RECHTBANK Noord-Holland Civiel recht Zittingsplaats Alkmaar Zaaknummer: C/15/343134 / HA ZA 23-460 Vonnis van 27 maart 2024 in de zaak van [eiser] , wonende in [woonplaats] , eisende partij in conventie, verwerende partij in (voorwaardelijke) reconventie advocaat: mr. M.J.M. Derks te Amsterdam, tegen [gedaagde] , wonende in [woonplaats] , gedaagde partij in conventie, eisende partij in (voorwaardelijke) reconventie advocaat: mr. J.H.M. Spanjaard te Aalsmeer. Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] worden genoemd. De zaak in het kort De opdrachtgever van een bouwproject stelt de bestuurder van een besloten vennootschap (hierna: BV) in persoon aansprakelijk voor de schade die hij heeft geleden en nog zal lijden als gevolg van een tekortkoming aan de kant van die BV. De bestuurder heeft, namens de BV, de opdrachtgever in totaal een bedrag van ruim € 113.000,00 aan voorschotten laten betalen, door hem in strijd met de waarheid voor te houden dat de BV dat volledige bedrag al aan derden had betaald in verband met de bouw van het project. De betaalde bedragen zijn vervolgens aan andere doeleinden besteed. De rechtbank acht de bestuurder aansprakelijk. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 10 augustus 2023, met producties 1 t/m 14, - de conclusie van antwoord, tevens eis in voorwaardelijke reconventie, met producties 1. t/m 3, - de conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie, - het tussenvonnis van 3 januari 2024 waarbij een mondelinge behandeling is bepaald, - de akte overlegging producties 4 en 5 van de zijde van [gedaagde] , - de akte overlegging producties 15 t/m 17 van de zijde van [eiser] , - de akte overlegging producties 18 t/m 20 van de zijde van [eiser] , - de akte overlegging productie 21 van de zijde van [eiser] , - de mondelinge behandeling van 13 februari 2024, waarvan door de griffier aantekening is gemaakt en waarbij door beide advocaten spreekaantekeningen zijn overgelegd. 1.2. Vervolgens is vonnis bepaald op vandaag. 2De feiten 2.1. [gedaagde] was bestuurder en enig aandeelhouder van FeNB2 Staalframebouw B.V. (hierna: FeNB2), tot aan het faillissement van FeNB2. 2.2. Reflexy Nederland B.V. (hierna: Reflexy) is rechthebbende van onder meer een octrooi dat infraroodverwarmingen mogelijk maakt. Tussen Reflexy en FeNB2 heeft in het verleden een overeenkomst bestaan op grond waarvan aan FeNB2 het licentierecht is verleend om het octrooi van Reflexy te gebruiken. 2.3. In mei 2022 heeft FeNB2 een offerte d.d. 31 mei 2022 aan [eiser] gestuurd ten behoeve van de bouw van een nieuwbouwwoning en kantoor in Vinkeveen op basis van een staalconstructie inclusief het infraroodsysteem van Reflexy voor een bedrag van € 254.120,00 exclusief btw. [naam 1] (hierna: [naam 1] ) heeft deze offerte namens Reflexy mede ondertekend. Blijkens de offerte is het totaalbedrag opgebouwd uit € 216.960,00 aan materiaal en € 37.160,00 aan montagewerkzaamheden. [eiser] heeft op enig moment deze offerte geaccepteerd en FeNB2 opdracht gegeven voor de bouw van zijn woning en kantoor (hierna: het project). 2.4. Op 4 augustus 2022 heeft FeNB2 aan [eiser] een factuur ter hoogte van € 50.452,16 inclusief btw gestuurd. Deze factuur ziet zowel op de eerste betalingstermijn van 10% van het totaalbedrag als op de tweede, waarvan de omschrijving luidt, zover van belang, als volgt: “2e termijn aankopen materiaal, tbv IR vloer- en wandverwarming € 20.000,00”. Deze factuur heeft [eiser] op 16 november 2022 betaald. FeNB2 heeft na ontvangst daarvan een bedrag van € 20.000,00 aan Reflexy doorbetaald. 