RECHTBANK NOORD-HOLLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Haarlem Zaaknummer: 10816175 \ CV EXPL 23-7691 Vonnis van 17 april 2024 in de zaak van [eiser] , te [plaats], eisende partij, hierna te noemen: [eiser], gemachtigde: [gemachtigde] (Bestuursrechtelijk adviesbureau Recht tegen onrecht), tegen SCHIPHOL NEDERLAND B.V., te Schiphol, gedaagde partij, hierna te noemen: Schiphol, gemachtigde: mr. M. Nuijten. De zaak in het kort [eiser] vordert schadevergoeding van Schiphol omdat zij bij de afhandeling van de vondst van zijn vermiste rugzak en paspoort onrechtmatig heeft gehandeld. De kantonrechter oordeelt dat uit de informatie van Schiphol en de Koninklijke Marechaussee de door [eiser] gestelde feitelijke gang van zaken niet blijkt. Daarmee heeft [eiser] onvoldoende gesteld om Schiphol aansprakelijk te (kunnen) houden voor de kosten die [eiser] na en als gevolg van de vermissing van zijn bezittingen heeft gemaakt. De vordering wordt daarom afgewezen. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de conclusie van antwoord - de conclusie van repliek - de conclusie van dupliek. 1.2. Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald. Dit is bij brief van 21 maart 2024 aan [eiser] meegedeeld en daarbij is hem bericht dat tussentijdse toezending van stukken niet is toegestaan. De kantonrechter laat de brief van [eiser] van 23 maart 2024, waarin hij ingaat op de conclusie van dupliek, daarom buiten beschouwing. 2De feiten 2.1. [eiser] is op 19 oktober 2022 naar de luchthaven Schiphol (hierna: de luchthaven) gegaan teneinde om 17.40 uur te vertrekken naar Israël, met vlucht LY338 van luchtvaartmaatschappij El Al. 2.2. [eiser] heeft op die dag omstreeks 15.30 uur zijn rugzak, met daarin onder meer zijn paspoort, boardingpass en een pak diepgevroren haringen, onbedoeld in een openbare toilet/wasruimte op de luchthaven achter de veiligheidscontrole achtergelaten. Toen hij dit bemerkte is [eiser] teruggegaan naar de toilet/wasruimte, maar zijn rugzak stond daar niet meer. 2.3. [eiser] heeft de vermissing vervolgens omstreeks 16.00 uur persoonlijk gemeld bij de afdeling Lost & Found van Schiphol Airport (hierna: L&F). 2.4. [eiser] heeft dezelfde avond bij de Koninklijke Marechaussee (KMar) om 19.37 uur de vermissing van een videocamera, laptop, gehoorapparaat en oplader gemeld en om 19.39 uur aangifte gedaan van de vermissing van zijn paspoort. 2.5. [eiser] is vervolgens met hulp van de KMar uit het beveiligde gebied teruggeleid naar het onbeveiligde gebied, vanwaar hij vertrokken is naar [plaats]. 2.6. [eiser] heeft de volgende dag, 20 oktober 2022, de vermissing van de rugzak met inhoud om 18.23 uur digitaal (nogmaals) bij L&F gemeld. 2.7. Op 7 november 2022 ontving [eiser] een e-mail van L&F, waarin onder meer vermeld stond: “We are very happy to inform you that your lost item has been located! (…) Passports, driving licences and identity cards are handed over to immigration office of the Royal Netherlands Marechaussee.” 2.8. Op 8 november 2022 heeft [eiser] zijn rugzak opgehaald bij de luchthaven. Met uitzondering van zijn paspoort, boardingpass en het pak ingevroren haringen bleek er niets vermist te zijn. 2.9. Op 30 januari 2023 heeft een medewerker van Schiphol aan [eiser] het volgende bericht:“Navraag bij de afdeling Lost & Found heeft het volgende opgeleverd: Uw rugzak is na de vondst bij onze afdeling Lost & Found binnengebracht door de Koninklijke Marechaussee. Conform standaardprocedure worden persoon documenten als een paspoort door de Koninklijke Marechaussee verwijderd, alsmede etensresten. Hieronder treft u de betreffende registratie aan. (…) Found date 07.11.2022 10:21 (…) Op 07-11-2022 is er een match geweest en heeft u direct een e-mail ontvangen waarin is aangegeven dat uw rugzak was gevonden en kon worden opgehaald.” 