Rechtbank noord-holland Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 21/6598 uitspraak van de meervoudige douanekamer van 15 maart 2024 in de zaak tussen [eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres (gemachtigde: mr. E. Polak), en de inspecteur van de Douane, kantoor Breda, verweerder. Inleiding Dit beroep gaat over de indeling in de Gecombineerde Nomenclatuur (hierna: GN) van het product ‘ [product] ’. Op 20 januari 2021 heeft verweerder aan eiseres een beschikking afgegeven inzake een bindende tariefinlichting (hierna: bti). Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 11 oktober 2021 het daartegen gemaakte bezwaar van eiseres ongegrond verklaard en de bti gehandhaafd. Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 januari 2024 te Haarlem, samen met de zaken van eiseres met zaaknummers HAA 21/6599 en HAA 21/
(16)Preparations, often referred to as food supplements or dietary supplements, consisting of, or based on, one or more vitamins, minerals, amino acids, concentrates, extracts, isolates or the like of substances found within foods, or synthetic versions of such substances, put up as a supplement to the normal diet. It includes such products whether or not also containing sweeteners, colours, flavours, odoriferous substances, carriers, fillers, stabilisers or other technical aids. Such products are often put up in packaging with indications that they maintain general health or well-being, improve athletic performance, prevent possible nutritional deficiencies or correct sub-optimal levels of nutrients. These preparations do not contain a sufficient quantity of active ingredients to provide therapeutic or prophylactic effect against diseases or ailments other than the relevant nutritional deficiencies. Other preparations with a sufficient quantity of active ingredient to provide a therapeutic or prophylactic effect against a specific disease or ailment are excluded (heading 30.03 or 30.04). (…)” Aanvullende aantekening 5 (GN) bij hoofdstuk 21 luidt: “5. Andere producten voor menselijke consumptie die zijn opgemaakt in afgemeten hoeveelheden zoals capsules, tabletten, pastilles en pillen, en die bestemd zijn om te worden gebruikt als voedingssupplement, worden ingedeeld onder post 2106, tenzij zij elders zijn genoemd of onder begrepen.” GN-post 3004 luidt, voor zover hier relevant: “3004 Geneesmiddelen (…), bestaande uit al dan niet vermengde producten voor therapeutisch of profylactisch gebruik, in afgemeten hoeveelheden (…), dan wel opgemaakt voor de verkoop in het klein” Aantekening 1 op hoofdstuk 30 van de GN luidt, voor zover hier relevant: “1. Dit hoofdstuk omvat niet:
- a)dieetvoeding, veredelde voedingsmiddelen, voedingsmiddelen voor diabetici, voedingssupplementen, opwekkende dranken (tonica) en mineraalwater, andere dan voedingspreparaten die langs intraveneuze weg worden toegediend (afdeling IV); (…)” De Engelstalige toelichting van de IDR op GS-post 3004 luidt, voor zover hier relevant: “This heading covers medicaments consisting of mixed or unmixed products, provided they are : (…) (
- b)In packings for retail sale for therapeutic or prophylactic use. This refers to products (for example, sodium bicarbonate and tamarind powder) which, because of their packing and, in particular, the presence of appropriate indications (statement of disease or condition for which they are to be used, method of use or application, statement of dose, etc.) are clearly intended for sale directly to users (private persons, hospitals, etc.) without repacking, for the above purposes. These indications (in any language) may be given by label, literature or otherwise. However, the mere indication of pharmaceutical or other degree of purity is not alone sufficient to justify classification in this heading. (…)” Aanvullende aantekening 1 (GN) bij hoofdstuk 30 luidt als volgt: “1. Tot post 3004 behoren plantaardige geneeskrachtige bereidingen en bereidingen op basis van de volgende actieve bestanddelen: vitaminen, mineralen, essentiële aminozuren of vetzuren, opgemaakt voor de verkoop in het klein. Deze bereidingen worden onder post 3004 ingedeeld, indien op het etiket, op de verpakking of in de bijsluiter de volgende aanwijzingen zijn vermeld:
- a)de ziekten, aandoeningen of symptomen waartegen zij moeten worden gebruikt;
- b)de concentratie van de actieve stof of de stoffen die zij bevatten;
- c)de dosering; en
- d)de wijze van toediening. Tot deze post behoren eveneens homeopathische geneeskrachtige bereidingen, indien zij aan de vorenstaande voorwaarden onder a),
- c)en