2.5. Bij e-mail van 5 augustus 2022 heeft [gedaagde] het volgende aan [eiser] geschreven: “Voor het hierboven genoemde werk hebben wij je op 3 mei, 16 mei, 17 mei en 23 mei offertes uitgebracht, een aantal gesprekken hierover gevoerd en Op 19 juli zijn we tot overeenstemming gekomen en heb ik je een opdrachtbevestiging hiervoor gestuurd, door [naam 1] en mijzelf ondertekend, met het verzoek aan jou deze voor akkoord mede te ondertekenen. Per whatsapp bericht vertelde je me, dat ik ervan uit kon gaan dat ik per 1 aug. As de opdracht van jou tegemoet kon zien. Ondertussen hebben we een bouwvergadering gehad met de meest direct betrokkenen, vervolgens hebben wij, [naam 1] , [naam 2] , [naam 3] en ikzelf een vergadering belegd om onderling eea op elkaar af te stemmen, wat resulteerde in de vergadering van jl dinsdag middag bij jou in Amsterdam. Hieruit komen, naar verwachting de juiste gegevens beschikbaar over het inbouwen van de installaties. Ondertussen is mijn constructeur bezig de statische berekeningen op te zetten en uit te voeren en deze gegevens aan de hoofdconstructeur ter beschikking te stellen. Gaande dit traject, hebben [naam 1] en ik onze inkopen afgestemd en zo goed en kwaad als dat op dit moment gaat ingedekt. Dat betekent dat FeNB2 voor ca 120 K materialen ingekocht heeft, waarvan er voor ca 40 K door [naam 1] geleverd wordt. Al met al leveren wij dus inspanningen voor het/jouw project, maar mankeert het nog aan een de door jou getekende opdracht bevestiging en dat terwijl wij ondertussen wel onze nek voor het project uitsteken. Let wel, dit is bepaald niet negatief bedoeld, maar ik/wij kunnen niet tegen onze leveranciers zeggen: ik wil dit en dat geleverd hebben, hou het voor me vast, je hoort nog wel wanneer ik het ga betalen.... Maw ik ga voor jou een paar facturen, conform het schema in de opdrachtbevestiging, maken en zou graag zien dat die omgaand door jou betaald gaan worden. (…)”. 2.6. Nadien zijn tussen partijen tussen 9 en 12 augustus 2022 een viertal spraakberichten over en weer via Whatsapp gestuurd met betrekking tot de financiering van het project, de gestuurde eerste factuur van 4 augustus 2022 en de nog niet getekende offerte/opdrachtbevestiging. 2.7. Tussen 4 augustus 2022 en 29 augustus 2022 is er in de loods van FeNB2 ingebroken, waarbij de gehele voorraad van FeNB2 is ontvreemd. Op 4 augustus 2022 heeft [gedaagde] bij de politie aangifte gedaan van inbraak en diefstal van goederen uit de loods van FeNB2. FeNB2 was voor deze schade niet verzekerd. 2.8. In de periode van 23 september 2022 tot en met 18 april 2023 heeft FeNB2 een drietal facturen van – in totaal – € 63.454,82 inclusief btw aan [eiser] gestuurd. Al deze facturen zijn door [eiser] betaald. 2.9. In januari 2023 zijn FeNB2 en Reflexy verwikkeld geraakt in een conflict met EIC Company E.I.C. B.V. (hierna: EIC) omtrent het licentierecht van het wandwarmteframebouwsysteem. EIC heeft FeNB2 bij brief van 25 januari 2023 gesommeerd tot onmiddellijke staking van iedere vorm van exploitatie van het product en een direct opeisbare en niet voor verrekening vatbare boete van € 1.000.000,00 gevorderd. 2.10. Bij e-mail van 21 mei 2023 schrijft [gedaagde] aan [eiser] voor zover hier van belang: “Ik heb aanbetalingen gedaan voor het staal, dat is gereserveerd bij beide leveranciers. Ik heb Reflexy alles betaald wat voor jouw project nodig is.” 2.11. Op verzoek d.d. 31 maart 2023 van KS Profiel B.V. is FeNB2 – bij vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 20 juni 2023 – in staat van faillissement verklaard. Het gerechtshof Amsterdam heeft dat vonnis bekrachtigd. 