RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknr./rolnr.: 10942620 \ CV EXPL 24-549 Uitspraakdatum: 27 maart 2024 Tussenvonnis in de zaak van: de vennootschap naar vreemd recht American Express Europe S.A., rechtsopvolgster van American Express Services Limited gevestigd te Madrid, Spanje en tevens gevestigd te Amsterdam de eisende partij gemachtigde: mr. J.J.L. Boudewijn en mr. R.G Matti tegen [gedaagde] wonende te [plaats] de gedaagde partij niet verschenen 1Het procesverloop 1.1. De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend. 2De vordering 2.1. De eisende partij vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, dat de gedaagde partij wordt veroordeeld tot betaling van € 2.887,10, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 januari 2024. Daarnaast vordert zij veroordeling van de gedaagde partij in de proceskosten en de nakosten. 2.2. De eisende partij legt aan haar vordering – kort samengevat – ten grondslag dat de gedaagde partij gehouden is tot nakoming van de tussen partijen gesloten kredietovereenkomst. De gedaagde partij heeft ondanks betalingsherinneringen en sommaties een bedrag van € 2.887,10 niet betaald. 3De beoordeling De overeenkomst 3.1. De eisende partij heeft gesteld dat zij met de gedaagde partij een kredietovereenkomst heeft gesloten. Op of omstreeks 16 maart 2019 heeft de gedaagde partij de betaalkaart van het type American Express Platinum Card in gebruik genomen. Hierbij heeft de eisende toegelicht dat zij aan de gedaagde partij één keer per maand een overzicht (maandafrekening) van alle met de betaalkaart verrichte uitgaven heeft verstrekt. De gedaagde partij diende het totaalbedrag van de maandafrekening binnen een maand aan de eisende partij terug te betalen. Volgens de eisende partij is sprake van een kredietovereenkomst waarop de Wet financieel toezicht en Titel 7.2a van het Burgerlijk Wetboek (BW) niet van toepassing zijn. Zij beroept zich daarmee op de uitzondering van artikel 7:58 lid 2, aanhef en onder e BW. Het krediet moet immers binnen drie maanden worden terugbetaald en bovendien worden niet meer dan onbetekenende kosten in rekening gebracht. Ook heeft de eisende partij geen rente en incassokosten berekend. 3.2. Er is sprake van een overeenkomst tussen een handelaar en een consument en daarom moet de kantonrechter onder meer ambtshalve beoordelen of sprake is van kredietovereenkomst. Om dat te kunnen doen moet de kantonrechter beschikken over de tussen partijen gesloten overeenkomst en de algemene voorwaarden die daarop van toepassing zijn. De eisende partij heeft weliswaar in het algemeen toegelicht en met stukken onderbouwd op welke wijze een klant met haar een overeenkomst sluit, maar heeft de overeenkomst die met de gedaagde partij is gesloten dan wel de brieven of e-mailcorrespondentie die in dat kader zijn verstuurd, niet in het geding gebracht. De enkele stelling dat de overeenkomst tot stand is gekomen doordat de gedaagde partij de creditcard op 16 maart 2019 heeft geactiveerd en in gebruik heeft genomen is niet voldoende. Algemene voorwaarden 3.3. Dat is vooral ook van belang omdat op de overeenkomst kennelijk algemene voorwaarden van toepassing zijn verklaard. Uit pagina 5 van de overgelegde voorbeeldaanvraag blijkt immers dat de aanvrager van een creditcardovereenkomst een hokje moet aanvinken met de tekst “Ja, ik ga akkoord met de Overeenkomst voor American Express kaarthouders. Na acceptatie en ontvangst van de kaart accepteer ik dat ik aan de Overeenkomst gehouden word. Ik ga daarnaast akkoord met de Algemene Voorwaarden voor Membership Rewards.” Zonder overeenkomst dan wel stukken waaruit blijkt op welk moment de gedaagde partij de aanvraag heeft gedaan kan niet worden vastgesteld welke algemene voorwaarden van toepassing zijn. De eisende partij heeft de versie van de algemene voorwaarden overgelegd waarvan zij stelt dat die laatstelijk tussen partijen golden op het moment dat de overeenkomst door haar is beëindigd. Dat die voorwaarden van toepassing zijn op de overeenkomst kan de kantonrechter echter niet vaststellen. De stelling van de eisende partij dat partijen zijn overeengekomen dat altijd de laatste versie van de algemene voorwaarden geldt, kan immers alleen worden beoordeeld door beoordeling van de algemene voorwaarden zoals die golden op het moment waarop de overeenkomst is aangegaan. Daarin zou dan een wijzigingsbeding moeten zijn opgenomen. 3.4. Bovendien dateren de voorwaarden die de eisende partij bij de dagvaarding heeft overgelegd van september 2021. Dat deze voorwaarden van toepassing waren op het moment dat de eisende partij de overeenkomst beëindigde zoals zij stelt, wordt niet ondersteund door de overgelegde stukken. Uit de brief van 12 juli 2019 (productie 8) begrijpt de kantonrechter namelijk dat de eisende partij de overeenkomst op dat moment heeft beëindigd wegens de wanbetaling van de gedaagde partij. De overgelegde voorwaarden zijn getiteld Overeenkomst voor de American Express Consumenten Kaarthouders per september 2021. Het is niet mogelijk dat op 12 juli 2019 al algemene voorwaarden van september 2021 van toepassing waren. 3.5. Daarbij komt nog dat met de aankruising van voornoemd hokje op pagina 5 twee sets algemene voorwaarden van toepassing worden verklaard:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.