RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 23/3700 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 maart 2024 in de zaak tussen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Mediahuis Regionaal B.V., uit Amsterdam, eiseres en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoorn, verweerder gemachtigde: mr. C.C.M. Haring, ambtenaar in dienst van de gemeente. Zitting hebben: mr. R.H.M. Bruin, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M. Wammes, griffier. Inleiding 1.1 In deze uitspraak oordeelt de rechtbank over het verzoek om proceskostenvergoeding van [naam 1] . 1.2 De rechtbank heeft het verzoek op 13 maart 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [naam 1] (hierna: [naam 1] ) en de gemachtigde van verweerder, vergezeld door [naam 2] , Woo-coördinator, eveneens ambtenaar bij de gemeente. 1.3 Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. De motivering van die uitspraak vermeldt de rechtbank hierna onder beoordeling door de rechtbank. Beslissing De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af. Beoordeling door de rechtbank Procesverloop, feiten en omstandigheden 2.1 Bij brief van 18 april 2023 heeft [naam 1] een verzoek op grond van de Wet open overheid (Woo) bij verweerder ingediend. Hij stelt het verzoek te doen namens eiseres en het Noordhollands Dagblad. Hij verzoekt om openbaarmaking van documenten van de gemeente met informatie rondom – kortgezegd – de asielopvang in West-Friesland. 2.2 Op 18 mei 2023 heeft verweerder de beslistermijn voor het beslissen op het Woo-verzoek verlengd tot 1 juni 2023. 2.3 [naam 1] heeft verweerder op 19 mei 2023 bericht dat hij zich voor inhoudelijk overleg over het Woo-verzoek kan wenden tot eiseres in de persoon van de heer [naam 3] (hierna: [naam 3] ) en hijzelf dus niet dat overleg voert. 2.4 Op 31 mei 2023 heeft de Woo-coördinator van verweerder contact gehad met [naam 3] . Volgens verweerder is toen overeenstemming bereikt over het afhandelen van het verzoek door middel van deelbesluiten onder toepassing van artikel 4.2a Woo. 2.5 Bij e-mail van 1 juni 2023 heeft verweerder aan [naam 3] van het Noordhollands Dagblad de afspraken die zij de dag daarvoor volgens verweerder telefonisch hadden gemaakt, schriftelijk bevestigd. Hierbij geeft verweerder aan dat hij het niet redt om het verzoek binnen de termijn geheel af te handelen. 2.6 Op 2 juni 2023 heeft [naam 1] verweerder in gebreke gesteld, omdat volgens hem op dat moment de wettelijke beslistermijn was overschreden. Van (verdere) verdaging van de beslistermijn is volgens [naam 1] geen sprake geweest. 2.7 Verweerder heeft op 2 juni 2023 op het Woo-verzoek een (eerste deel)besluit genomen. 2.8 Verweerder heeft op 16 juni 2023 op het Woo-verzoek een aanvullend (tweede deel)besluit genomen. 2.9 [naam 1] heeft op 19 juni 2023 beroep ingesteld bij de rechtbank op grond van het (gesteld) niet tijdig nemen van een besluit op het verzoek op grond van de Woo van 18 april 2023. 2.10 Verweerder heeft 14 juli 2023 een verweerschrift en op de zaak betrekking hebbende stukken ingediend. 2.11 [naam 1] heeft op 21 juli 2023 bij nadere beroepsgronden op het verweer gereageerd. 2.12 Verweerder heeft zijn besluit op het verzoek nader aangevuld en nog meer documenten openbaar gemaakt, laatstelijk op 11 augustus 2023. 2.13 Op 15 september 2023 heeft [naam 1] het beroep ingetrokken. Tegelijk met de intrekking heeft hij verzocht om verweerder te veroordelen in de kosten van de procedure bij de rechtbank. 2.14 Op 20 september 2023 heeft verweerder verzocht om eiseres te veroordelen in de door hem gemaakte proceskosten. Beoordelingskader 3. In artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is geregeld dat na intrekking van een beroep op een verzoek om proceskostenvergoeding kan worden beslist. Dan kan op grond van artikel 8:74 Awb ook beoordeeld worden of het betaalde griffierecht moet worden vergoed. In artikel 8:75a Awb is als vereiste voor inwilliging van het verzoek opgenomen dat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen. Er is voorts geen grond voor een proceskostenvergoeding als het beroep op andere gronden niet succesvol kon zijn, bijvoorbeeld omdat het niet-ontvankelijk was. Ontvankelijkheid: machtiging? 4.1 [naam 1] stelt gemachtigd te zijn door Mediahuis Regionaal B.V. om namens haar op te treden in het kader van deze Woo-procedure in beroep. De rechtbank heeft onderzocht of hij toereikend is gemachtigd. Daarvoor zijn de volgende feiten van belang. 4.2 [naam 1] heeft in beroep een document overgelegd, gedateerd 20 juni 2023, “Verklaring en volmacht”. In dat document is vermeld dat die verklaring zou zijn gedaan namens “Mediahuis B.V.” en “Mediahuis Regionaal B.V.” en “namens deze” ondertekend door [naam 4] , “Financieel Directeur”, en dat die vennootschappen onder meer [naam 1] machtigen om namens hen op te treden. Bij deze volmacht is gevoegd een uittreksel uit het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel (KvK-uittreksel) van Mediahuis Regionaal B.V. – waarin als KvK-nummer is vermeld: [nummer 1] , en RSIN: [nummer 2] . In dat uittreksel is als (enig) zelfstandig bevoegd bestuurder vermeld “Mediahuis Nederland B.V”. Volgens dat uittreksel is het KvK-nummer van die vennootschap: [nummer 3] .Voorts is een KvK-uittreksel van een andere vennootschap, “Mediahuis NL B.V.” overgelegd, waarin als KvK-nummer is vermeld: [nummer 4] en als RSIN [nummer 5] . Als bevoegd bestuurders van die laatstgenoemde vennootschap is niet vermeld [naam 4] , maar zijn vermeld [naam 5] en [naam 6] , elk alleen/zelfstandig bevoegd. 4.3 Op 6 juli 2023 heeft deze rechtbank [naam 1] per brief voorgehouden nog niet over de juiste volmacht(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.