2.12. [eiser] heeft [gedaagde] bij brief van 24 juli 2023 aansprakelijk gesteld uit hoofde van onrechtmatige daad en gesommeerd tot betaling van het bedrag van € 113.906,97 inclusief btw. 2.13. [eiser] heeft, na daartoe op 26 juli 2023 verkregen verlof van de voorzieningenrechter van deze rechtbank, ten laste van [gedaagde] op 27 juli 2023 conservatoir (derden)beslag gelegd op een aantal bankrekeningen en op een onroerende zaak van [gedaagde] . 2.14. Bij brief van 24 februari 2023 heeft de advocaat van Reflexy aan de advocaat van EIC voor zover van belang het volgende geschreven: “Los van het voorgaande geldt overigens dat [naam 1] van ontvangst van uw brief van 23 januari jl. met FeNB2 geen gesprekken heeft gevoerd over de uitvoering van Project 2 [toevoeging rechtbank: project van [eiser] ] (wel is er tussen partijen contact geweest over de door u verstuurde sommatiebrieven). Sterker nog, [naam 1] en [gedaagde] hebben afgesproken de uitvoering van Project 2 te staken totdat door EIC op schrift wordt bevestigd dat Project 2 kan worden hervat.” 2.15. Bij e-mail van 21 juli 2023 heeft [naam 4] van Easy Housing B.V. (hierna: Easy Housing) het volgende aan [eiser] geschreven: “ (…) Naar aanleiding van je vraag of we het afgelopen jaar ooit een aanbetaling hebben gehad voor het leveren van profielen aan FeNB2 kan ik het volgende aangeven: Wij hebben van FeNB2 nooit een aanbetaling gehad om staal te reserveren respectievelijk productie te reserveren. We hebben wel een prijsaanbieding gedaan voor 3 gezamenlijke projecten in januari 2023. Hiervoor hebben we mondeling opdracht gekregen voor alleen de levering van de C100 profielen voor de drie werken. We hebben echter hier nog niks van specificatie ontvangen om te kunnen produceren. Hier was ook geen sprake van een noodzakelijke aanbetaling. Gezien de afwezigheid van kredietwaardigheid van FeNB2 vlgs Alianz Trade zou FeNB2 vooraf moeten betalen voordat ik de productie opstart. De laatste levering aan FeNB2 is geweest in feb 2022 door ons bedrijf.” 2.16. Bij e-mail van 5 februari 2024 heeft [naam 5] van BAZ Bouwadvies Zuid het volgende aan [eiser] geschreven: “Naar aanleiding van jouw vraag of ik ooit van [gedaagde] van FeNB2 de opdracht heb gekregen om tekeningen te maken voor jouw project in Vinkeveen kan ik het volgende verklaren. Je liet mij ook een mail zien van [gedaagde] waarin hij het heeft over ‘zijn tekenaar in Maastricht’. Zeer waarschijnlijk ben ik die tekenaar in Maastricht. FeNB2 of [gedaagde] heeft mij mondeling opdracht gegeven om voor jouw project in Vinkeveen de tekeningen te maken. Hij heeft mij echter geen (aan)betalingen gedaan dus als [gedaagde] zegt dat hij mij wel (aan)betalingen heeft gedaan voor jouw project dan klopt dat niet.” 2.17. [eiser] heeft een andere bouwer opdracht gegeven voor de bouw van zijn woning en kantoor. Tot op heden is de bouw daarvan niet afgerond. 3Het geschil In conventie 3.1. [eiser] vordert – samengevat – dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: I voor recht verklaart dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de door [eiser] geleden en te lijden schade in verband met de toerekenbare tekortkoming van de besloten vennootschap FeNB2 waarvan [gedaagde] bestuurder is en; II [gedaagde] veroordeelt tot vergoeding van de door [eiser] geleden schade en te lijden schade op te maken bij staat en te vermeerderen met de wettelijke rente daarover en; III [gedaagde] veroordeelt in de proceskosten, met