- d)voldoen. In geval van bereidingen op basis van vitaminen, mineralen, essentiële aminozuren of vetzuren, dient het gehalte aan ten minste een van deze stoffen per op het etiket aangegeven aanbevolen dagelijkse dosis aanzienlijk hoger te zijn dan de voor het behoud van de algemene gezondheid of het welzijn aanbevolen dagelijkse hoeveelheid.” De GN-toelichting bij hoofdstuk 30 luidt als volgt: “Algemene opmerkingen De beschrijving van een product als geneesmiddel in wetgeving van de Europese Unie (andere dan wetgeving met betrekking tot de indeling in de gecombineerde nomenclatuur), in nationale wetgeving van een lidstaat of in een farmacopee, is niet doorslaggevend voor de indeling in dit hoofdstuk.” Beoordeling door de rechtbank 9. Voor de indeling zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van de posten en de postonderverdelingen, de aantekeningen op de afdelingen en op de hoofdstukken en de algemene indelingsregels. Het is vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie, dat in het belang van de rechtszekerheid en van een gemakkelijke controle, het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen in het algemeen moet worden gezocht in hun objectieve kenmerken en eigenschappen, zoals deze in de tekst van de GN-posten en in de aantekeningen op de afdelingen en de hoofdstukken zijn omschreven. De bestemming van het product kan een objectief indelingscriterium zijn, wanneer die bestemming inherent is aan dit product en de inherentie kan worden beoordeeld aan de hand van de objectieve kenmerken en eigenschappen van het product (zie onder meer het arrest van het Hof van Justitie 28 april 2022, PRODEX SIA, C-72/21, ECLI:EU:C:2022:312, punt 28). 10. Op grond van indelingsregel 1 zijn voor de indeling van goederen in de GN wettelijk bepalend de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken. Indelingsregel 6 bepaalt dat voor de indeling van goederen onder de onderverdeling van een post wettelijk bepalend zijn de bewoordingen van die onderverdelingen en de aanvullende aantekeningen. 11. Het Hof van Justitie heeft in een aantal arresten geoordeeld over de criteria om producten te kunnen indelen als geneesmiddel in de zin van GN-post 3004. De beschrijving van de curatieve of preventieve eigenschappen van de producten en hun wijze van verpakking, toediening en verkoop, volstaan op zich om ze te beschouwen als producten die de kenmerkende eigenschappen van een geneesmiddel vertonen en, daarmee samenhangend, de mogelijkheid uit te sluiten dat zij voor andere dan therapeutische of profylactische doeleinden kunnen worden gebruikt. Indien een vergunning is verkregen of aangevraagd voor het verkopen van een product als geneesmiddel is dat een aanwijzing dat die producten de in post 3004 omschreven objectieve kenmerken en eigenschappen vertonen (zie het arrest van het Hof van Justitie van 15 mei 2017, C-405/95, ECLI:EU:C:1997:242, Bioforce GmbH, punt 15 en 16). Het feit dat producten in een lidstaat als geneesmiddel te koop worden aangeboden en uitsluitend in apotheken worden verkocht vormt weliswaar een sterke aanwijzing om producten te beschouwen als geneesmiddelen in de zin van de geneesmiddelenrichtlijn, maar het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen in de GN moet in beginsel worden gezocht in de objectieve criteria, zoals deze in de GN-posten zijn omschreven. Die criteria verwijzen niet naar de aanbiedingsvorm en evenmin naar de plaats van verkoop, zodat zij hooguit relevant kunnen zijn, maar niet beslissend (Hof van Justitie 6 november 1997, C-201/96, EU:C:1997:523, Laboratoires de thérapeutique moderne (LTM), punt 27 en 28). Een multivitamine met een bijsluiter waarin het product als geneesmiddel wordt aanbevolen voor het voorkomen of verhelpen van vitaminedeficiëntie veroorzaakt door ontoereikende of onevenwichtige voeding kan niet worden ingedeeld als geneesmiddel in de zin van GN-post 3004, omdat het een invloed heeft op de algemene gezondheidstoestand en de kenmerken vertoont van een voedingssupplement dat vitamines bevat die bestemd zijn om het organisme gezond te houden in de zin van de IDR-toelichtingen. Dergelijke producten moeten worden ingedeeld in GN-post 2106 (LTM-arrest van het Hof van Justitie, punt 33 en 40). Een product dat bestaat uit een samenvoeging van aminozuren, minerale zouten en oligo-elementen en volgens de bijsluiter geen nauwkeurig omschreven therapeutische indicaties heeft, maar een in algemene bewoordingen beschreven reeks zeer verschillende toestanden, kan ook niet worden ingedeeld als geneesmiddel in GN-post 3004 (LTM-arrest van het Hof van Justitie, punt 41 en 45). Vitamine-C supplementen (met 1000 mg respectievelijk 500 mg vitamine C), die als geneesmiddel worden aangeboden, met op de verpakking de vermelding dat zij dienen ter verhoging van het weerstandsvermogen bij verhoogd gevaar voor besmettelijke ziekten en waarvan ook is vastgesteld