2.10. Op 30 maart 2023 heeft de KMar aan [eiser] onder meer het volgende bericht: “Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat uw paspoort op 19 oktober 2022 bij de afdeling nooddocumenten van de KMar is ingeleverd. (…) De medewerker die uw paspoort in ontvangst heeft genomen op 19 oktober 2022 heeft uw paspoort doorgestuurd naar de administratie van de afdeling en daar is uw paspoort ongeldig gemaakt. De exacte datum en door welke medewerker het paspoort ongeldig is gemaakt is echter niet meer te achterhalen. Wel is bij ons bekend bij welke medewerker van de KMar uw paspoort op 19 oktober 2022 is ingeleverd. Indien u een kopie zou willen hebben van de mutatie (mutatienummer: 22-093595) waarin vermeld staat dat uw paspoort op 19 oktober 2022 is gevonden en bij de KMar is ingeleverd kunt u een verzoek indienen bij de privacyfunctionaris van de KMar. (…)Tot mijn spijt moet ik u mededelen dat er bij de KMar niets bekend is over uw rugzak of de inhoud daarvan. In uw verzoek stelt u dat de haring door de KMar uit de rugzak is gehaald echter is in de systemen van de KMar niet te vinden dat uw rugzak door de KMar is aangetroffen of bij de KMar is afgegeven. Ook van de haring en de overige goederen die zich in uw rugzak bevonden is niets in de systemen van de KMar terug te vinden.” 2.11. Op 3 april 2023 heeft (de klachtbehandelaar van) de KMar aan [eiser] onder meer het volgende bericht: “Vervolgens heb ik u uitgelegd dat het geen standaard procedure bij de KMar is dat gevonden etenswaren op de luchthaven Schiphol bij ons worden ingeleverd of worden vernietigd.” 2.12. Op 27 juni 2023 heeft de privacyfunctionaris van de KMar aan [eiser] onder meer het volgende bericht: “Naar aanleiding van uw verzoek heb ik de mij ter beschikking staande systemen laten raadplegen. Daaruit is gebleken dat uw persoonsgegevens (…) in enkele mutaties zijn verwerkt. (…) In de mutatie (22-093595) die betrekking heeft op het terugvinden van uw paspoort staat, samengevat weergegeven, dat een beambte van de KMar hiervan op 19 oktober 2022, om 20:36, een verklaring heeft opgesteld.” 3Het geschil 3.1. [eiser] vordert dat de kantonrechter Schiphol zal veroordelen tot betaling van € 1.846,48 aan schadevergoeding, vermeerderd met proceskosten. [eiser] legt aan deze vordering ten grondslag dat Schiphol en/of haar medewerkers onrechtmatig hebben gehandeld door niet op een behoorlijke wijze administratie bij te houden van een aangifte van gevonden voorwerpen en de gegevens van de vinder, zoals bedoeld in artikel 5:5, lid 1 onder a en c en lid 4 BW, en door haar medewerkers niet overeenkomstig deze bepalingen te instrueren. Hierdoor heeft [eiser] schade geleden. Bij een op orde zijnde administratie en adequate instructie van Schipholmedewerkers had [eiser] zijn vermiste rugzak en paspoort namelijk op 19 oktober 2022 nog kunnen ophalen en zou hij later die avond zijn reis alsnog hebben kunnen vervolgen. Volgens [eiser] was zijn rugzak op 19 oktober 2022 rond 20.36 uur immers bij L&F. De stelling van Schiphol dat de rugzak pas op 7 november 2022 bij L&F terecht is gekomen, is volgens [eiser] onjuist. 3.2. Schiphol voert verweer en betwist dat zij aansprakelijk is voor de kosten die [eiser] heeft gemaakt na en als gevolg van de vermissing van zijn rugzak en paspoort. In de eerste plaats beroept Schiphol zich op artikel 12 van de toepasselijke Schipholregels. Omdat geen sprake is van aantoonbare opzet of grove nalatigheid aan de zijde van Schiphol is zij niet aansprakelijk voor schade die is ontstaan door of tijdens het verblijf binnen het luchthavengebied. Verder stelt Schiphol dat uit de voorhanden gegevens niet kan worden afgeleid dat L&F al op 19 oktober 2022 rond 20.36 uur over de rugzak van [eiser] beschikte. Uit de door Schiphol geregistreerde gegevens blijkt juist dat de rugzak pas op 7 november 2022 door de KMar is binnengebracht bij L&F. Daarbij komt dat L&F op 19 oktober 2022 om 20.00 uur gesloten was, zodat L&F hoe dan ook geen tijdig contact meer heeft kunnen leggen met [eiser] en/of de luchtvaartmaatschappij El Al. Schiphol betwist verder dat zij heeft gehandeld in strijd met de artikelen 5:1 tot en met 5:12 BW en betwist tot slot de (hoogte van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.