← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2024:3352

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie Locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 10836418 / CV EXPL 23-8103 Uitspraakdatum: 27 maart 2024 Verstekvonnis in de zaak van: Stichting Pré Wonen te Haarlem de eisende partij gemachtigde: Van der Hoeden / Mulder Gerechtsdeurwaarders en Juristen tegen 1 [gedaagde 1]

  1. [gedaagde 2] te [plaats] de gedaagde partij niet verschenen 1De verdere procedure 1.
  2. Bij tussenvonnis van 17 januari 2024 (hierna: het tussenvonnis) heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel over de oneerlijkheid van bepaalde bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. De eisende partij heeft afgezien van het nemen van een akte. 2De verdere beoordeling 2.
  3. De kantonrechter blijft bij wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist. Er bestaat geen aanleiding om daarop terug te komen. 2.
  4. Gelet op het voorgaande vernietigt de kantonrechter de artikelen 6.1, 13.1 en 13.2 van de algemene voorwaarden voor zover deze betrekking hebben op de wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. Als gevolg daarvan zullen de buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente worden afgewezen. 2.
  5. De eisende partij vordert verder nog hoofdelijke veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 2.058,68 aan achterstallige huurpenningen tot en met december
  6. De gedaagde partij heeft een deelbetaling van € 514,67 gedaan. Nu de buitengerechtelijke incassokosten en de rente worden afgewezen, strekt deze deelbetaling, anders dan de eisende partij vordert conform het overzicht bij de dagvaarding, alleen in mindering op de toewijsbare hoofdsom. Dit maakt dat een bedrag van € 1.544,01 aan achterstallige huurpenningen zal worden toegewezen. Conclusie en proceskosten 2.
  7. De vordering van de eisende partij wordt grotendeels toegewezen. 2.
  8. De gedaagde partij wordt overwegend in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Daarbij wordt de gedaagde partij ook veroordeeld tot betaling van € 102,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de eisende partij worden gemaakt. 3De beslissing De kantonrechter: 3.
  9. veroordeelt de gedaagde partij, hoofdelijk, om aan de eisende partij te betalen een bedrag van € 1.544,01 aan achterstallige huurpenningen (tot en met december 2023); 3.
  10. veroordeelt de gedaagde partij, hoofdelijk, in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van de eisende partij begroot op: € 130,56 wegens dagvaardingskosten, € 365,00 wegens griffierecht en € 204,00 wegens salaris gemachtigde; 3.
  11. veroordeelt de gedaagde partij, hoofdelijk, tot betaling van € 102,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de eisende partij worden gemaakt; 3.
  12. verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad; 3.
  13. wijst de vordering voor het overige af. Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.