← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2024:362

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummers: HAA 22/3031, 22/3033 en 22/3034 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 januari 2024 in de zaken tussen [eiseres] , uit Zaandam, eiseres, (gemachtigde: mr. J.D. Poot), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad, het college, (gemachtigden: mr. G.M. Pierik en mr. [naam 5] ). Als derde-partijen nemen aan de zaken deel: [naam 1] uit Zaandam, Belangenvereniging Westerwatering en Houtwerf uit Zaandam en [naam 2] uit Zaandam (de belanghebbenden). Inleiding

  1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van eiseres tegen de afwijzing van de door eiseres aangevraagde omgevingsvergunningen (22/3031 ziet op [adres 1] , 22/3033 ziet op [adres 2] en 22/3034 ziet op [adres 3] ). 1.
  2. Het college heeft met de besluiten van 17 december 2021 aan eiseres omgevingsvergunningen verleend. Met de bestreden besluiten van 4 mei 2022 op de bezwaren van de belanghebbenden heeft het college de omgevingsvergunningen herroepen en alsnog geweigerd. 1.
  3. Het college heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift. De belanghebbenden hebben ook schriftelijk gereageerd. 1.
  4. Het college heeft geanonimiseerde BRP-uittreksels overgelegd met daarbij – in het kader van artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) – het verzoek dat alleen de rechtbank kennisneemt van de niet-geanonimiseerde versies van die uittreksels. De rechtbank heeft (in een andere samenstelling dan in de onderhavige zaak) op 21 november 2023 beslist dat het gaat om persoonsgegevens van derden die beperkte kennisneming rechtvaardigen. Aangezien eiseres aan de rechtbank geen toestemming heeft gegeven om kennis te nemen van de niet-geanonimiseerde versies van de uittreksels, doet de rechtbank uitspraak op basis van de geanonimiseerde versies (artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb). 1.
  5. De rechtbank heeft de beroepen op 28 november 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres, [naam 4] en [naam 3] namens het college, één van de gemachtigden van het college ( [naam 5] ), [naam 1] en [naam 6] namens de belangenvereniging Westerwateringen en Houtwerf. Totstandkoming van de besluiten
  6. Op 30 september 2021 heeft eiseres omgevingsvergunningen voor onzelfstandig gebruik (kamerverhuur) van [adres 2] , [adres 3] en [adres 1] in [plaats] (de panden) aangevraagd. Zij heeft in de toelichting die bij iedere aanvraag is gevoegd aangegeven dat zij ieder pand geschikt heeft gemaakt voor bewoning door zes bewoners en dat ieder pand op dat moment al wordt bewoond door woningdelers. 2.
  7. Op 17 december 2021 heeft het college aan eiseres omgevingsvergunningen (de vergunningen) verleend om in afwijking van de Paraplubeheersverordening Woningsplitsing, kamerverhuur en toeristische verhuur (de beheersverordening) kamers te verhuren in de panden, waarbij zij ieder pand aan maximaal vier huurders mag verhuren mits een omzettingsvergunning is of wordt afgegeven (de primaire besluiten). 2.
  8. Tegen de primaire besluiten zijn de belanghebbenden in bezwaar gegaan. 2.
  9. Bij besluiten van 4 mei 2022 heeft het college, onder verwijzing naar het advies van de externe hoor- en adviescommissie, de bezwaren gegrond verklaard, de primaire besluiten herroepen en de omgevingsvergunningen alsnog geweigerd (de bestreden besluiten). Het college heeft daarbij toegelicht dat sprake is van twee weigeringsgronden (de aanvraag voldoet niet aan het afstandscriterium en er wordt niet voldaan aan het maximaal aantal toegestane bewoners). Daarnaast noemt het college in de bestreden besluiten dat de kamerverhuur niet onder het overgangsrecht valt. Beoordeling door de rechtbank
  10. Eiseres richt haar beroepen tegen de bestreden besluiten, voor zover het college zich op het standpunt stelt dat het overgangsrecht uit de beheersverordening niet van toepassing is. De rechtbank is van oordeel dat de beroepen van eiseres ongegrond zijn. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesbelang 3.
  11. Het college voert aan dat eiseres geen belang heeft bij deze beroepsprocedures. Eiseres heeft om de kamers te kunnen verhuren namelijk ook omzettingsvergunningen nodig. Als eiseres gebruik had willen maken van vrijstellingen uit de overgangsbepalingen van de Huisvestingsverordening gemeente Zaanstad 2021 (de Huisvestingsverordening) had zij deze vergunningen voor 1 oktober 2021 moeten aanvragen en dat heeft zij niet gedaan. Volgens het college is het niet aannemelijk dat eiseres deze vergunningen krijgt gezien de weigeringsgronden uit de Huisvestingsverordening. Bovendien geldt voor de gevallen die wel onder het overgangsrecht vallen de plicht om het aantal huurders binnen twee jaar terug te brengen naar maximaal vier. Daarnaast heeft eiseres twee onherroepelijke omgevingsvergunningen voor het splitsen van [adres 2] en [adres 3] in ieder drie appartementen gekregen. Kamerverhuur van gesplitste panden is niet toegestaan, aldus het college. 3.
  12. De rechtbank volgt eiseres in haar standpunt dat zij procesbelang heeft bij deze beroepsprocedures. Het staat immers nog niet vast dat aan eiseres geen omzettingsvergunningen zullen worden verleend. Daarnaast heeft eiseres [adres 2] en [adres 3] in de praktijk nog niet gesplitst. Eiseres licht daarover op zitting toe dat zij deze vergunningen als back-up heeft aangevraagd, voor het geval zij geen kamers meer mag verhuren in deze panden. Standpunt van eiseres 3.
  13. Eiseres voert aan dat haar situatie onder het overgangsrecht uit de beheersverordening valt. Volgens eiseres moeten de bij de primaire besluiten verleende vergunningen daarom - met een gewijzigde motivering - in stand blijven en moeten de bestreden besluiten worden vernietigd. Overgangsrecht biedt geen grondslag voor verlening van de vergunningen 3.
  14. De beroepsgrond van eiseres slaagt niet. Het gebruiksovergangsrecht biedt op zichzelf namelijk geen grondslag voor verlening van de aangevraagde vergunningen. Indien een situatie onder dat overgangsrecht valt, heeft dat tot gevolg dat deze situatie legaal is zonder vergunning. Zelfs als het gebruiksovergangsrecht van toepassing is op de situatie van eiseres, dan kan dat op zichzelf dus niet leiden tot verlening van de gevraagde vergunningen. Conclusie en gevolgen
  15. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat de weigering van de vergunningen door het college in stand blijft. Beslissing De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H. de Regt, rechter, in aanwezigheid van mr. J. Poggemeier, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 8 januari
  16. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.