inbegrip van de beslagkosten, en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover. 3.2. [eiser] voert daartoe aan dat [gedaagde] onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld door als bestuurder van FeNB2 namens FeNB2 rechtshandelingen te verrichten terwijl [gedaagde] bij het aangaan van de overeenkomst wist of redelijkerwijs kon of had moeten weten dat FeNB2 haar verplichtingen niet zou kunnen nakomen althans heeft bewerkstelligd dat [eiser] betalingen aan FeNB2 deed, terwijl FeNB2 helemaal geen materialen had ingekocht of aanbetalingen had gedaan of zou doen voor het project van [eiser] . [gedaagde] heeft de aanbetalingen van [eiser] voor andere doeleinden gebruikt dan wel heeft FeNB2 deze aanbetalingen voor andere doeleinden doen gebruiken. Door het onrechtmatig handelen heeft [eiser] schade geleden. Die schade heeft [eiser] berekend op het aan FeNB2 betaalde bedrag van € 113.907,97 waarvoor hij geen enkele tegenprestatie heeft ontvangen. Het ingekochte materiaal van € 20.000,00 kan vooralsnog niet als tegenprestatie worden aangemerkt nu de curator zich op het standpunt stelt dat dit tot de failliete boedel behoort. Verder bestaat de schade uit de kosten om het project alsnog te doen bouwen, de dubbele woon- en kantoorlasten en uit buitengerechtelijke kosten, aldus [eiser] . 3.3. [gedaagde] voert hiertegen verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten. [gedaagde] betwist dat hem als bestuurder een persoonlijk en ernstig verwijt kan worden gemaakt. Op het moment dat de overeenkomst met [eiser] werd gesloten in augustus 2022 en de facturen werden verstuurd, was van een faillissementsaanvraag geen sprake en waren ook de problemen met EIC nog niet gerezen. FeNB2 heeft [eiser] op de hoogte gesteld rondom de problemen met EIC en heeft die problemen proberen op te lossen. Zoals in ondernemingen gebruikelijk is, lopen liquiditeitsstromen door elkaar en worden ontvangen gelden aangewezen voor alle financiële verplichtingen. Die omstandigheid is onvoldoende om een persoonlijk verwijt aan het adres van [gedaagde] als bestuurder te koppelen. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. In (voorwaardelijke) reconventie 3.5. [gedaagde] vordert in voorwaardelijke reconventie, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad de gelegde beslagen op te heffen. 3.6. De vordering in reconventie is ingesteld onder de voorwaarde dat de vordering van [eiser] in conventie zal worden afgewezen. 3.7. [eiser] voert hiertegen verweer. 3.8. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan. 4De beoordeling In conventie 4.1. Volgens [eiser] is [gedaagde] als bestuurder van FeNB2 aansprakelijk jegens hem uit hoofde van onrechtmatige daad. De rechtbank zal hierna eerst het toetsingskader uiteenzetten, waarna de beide gronden, waarop [eiser] zijn vorderingen heeft gebaseerd, aan de orde komen. Toetsingskader bestuurdersaansprakelijkheid 4.2. De rechtbank stelt voorop dat, als een vennootschap tekortschiet in de nakoming van een verbintenis, het uitgangspunt is dat alleen de vennootschap aansprakelijk is voor daaruit voortvloeiende schade. Bij benadeling van een schuldeiser van een vennootschap door het onbetaald en onverhaalbaar blijven van diens vordering zal echter naast de aansprakelijkheid van de vennootschap mogelijk ook, afhankelijk van de omstandigheden van het concrete geval, grond zijn voor aansprakelijkheid van degene die als bestuurder namens de vennootschap heeft gehandeld indien de bestuurder:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.