dat zij kunnen dienen bij de behandeling van allergische reacties en zware trauma’s van verwondingen en ter bestrijding van deficiëntieziekten als scheurbuik of de ziekte van Barlow, zijn niet aan te merken als voedingssupplementen maar als producten die nauwkeurig omschreven therapeutische of profylactische kenmerken hebben waarvan de werking zich inzonderheid richt op de functies van het immuunsysteem van het menselijk organisme. Indien dit kan worden vastgesteld bijvoorbeeld omdat de verpakking en de bijsluiter ter zake dienende aanwijzingen bevatten wat betreft de aard van de aandoening waartegen zij worden gebruikt, de wijze van gebruik en de dosering, behoeft niet te worden nagegaan of er daarnaast nog andere aanwijzingen zijn die een bevestiging vormen van het essentiële criterium voor de indeling in GN-post 3004 (het arrest van het Hof van Justitie van 10 december 1998, C-328/97, ECLI:EU:C:1998:601, Glob-Sped AG, punt 31 en 32). Melatonine-capsules, die als voedingssupplement in de handel worden gebracht zonder bijgesloten informatie over de therapeutische of profylactische werking ervan, moeten als geneesmiddel in GN-post 3004 worden ingedeeld, omdat de verwijzende rechter heeft vastgesteld dat deze capsules hoofdzakelijk worden gebruikt voor de behandeling van slaapstoornissen en jetlag, vanwege hun stabiliserende werking op het menselijk zenuwstelsel. Zij hebben dus nauwkeurig omschreven therapeutische en profylactische kenmerken. Dat de fabrikant het product als ‘voedingssupplement’ in de handel brengt, belet niet dat het als geneesmiddel moet worden ingedeeld. (Hof van Justitie 9 januari 2007, C-40/06, ECLI:EU:C:2007:2, Juers Pharma (Juers Pharma) Import-Export GmbH, punt 25 en 28). 12. Uit de voornoemde arresten van het Hof van Justitie, gelezen in het licht van de IDR-toelichting op GS-post 3004 leidt de rechtbank af, dat wanneer de verpakking of de fysieke bijsluiter van een product een nauwkeurig omschreven therapeutische of profylactische werking van het product bevat, niet hoeft te worden nagegaan of er daarnaast nog andere aanwijzingen zijn waaruit die therapeutische of profylactische werking blijkt (het Glob-Sped AG arrest van het Hof van Justitie, punt 32). In andere gevallen kunnen de aanwijzingen voor de therapeutische of profylactische werking overeenkomstig de IDR-toelichting op GS-post 3004 uit andere bronnen worden afgeleid (“label, literature or otherwise”). Dat het product als voedingssupplement in de handel is gebracht, belet niet dat het product als geneesmiddel moet worden ingedeeld, indien wordt vastgesteld dat het product nauwkeurig omschreven therapeutische en profylactische kenmerken heeft (het Juers Pharma arrest van het Hof van Justitie). 13. De rechtbank overweegt dat op de verpakking van het product geen therapeutische of profylactische werking van het product staat beschreven. Aanwijzingen voor een dergelijke werking komen in de stukken van het geding niet voor in “literature or otherwise” en het is ook geen feit van algemene bekendheid dat ubiquinol een hoge bloeddruk zou verlagen. Op haar website, nog los van het feit dat deze informatie aan wijzigingen onderhevig kan zijn, en in haar beroepschrift omschrijft eiseres de werking van het product in algemene bewoordingen en als ondersteunend bij een reeks zeer uiteenlopende lichamelijke processen en aandoeningen. In het LTM-arrest (reeds aangehaald) heeft het Hof van Justitie geoordeeld dat dergelijke producten als voedingssupplementen moeten worden ingedeeld in GN-post 2106. De rechtbank sluit zich bij dit oordeel aan. Gelet op de samenstelling van het product (bevat geen van melk afkomstige vetstoffen, sacharose, isoglucose, glucose of zetmeel) is indeling als voedingssuplement in GN-post 2106 9092 juist. Conclusie en gevolgen 14. Gelet op vorenstaande dient het beroep ongegrond te worden verklaard. Vergoeding van immateriële schade 15. De door eiseres verzochte vergoeding van de door haar geleden immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn is toegekend in zaak HAA 21/6599, waarin de rechtbank vandaag uitspraak heeft gedaan. Proceskosten 16. Voor vergoeding van proceskosten ziet de rechtbank geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.J. Richters, voorzitter en mr. W.M.C. Schipper en mr. P.E.A. Chao, leden, in aanwezigheid van E. Hoekman. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 maart 2024. griffier voorzitter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de douanekamer van het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam, waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Amsterdam vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Richtlijn 2001/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik