RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknr./rolnr.: 10467815 \ CV EXPL 23-1873 WD Uitspraakdatum: 7 februari 2024 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: [eiseres] , wonende te [woonplaats] , eiseres, verder te noemen: [eiseres] , gemachtigde: mr. I.C. Andréa, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde, verder te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1Het procesverloop 1.1. [eiseres] heeft bij dagvaarding van 18 april 2023 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord en daarbij een tegenvordering ingediend. 1.2. Op 16 november 2023 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. [gedaagde] is niet op de mondelinge behandeling verschenen. Voorafgaand aan de zitting heeft [eiseres] bij brief van 3 november 2023 nog stukken toegezonden. 1.3. Na de mondelinge behandeling is op 27 november 2023 van de zijde van [gedaagde] een bericht ingekomen waarin hij schrijft dat hij geen oproep voor de mondelinge behandeling heeft ontvangen. 1.4. Hierop is van de mondelinge behandeling een proces-verbaal opgemaakt dat aan partijen is verzonden. Beide partijen hebben schriftelijk gereageerd op de inhoud van dit proces-verbaal. 1.5. Vervolgens heeft de kantonrechter bepaald dat vandaag uitspraak in de zaak zal worden gedaan. 2De feiten 2.1. Op 21 mei 2022 heeft [eiseres] samen met drie anderen enerzijds en [gedaagde] en [naam] anderzijds een schriftelijke huurovereenkomst gesloten waarbij zij de woning aan de [adres] te [plaats] van [gedaagde] en [naam] hebben gehuurd. De huurovereenkomst heeft een looptijd van 12 maanden, met ingang van 1 juni 2022. In de huurovereenkomst is de op [eiseres] rustende huurbetalingsverplichting gesteld op € 550,00 per maand. Voorafgaande aan het begin van de huurperiode heeft [eiseres] een waarborgsom van € 850,00 aan [gedaagde] betaald. 2.2. Op 22 december 2022 heeft [eiseres] aan [gedaagde] het volgende WhatsApp bericht gestuurd:“Hoi [gedaagde] , ik wil graag per 1 januari weg” 2.3. [gedaagde] heeft dit bericht op 24 december 2022 als volgt beantwoord:“1 januari is erg kort dag en er is een lopend huurcontract tot het midden van het jaar )(…)Als er voor 30 december een nieuwe huurder is gevonden (…) zou het een optie kunnen zijn.” 2.4. [eiseres] heeft de woning per 1 januari 2023 verlaten. 2.5. [eiseres] heeft [gedaagde] aangemaand om de volledige waarborgsom terug te betalen. [gedaagde] heeft geweigerd om tot terugbetaling over te gaan. 3De vordering 3.1. [eiseres] vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van de waarborgsom van € 850,00, te vermeerderen met rente en kosten. 3.2. Zij legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat [gedaagde] ten onrechte weigert om de betaalde waarborgsom aan haar terug te betalen. 4Het verweer en de tegenvordering 4.1. [gedaagde] voert verweer tegen de vordering en vordert bij wijze van tegenvordering dat de kantonrechter [eiseres] veroordeelt tot betaling van € 2.878,01. 4.2. [gedaagde] voert daartoe, kort gezegd, het volgende aan.[eiseres] heeft om de volgende redenen geen recht op terugbetaling van de waarborgsom.[eiseres] heeft de woning niet in goede staat achtergelaten. Hierdoor heeft [gedaagde] schade geleden ter hoogte van het bedrag van € 2.400,00 aan herstelkosten. [eiseres] moet dit bedrag aan [gedaagde] vergoeden.[eiseres] heeft daarnaast niet voldaan aan de in de huurovereenkomst opgenomen opzegtermijn van een maand. Dit brengt mee dat zij gehouden is om huur te betalen over de maand januari 2023. Dit komt neer op € 550,00. In totaal moet [eiseres] een hoofdsom van € 2.950,00 aan [gedaagde] betalen. Vermeerderd met rente en kosten en verminderd met de waarborgsom moet [eiseres] € 2.878,01 aan [gedaagde] betalen.Voor zover [gedaagde] de waarborgsom aan [eiseres] moet terugbetalen, doet hij een beroep op verrekening met zijn vorderingen op [eiseres] . Voor zover ondanks al het voorgaande [eiseres] aanspraak heeft op (terug)betaling van enig bedrag, is [gedaagde] slechts voor de helft daarvan aansprakelijk. Voor het resterende deel dient [eiseres] zich tot [naam] te wenden. 4.3. [eiseres] betwist de tegenvordering. 5De beoordeling 5.1. De vordering en de tegenvordering lenen zich voor gezamenlijke behandeling. 5.2. de inhoudelijke beoordeling van de vorderingen. De waarborgsom en de door volgens [gedaagde] veroorzaakte schade 5.3. De kantonrechter is van oordeel dat [eiseres] recht heeft op terugbetaling van de waarborgsom en dat zij niet gehouden is om enig bedrag aan [gedaagde] te betalen. De kantonrechter zal uitleggen waarop dit oordeel is gebaseerd. 5.4. Om uit te maken of [eiseres] de betaalde waarborgsom (deels) terug dient te krijgen of niet, is van belang om te weten hoe de woning is opgeleverd. Om te kijken of er schade is die met de waarborgsom dient te worden verrekend moet een vergelijking worden gemaakt tussen de toestand bij aanvang en einde huur.In artikel 7:224 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is bepaald dat als tussen de huurder en de verhuurder een “beschrijving van het gehuurde” is opgemaakt, de huurder het gehuurde in dezelfde staat moet opleveren waarin het volgens die beschrijving is aanvaard (behalve als er geoorloofde veranderingen zijn gedaan en er dingen zijn die gewoon door ouderdom stuk zijn gegaan of beschadigd).De beschrijving als bedoeld in artikel 7:224 lid 2 BW dient de toestand van de verschillende onderdelen van het gehuurde zodanig concreet en nauwkeurig weer te geven, dat daaruit kan worden afgeleid in welke staat de huurder het gehuurde bij aanvang van de huurovereenkomst heeft aanvaard. Uit de beschrijving dient namelijk te blijken hoe het gehuurde aan het einde van de huurovereenkomst opgeleverd moet worden. De kantonrechter is het met [eiseres] eens dat voorafgaande aan de totstandkoming van de huurovereenkomst door partijen geen deugdelijke beschrijving van het gehuurde is opgesteld. [gedaagde] stelt weliswaar dat dit wel het geval is geweest en onderbouwt deze stelling door het overleggen van enkele foto’s, maar de kantonrechter gaat hieraan voorbij. De foto’s zijn ten eerste niet gedateerd, zodat niet valt vast te stellen wanneer deze zijn genomen. Verder is van een veel foto’s niet duidelijk wat erop te zien is. Het gevolg van het ontbreken van een deugdelijke beschrijving is, dat [eiseres] , behoudens tegenbewijs, verondersteld wordt de gehuurde woning in de staat te hebben ontvangen zoals deze bij het einde van de huurovereenkomst is geweest. 5.5. Het ligt daarom op de weg van [gedaagde] om voldoende feiten aan te voeren en bewijs te leveren waaruit valt af te leiden dat (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.