (…) U bent zelf op zoek gegaan naar een extra baan voor de weekenden en werkt nu al enige tijd zwart in een restaurant in [plaats 2]. Dit brengt het gevolg met zich mee, dat u elke dag slaperig, moe en te laat op de werkvloer bij Royalty Cargo Solutions B.V. verschijnt. Wij als bedrijf zijnde streven naar een gezonde werkomgeving. Helaas is bij u gebleken, dat ondanks diverse waarschuwingen u uw werkzaamheden niet serieus neemt en u zich niet aan de gedragsregels en werkhouding houdt. Daarnaast zien wij ook geen verbetering waardoor wij genoodzaakt zijn om per direct onze samenwerking te beëindigen. Derhalve bent u per 13-07-2023 niet meer in dienst bij Royalty Cargo Solutions B.V. (…)” 3Het verzoek en het verweer 3.1. [verzoeker] verzoekt de kantonrechter RCS te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding, de gefixeerde schadevergoeding en de transitievergoeding. Aan dit verzoek legt [verzoeker] ten grondslag – kort weergegeven – dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst door RCS onregelmatig en aldus niet rechtsgeldig is. [verzoeker] stelt in dit verband dat er sprake was van een opzegverbod tijdens ziekte omdat [verzoeker] zich op 12 juli 2023 had ziekgemeld. Verder stelt hij zich op het standpunt dat de opzegging onregelmatig is omdat er geen toestemming van het UWV is dan wel instemming van [verzoeker]. 3.2. RCS voert verweer en stelt dat de verzoeken moeten worden afgewezen. Daartoe is – samengevat – aangevoerd dat RCS [verzoeker] rechtsgeldig per 13 juli 2023 op staande voet heeft ontslagen en er aldus geen sprake is van een onregelmatig ontslag. 4De beoordeling 4.1. Het gaat in deze zaak om de vraag of het ontslag op staande voet rechtsgeldig is en of RCS moet worden veroordeeld tot betaling aan [verzoeker] van een billijke vergoeding, de gefixeerde schadevergoeding en de transitievergoeding. Ontslag op staande voet niet rechtsgeldig 4.2. Als dringende reden in de zin van artikel 7:677 lid 1 BW worden op grond van artikel 7:678 lid 1 BW beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die tot gevolg hebben dat van de werkgever redelijkerwijs niet verlangd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Bij de beoordeling van de vraag of van een dringende reden sprake is, moeten alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking worden genomen. Daarbij behoren in de eerste plaats te worden betrokken de aard en ernst van hetgeen de werkgever als dringende reden aanmerkt, en verder onder meer de aard en duur van de dienstbetrekking, de wijze waarop de werknemer deze heeft vervuld, alsmede de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals de leeftijd en de gevolgen die een ontslag op staande voet zou hebben. 4.3. Naar het oordeel van de kantonrechter is het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig. Daarover wordt het volgende overwogen. 4.4. Uit de brief van RCS van 13 juli 2023 (r.o. 2.3) blijkt dat zij het volgende aan het ontslag op staande voet ten grondslag legt: 1. dat [verzoeker] niet op het gesprek van 13 juli 2023 is verschenen, 2. dat hij herhaaldelijk is gewaarschuwd met betrekking tot zijn werkhouding en gedrag ten opzichte van collega’s en naar opdrachtgevers ([verzoeker] heeft 3 officiële waarschuwingen ontvangen voor te laat komen en klachten met betrekking tot de werkzaamheden/klachten van klanten) en 3. dat hij a. met regelmaat zijn stem verheft tegen collega’s en leidinggevenden, b. dat hij op een dreigende manier om extra uren heeft gevraagd en c. dat hij moe op werk komt vanwege een andere baan. [verzoeker] betwist dat hij tegen collega’s zou hebben geschreeuwd, dat hij vaak te laat kwam en dat hij zijn werk niet goed zou doen. Hij wijst erop dat hij de brief van RCS van 5 december 2022 (een eerste officiële waarschuwing) nooit heeft ontvangen. Verder kan hij zich niet vinden in de (tweede officiële) waarschuwing van 30 juni 2023. [verzoeker] heeft meerdere malen verzocht om een uitdraai van zijn tijden uit het kloksysteem, maar RCS heeft geweigerd die te verstrekken. 4.5. In het schriftelijk verweer van RCS vult zij ten aanzien van de gronden voor het ontslag nog het volgende aan. Toen [verzoeker] het weer niet zo nauw nam met de werktijden, heeft RCS hem op 11 juli 2023 een brief ter hand gesteld. [verzoeker] reageerde volgens RCS uiterst agressief op die brief. Daardoor was de maat vol voor RCS en heeft zij hem per mail op 12 juli 2023 voor een gesprek op 13juli 2023 uitgenodigd. Omdat [verzoeker] op 13 juli 2023 niet op het gesprek verscheen, en omdat het vele maanden keer op keer mis was gegaan en [verzoeker] opnieuw agressief reageerde op kritiek, kon RCS niet anders dan het dienstverband direct beëindigen, aldus RCS. In reactie hierop heeft [verzoeker] een geluidsfragment van een gesprek op 12 juli 2023 tussen de heer [betrokkene] (directeur RCS, hierna: [betrokkene]) en [verzoeker] overgelegd. Naar aanleiding daarvan heeft RCS ter zitting meegedeeld dat dit gesprek betrekking had op het bezorgen van een enveloppe. Omdat het daarvoor al niet meer goed ging tussen [verzoeker] en zijn collega’s (hij accepteerde alleen nog maar opdrachten van [betrokkene]), had RCS hem voor het gesprek op 13 juli 2023 uitgenodigd. Dat [verzoeker] op 13 juli 2023 niet kwam opdagen in samenhang met de te late bezorging van de enveloppe, waren voor RCS de druppel, aldus RCS. 4.6. De kantonrechter overweegt dat de gedragingen die RCS (in haar brief) aan het ontslag ten grondslag legt niet zijn komen vast te staan. Niet gebleken is dat [verzoeker] herhaaldelijk tegen collega’s en leidinggevenden zijn stem verhief. Noch is aannemelijk gemaakt dat hij zich dreigend opstelde bij een verzoek tot het werken van extra uren. In de eerdere officiële waarschuwingen waaraan RCS in haar brief refereert, wordt van een verwijt over ‘stemverheffen’ en/of agressief gedrag (bij kritiek) geen melding gemaakt. In de brief van 11 juli 2023 geeft RCS [verzoeker] uitleg over werktijden en pauzes. In die brief wijst RCS erop dat als [verzoeker] zich hier niet aan zal houden, hij nog een officiële waarschuwing zal krijgen. Kennelijk was er op dat moment nog geen aanleiding voor een zware maatregel als een ontslag op staande voet. Uit de opname van het gesprek van 12 juli 2023 tussen [betrokkene] en [verzoeker] blijkt dat tussen partijen discussie bestaat over de bezorging van een enveloppe. Hierbij is geen sprake van stemverheffing door [verzoeker] doch is het juist [betrokkene] die met stemverheffing flink tekeer gaat tegen [verzoeker]. De door RCS ingebrachte verklaringen van medewerkers van RCS over aan [verzoeker] verweten gedrag (schreeuwen, agressief en/of intimiderend gedrag) laat de kantonrechter buiten beschouwing omdat deze (deels ongedateerd
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.